Rinnooy Kan: 'stem' ondernemers naar ING-bestuur

DEN HAAG, 6 DEC. Wat D66-leider Van Mierlo niet lukte, daarin slaagde voorzitter J. Choufoer van de raad van commissarissen van ING.

Ruim een jaar geleden liet de 'snurkende D66-er' (de uitspraak is van hemzelf) A. Rinnooy Kan weten dat hij niet beschikbaar is voor de functie van minister van economische zaken in het kabinet-Kok. D66-onderhandelaar Van Mierlo viste achter het net en H. Wijers nam op de bordesfoto met Hare Majesteit de plaats in die voor Rinnooy Kan was bestemd. De onderhandelaars van ING hadden een jaar later meer succes. In het jaarverslag zal de foto van Rinnooy Kan prijken als nieuw lid van de raad van bestuur.

Eén van de argumenten die Rinnooy Kan vorig jaar hanteerde om te bedanken voor de ministersfunctie was dat zijn tweede termijn als voorzitter van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen nog niet was afgerond. Hij had een harde afspraak met het VNO-bestuur dat hij zijn termijn (tot april 1997) zou volmaken en het bestuur wilde hem daar aan houden. En hij was druk bezig met de fusie tussen zijn organisatie en de christelijke werkgevers NCW.

Rinnooy Kan heeft nog steeds zijn tweede termijn niet volbracht, maar “de vorderingen die gemaakt zijn bij de integratie van activiteiten verlopen dermate voorpoedig dat een wisseling van voorzitterschap eerder dan voorzien mogelijk wordt”, aldus een vanmorgen verstuurd persbericht van VNO-NCW. In juni volgend jaar zal Rinnooy Kan het voorzitterschap overdragen aan zijn vice-voorzitter H. Blankert. Blankert is voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond.

In april 1991 werd Rinnooy Kan (geboren in 1949) voorzitter van het VNO. Na de politicus C. van Veen en de ondernemer C. van Lede stonden de leden van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen aanvankelijk sceptisch tegenover de professor Rinnooy Kan. Maar het adagium 'veni, vidi, vici' is op hem van toepassing.

Rinnooy Kan opereert vanuit een heel andere achtergrond dan zijn voorganger Van Lede. “De hoogbegaafde academicus versus de pragmatische ondernemer”, schetste J. Jacobs, algemeen directeur van het VNO in 1992. “We hebben bewust voor iemand gekozen die geen kloon is van zijn voorganger. En met Rinnooy Kan hebben we iemand die perfect in het huidige tijdsbeeld past.”

Het VNO wilde het imago van een behoudende, weinig innovatieve organisatie moderniseren. De 'stem' van ruim tienduizend ondernemingen moest een intellectuele no nonsense-bestuurder zijn.

Direct na zijn aantreden liet Rinnooy Kan er geen twijfel over bestaan dat het VNO dé spreekbuis is van het bedrijfsleven; uit hoofde van zijn functie is hij ook voorzitter van de Raad van de Centrale Ondernemingsorganisaties waarin alle werkgeversorganisaties samenwerken. De samenwerking met het NCW beschouwt de VNO-voorzitter als zijn belangrijkste wapenfeit.

Voordat Rinnooy Kan werd benoemd tot voorzitter van het VNO was hij hoogleraar operationeel onderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van 1986 tot 1989 was hij rector-magnificus van Erasmus Universiteit.

Hij studeerde wiskunde aan de Rijksuniversiteit Leiden en econometrie aan de Universiteit van Amsterdam. In 1976 behaalde hij zijn doctoraat in de wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam.