Vloeren en zitbanken worden de moeite waard

T/m 14 jan. Louise Lawler: A Spot on the Wall. De Appel, Nieuwe Spiegelstraat, 10, Amsterdam. Di t/m zo 12-17u.

Waar komt een schilderij het beste tot zijn recht, in splendid isolation op een witte museumwand of thuis boven de bank? De Amerikaanse Louise Lawler (1947) volgt al jaren de lotgevallen van schilderijen als zij het atelier van de kunstenaar hebben verlaten. Zij fotografeert kunstwerken in woonhuizen, galeries, musea, depots, kantoren en op veilingen.

De foto's van Lawler zijn quasi-nonchalant genomen. Het zijn geen 'statieportretten' waarop het kunstwerk zo voordelig mogelijk uitkomt. Door Lawlers toevallige blik krijgt de omgeving evenveel aandacht als de kunst. In een zitkamer vormen het porseleinen koffieservies op de schoorsteenmantel, de ouderwetse stoelen en de foeilelijke hanglamp waaraan takken hangen, een merkwaardige combinatie met drie abstract expressionistische doeken. In het museum legt Lawler slechts de reflectie van een doek op de glimmend geboende houten vloer vast. Zo worden de vloer, zitbanken, titelkaartjes of zwarte stippen naast een werk op de muur plotseling ook de moeite van het bekijken waard. De kunst is gereduceerd tot een incident temidden van andere toevalligheden, tot een Spot on the Wall, zoals de titel van Lawlers tentoonstelling in De Appel luidt.

Lawler bedrijft een soort visuele kunstsociologie. Zij brengt de verwevenheid van kunst en context in beeld. Boven het bed van de invloedrijke Newyorkse kunsthandelaar Leo Castelli krijgt het schilderij Dreams van Ed Ruscha een andere dimensie. Beelden en schilderijen spelen zelden een solo, ze treden op in ensembles die niet altijd even harmonieus klinken. Maar ook titels en andere teksten kunnen storende facoren zijn bij de perceptie van kunst.

Deze conclusie is bepaald niet nieuw of hemelbestormend. In navolging van Duchamp hebben al veel kunstenaars op het verband tussen kunst en context gewezen. Louise Lawler houdt de kunstwereld een spiegel voor, maar het is de vraag of ze met haar werk daaraan iets toevoegt. Door de presentatie van de foto's - keurig ingelijst of als presse-papiers - schept ze afstand. De inrichting van de tentoonstelling is stijf, de sokkels met presse-papiers staan netjes in het gelid en de meeste foto's hangen geïsoleerd op een wand. Als toeschouwer worstel je je braaf door de foto's en teksten heen die meestal beschrijvend zijn en soms raadselachtig of kritisch van toon. Je neemt kortom kennis van dit alles, maar het raakt je niet.