Nog een prettige dag

Bij het verlaten van een slagerij: “En een prettige dag verder.” Bij het afscheid aan de kassa van een slijterij: “En een heel prettige avond verder.” (Waaraan, met een blik op de zojuist ingeslagen drankvoorraad, soms schalks wordt toegevoegd: “Nou, dat zal wel lukken, denk ik.”) En natuurlijk is daar de “Prettige voortzetting”, die je niet zelden toegewenst krijgt bij de verschijning van een hoofdgerecht. Zou 'prettig' het meest verbleekte Nederlandse woord zijn?

Wat te doen tegen deze plastic beleefdheid? Wens jij de slager van jouw kant 'Ook een heel prettig weekend' toe, of zou je zo ver niet willen gaan?

Net heb je zo'n met moeite verworven plakstrook op je brievenbus bevestigd om de reclame te weren, of daar beginnen ze opnieuw: nu via de telefoon; bij voorkeur 's avonds. Na drie keer begreep ik dat ik in een bestand zat. Wat voor bestand, verdomme? Hoe kwamen ze eraan? Verkochten kranten soms adressen van hun abonnees? Misschien werden alle mensen die zo'n strook op hun brievenbus wilden stilzwijgend een nieuw bestand ingeloodst: die gaan we dan maar telefonisch tekkelen.

Telemarketing. Om daar vanaf te komen, duurt zes weken. Zo lang doen ze erover om je uit hun bestand te schrappen. En dat doen ze dan voor vijf jaar! Over vijf jaar neem ik een geheim nummer.

Er wordt aangebeld. Ik doe open. In de deuropening staat een dame met in haar hand iets van een lijst. De dame steekt haar hand uit, klaarblijkelijk om zich voor te stellen. De korte kloof die na het openen van de deur voor een onbekende altijd gaapt, overbrugt zij met de snelheid van het licht. En ik bewonder haar, mijns ondanks. Maar ik ben slecht gehumeurd en alleen al daarom op mijn hoede. Dus blijft haar hand zweven, in de lucht tussen ons.

Want, zeg ik nurks, vertelt u nou maar meteen waar het om te doen is. Mijn gezicht al op nee, luister ik naar wat de vrouw te zeggen heeft. Zij toont mij nu een drukwerk waar zelfs een bon aan zit, en rept van een of ander restaurant. Waar ik - durft zij te opperen - waarschijnlijk wel eens van gehoord heb?

Ik schud het hoofd. Ook al zou ik er zonder ophouden over hebben horen praten, dan nog schudde ik het hoofd. Wij waren uitgepraat. Het hele evenement duurde misschien 45 seconden. Mensen kunnen heel veel uitwisselen in korte tijd.

Woedend ging ik weer bij mijzelf naar binnen. Graag was ik iemand anders geweest. Aha, jazeker, allicht kende ik dat restaurant! Goed restaurant, en of. Een aanbieding? Wat leuk! Dank u wel... Ja, wie weet. Nemen wij graag in welwillende overweging. En ook een heel goeie middag gewenst. Tot ziens mevrouw. Haar nakijken tot de volgende bel, nog eens wuiven. Wat was ik toch een hork, zelf! Jammer, zo'n kleine kans tot het spelen van een rol als hoffelijk bewoner niet met beide handen aangegrepen te hebben...

Alhoewel, laatst was ik toch een heel eind gekomen. Met die dame van Vermeer. Je kon telefonisch reserveren voor de tentoonstelling, volgend jaar in het Mauritshuis, 40 cent per minuut. Goedemiddag, met de reserveringslijn van die en die bank - klonk haar op hostesskwaliteiten uitgezochte stem -, wat kan ik voor u doen?

Ja zeg, reserveren natuurlijk, begon ik bars. Maar wij raakten in een allengs huiselijker gesprek over dagen en maanden, over ochtenden en middagen. Prevelend stond ik voor de kalender. Tja, hoorde ik mezelf zeggen, weet u toevallig ook wanneer de krokusvakantie valt? Waarop zij weer, dat ze dat niet helemaal wist, tja, hoe zat dat ook weer - zo probeerde zij zich te herinneren - met haar eigen schoolgaande kinderen? Wij eindigden als goede familieleden. Ze zei: ik wens u een heel prettige tentoonstelling toe!

Voor welke wens ik haar oprecht dankte.

En vervolgens zei ze: En voor nu, alvast een prettig weekend!

Opnieuw dankte ik haar, en had al bijna opgehangen toen in alle hevigheid tot mij doordrong welk enorm probleem wij, samen, nu nog onder ogen dienden te zien. Namelijk dit. Prettige tentoonstelling, allicht; prettig weekend, akkoord. Maar wat moest ik in de tussentijd?