Van der Reijden: minister krijgt nog veel problemen; 'Borst past te veel op haar winkel'

De bewindslieden van het kabinet-Kok verdedigen hun begroting in de Tweede Kamer. Hoe oordelen oud-bewindslieden over het beleid van hun opvolger? De CDA'er J. van der Reijden, staatssecretaris van volksgezondheid van 1982 tot 1986, spreekt over het beleid van D66-minister E. Borst-Eilers.

HILVERSUM, 6 DEC. Op een terrasje in Rome krabbelde Van der Reijden in het voorjaar van 1986 een saneringsplan voor de gezondheidszorg op de achterkant van een servetje. De toenmalige staatssecretaris van volksgezondheid vond dat de ziektekostenverzekering zou moeten bestaan uit een basispakket en een deel dat verplicht verzekerd wordt. De daarbuiten vallende medische behoeften zouden dan met een vrijwillige aanvullende verzekering kunnen worden gedekt. Van der Reijden gaf zijn vondst de naam 'drietrapsraket'. Verder dan het servetje is hij nooit gekomen. Premier Lubbers zag niets in de wens van Van der Reijden om minister van volksgezondheid te worden in het kabinet Lubbers II.

Borst heeft nu de baan die Van der Reijden ambieerde; minister van volksgezondheid, welzijn en sport. Ze is volgens Van der Reijden als arts met gejuich binnengehaald in Den Haag. Ze doet het best goed, vindt hij. Maar hij staat “niet langs de kant te applaudiseren” voor haar beleid. “Ze past te veel op haar winkel. In de discussie komt ze meer als vakvrouw over dan als bestuurder, dat vind ik positief. Ze brengt rust in het veld. Borst wil niet de geschiedenis in als de minister die even een heel nieuw stelsel heeft teweeggebracht. Maar ze zal nog tegen heel wat problemen aanlopen.”

Borst werkt aan plannen om de opzet van de ziektekostenverzekeringen te veranderen. Ze wil een 'drie compartimenten systeem'. Basisvoorzieningen worden uit de AWBZ betaald, een verplicht deel komt voor rekening van de verzekeringen en in het derde compartiment komen zaken waar mensen zich vrijwillig voor kunnen bijverzekeren. Van der Reijden ziet een opvallende gelijkenis met zijn 'Romeins servetje'. “Het enige wat anders is, is dat ze het nu compartimenten noemen. Achteraf heb ik gelijk gekregen, maar ik zeg dat helemaal niet omdat ik daar zo trots op ben. Intussen hebben we tien jaar verloren. Dat is doodzonde”, zegt Van der Reijden, tegenwoordig voorzitter van de televisiezender Veronica.

De 68-jarige Van der Reijden beweegt zich nog steeds veel in de gezondheidswereld. Zijn opvolgster volgt hij dan ook kritisch. “Als je zoals Borst een beleid wilt voeren dat is verdeeld over drie compartimenten, dan moet je wel een flink pakket in het niet-verzekerde gedeelte durven onderbrengen. Ik denk dan aan dertig procent, de discussie gaat nu over twee procent. Dat is te weinig. Ze moet snel duidelijkheid scheppen over wat wel en niet verzekerd gaat worden. Doe je dat niet, dan kom je er niet. Dan loop je vast.”

Minister Borst vindt dat iedereen vrije toegang moet hebben tot de zorg. Het moet volgens haar niet zo zijn dat rijken straks “betere zorg kunnen kopen”. “Ik kan niet zoveel met dat soort schijnbaar vanzelfsprekende opmerkingen”, zegt Van der Reijden. “Dat gevoel van solidartiteit in Nederland is al lang weg. De Nederlander vindt het niet langer vanzelfsprekend dat hij voor een drugsverslaafde of een alcoholist betaalt. Daar maken we een keuze ten koste van bepaalde groepen in de bevolking. Als we dat dus al doen, dan moet je de omschakeling naar een nieuw systeem veel breder durven aanpakken. Waarom zou je 'rijken' niet tegen een veel hogere betaling een extra toegang tot de gezondheidsmarkt geven? Dat soort discussie zouden we aan moeten durven, maar dat zal Borst áls ze dat al wil niet makkelijk vallen.”

Borst heeft de verzekeraars hard nodig om de cultuuromslag in de ziektekostenverzekering te verwezenlijken. Borst staat daar voor een probleem, volgens Van der Reijden: “Met verzekeringstechnieken heeft ze niet veel ervaring. In toenemende mate doet ze een beroep op de verzekeraars om mee te denken en mee te werken. Ajajai, denk ik dan. Dat kun je namelijk wel doen, but you are in for a deception. Zo zitten verzekeraars niet in elkaar. Het zijn geen welzijnswerkers waar je een beroep op kunt doen in de trant van 'blijf nog een uurtje zitten bij oma'. Ze zullen alles doen om jou, als je onrealistisch bezig bent, op je gezicht te laten vallen. Dat heeft Simons (de vorige staatssecretaris van volkgezondheid, red.) levensgroot ondervonden toen het om het vaststellen van de premie ging.”

Niet alleen de verzekeraars, maar ook de specialisten kunnen het volgens Van der Reijden Borst “nog knap lastig gaan maken”. “Het is weliswaar niet meer die hechte groep die ik tegenover me vond. Ze zijn nu uiteengevallen. Maar dat wil niet zeggen dat ze net voor de gong op hun knieën liggen. Ik ben er niet zo zeker van dat het in dienst nemen van artsen in ziekenhuizen de panacee is die mevrouw Borst ervan verwacht. Het zal de motivatie van de specialist in ernstige mate kunnen beïnvloeden als je hem onvrijwillig in dienstverband brengt.”

Borst heeft volgens Van der Reijden geen echte 'paarse' benadering van ethische vraagstukken als euthanasie en abortus. “Ik begrijp dat het langzamerhand zo is, dat er nog na de grens van 24 weken geaborteerd wordt. De wet heeft een zekere houdbaarheidsdatum, als die verstreken is moet je er wat aan doen. Om nou te zeggen dat dat verschrikkelijk paars is, nee.”

Maar Borst is als medica wel de uitgelezen persoon om een maatschappelijke discussie over ethische aspecten aan te zwengelen. In de persoonlijke opvatting van Borst over euthanasie kan Van der Reijden zich niet vinden. “Ik schrijf een codicil, want ik wil het mijn kinderen niet aandoen dat ik dement word”, heeft Borst gezegd. “Daarmee doet de minister Borst een uitspraak voor een andere mevrouw, namelijk de mevrouw Borst die dement is. Die is op een gegeven moment niet meer in staat om in vrije wil te zeggen dat de mevrouw Borst van nu gelijk heeft. Dat zijn twee verschillende mevrouwen”, zegt Van der Reijden. Zelf koestert hij geen enkele politieke ambitie meer. “Nee, zeg. Als ik hier over vier jaar bij Veronica klaar ben, word ik geacht het bejaardenhuis in te gaan.”