Prins: niets te melden over band met nazi-organisaties

AMSTERDAM, 6 DEC. Het kabinet-Beel heeft in juni 1948 tevergeefs geprobeerd de naam van prins Bernhard te laten schrappen van de ledenlijst van de Duitse nazi-partij NSDAP. De prins werd lid op 1 mei 1933 en zegde op 9 september 1936 zijn lidmaatschap op. Dr. G. Aalders van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) en dr. C. Hilbrink, leraar en publicist, stellen dit op basis van documenten die zijn gevonden in de National Archives in Washington.

Volgens E. Brouwers, hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), heeft de prins niets toe te voegen aan de al lang bekende feiten uit zijn studiejaren '33-'35, waarin hij achtereenvolgens was aangesloten bij drie nazi-organisaties: de Motor SA, de Fliegersturm en de Motor SS. Na beëindiging van zijn studie is er geen contact meer zijn geweest met welke nazi-organisatie dan ook, aldus de RVD-woordvoerder.

Medewerkers van het Nederlandse Beheersinstituut, dat vlak na de bevrijding was opgericht om de vermogens van 'foute' Nederlanders te beheren, ontdekten na de oorlog de naam van de prins op een lijst van in Nederland wonende NSDAP-leden. Volgens de onderzoekers Aalders en Hilbrink zou een topambtenaar van het ministerie van buitenlandse zaken, mr. C. Adriaanse, begin 1948 aan de Amerikaanse ambassade in Den Haag hebben gevraagd de naam van de prins van de lijst te verwijderen. Volgens Adriaanse was Bernhard alleen lid geworden om zijn vliegbrevet te halen. Voorts wees hij erop dat de prins zich nimmer een actief lid van de partij had betoond en dat zijn onvervalste anti-nazi-houding gedurende de Tweede Wereldoorlog genoegzaam bekend was. De Amerikanen gingen niet op het Nederlandse verzoek in, hetgeen werd bevestigd in een brief van 10 augustus 1948. Uit deze brief blijkt ook dat de naam van prins Bernhard niet alleen voorkomt op de lijst van in Nederland woonachtige NSDAP'ers, maar ook op een 'wereldlijst'.

Deze wereldlijst is vermoedelijk opgemaakt door het hoofdkwartier van de geallieerden in Berlijn. Zij is gedateerd op 1 november 1947 en beslaat acht delen. In deel vijf staan de persoonlijke gegevens: Lippe-Biesterfeld, Bernhard, occupation: prince. Uit die gegevens blijkt dat hij zich op 1 mei 1933 inschreef bij de partij. Zijn lidmaatschapsnummer was 2583009. Uit de Amerikaanse archieven is ook een vierregelig Duitstalig briefje opgediept waarin de prins zijn lidmaatschap opzegt. Dit briefje, gedateerd 9 september 1936, de dag na zijn verloving met prinses Juliana, is niet ondertekend. Dr. H. Daalder, de biograaf van wijlen minister-president Drees die in juni 1948 minister van sociale zaken was, zegt desgevraagd dat tijdens de vele gesprekken die hij met Drees heeft gevoerd dit onderwerp nimmer ter sprake is gekomen.

Het NSDAP-lidmaatschap van de prins wordt opgevoerd in een studie over W.E. Sanders, na de oorlog tweede man op het Bureau Nationale Veiligheid, waaraan RIOD-medewerker Aalders en historicus Hilbrink al jarenlang werken. De bevindingen over prins Bernhard beslaan twee pagina's in het 250 pagina's tellende manuscript.

Binnen het RIOD wordt al enige tijd koortsachtig met de auteurs overlegd over een definitieve versie van het manuscript. De publikatie van het boek, dat onder auspiciën van het RIOD moet verschijnen, is opgehouden omdat “de wetenschappelijke kwaliteit van het manuscript nog een punt van discussie is”, aldus bestuurslid prof.dr. J.Th. Bank.

Geruchten als zou het bestuur de publikatie ophouden uit piëteit met prins Bernhard ontkent Bank ten stelligste: “Het RIOD is er nimmer voor teruggedeinsd om dingen te publiceren die niet voor iedereen even prettig zijn. Waar het ons om gaat, is dat de wetenschappelijke kwaliteit van een RIOD-publikatie onomstreden moet zijn.” Volgens het bestuur zijn sommige passages in het boek te veel geschreven vanuit de optiek van Sanders. Vandaag heeft andermaal overleg plaats met de auteurs. Op verzoek van het RIOD onthoudt Aalders zich van commentaar, Hilbrink was onbereikbaar.

De Sdu, de 'huis-uitgever' van het RIOD, hoopt het boek begin volgend jaar op de markt te brengen. Volgens G. van der Meulen van de Sdu wordt er rekening mee gehouden dat het RIOD niet de verantwoordelijkheid neemt voor het hele boek, maar alleen voor de hoofdstukken die Aalders heeft geschreven. De passages over prins Bernhard zijn van de hand van Aalders.