Navo verheugd over toenadering Frankrijk

BRUSSEL, 6 DEC. De Verenigde Staten en de andere lidstaten van de NAVO hebben gisteren verheugd gereageerd op het besluit van Frankrijk weer - voor het eerst sinds 1966 - nauw te gaan samenwerken met de militaire stuctuur van het bondgenootschap.

Volgens de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, en zijn collega van defensie, William Perry, zal een grotere Franse betrokkenheid bij de militaire samenwerking “de kracht en de effectiviteit van de alliantie” doen toenemen. Ook de Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind, verwacht geen verzwakking maar juist een “additionele versterking” voor de NAVO door de Franse stap. Zijn Duitse collega, Klaus Kinkel, sprak van een “nieuw begin tussen de partners”.

Behalve instemming roept de 'historische' stap ook genoeg vragen op om niet meteen een spontane jubelstemming onder de NAVO-partners los te maken. Haalt het bondgenootschap nu een neo-gaullistisch Paard van Troje de militaire vergaderzalen binnen? Of zal Frankrijk in de pas lopen, die de grootaandeelhouder te Washington nog altijd grotendeels dicteert? Of is het Franse besluit exact wat de Verenigde Staten willen: een betere verdeling van de defensie-verantwoordelijkheden en vooral de -lasten met de Europese partners?

En voorts: wat betekent deze stap voor de Europese maar van oudsher ook Franse ambitie om zoiets als een 'Europese defensie-identiteit' op te tuigen? Wordt de wasdom van de Westeuropese Unie (WEU) nu op de lange baan geschoven, zoals Groot-Brittannië wel zou willen, of juist versneld?

De nieuwe Franse opstelling in de NAVO werd gisteren door de Franse minister van buitenlandse zaken, Hervé de Charette, ontvouwd op de halfjaarlijkse bijeenkomst van NAVO-ministers in Brussel. Hij kondigde in zijn toespraak aan dat Parijs ernst wil maken met de vorming van “een zichtbare Europese identiteit binnen de alliantie, zowel op militair als op politiek vlak”, zij het zonder het leger geheel in de militaire NAVO-structuur te integreren.

Pagina 5: 'Lakmoesproef nieuwe Navo'

Wel zal Frankrijk volgens Charette aanschuiven in het Militaire Comité van de NAVO, waarin alle chefs van staven uit de landen van het bondgenootschap zitting hebben. Ook zal de Franse minister van defensie voortaan “regelmatig” deelnemen aan de vergaderingen van de NAVO-ministers van defensie. Parijs rechtvaardigt zijn ommezwaai met het argument dat de NAVO van nu niet meer het door de Amerikanen gedomineerde bondgenootschap is dat president De Gaulle in 1966 in militair opzicht de rug toekeerde.

Sinds het einde van de Koude Oorlog en het wegvallen van de Sovjet-dreiging is de alliantie begonnen zich te transformeren tot een politiek/militaire organisatie die kan worden ingezet voor allerlei vormen van crisisbeheersing. De NAVO moet daarbij ook een steeds groter Europees gewicht krijgen. De Franse autoriteiten hebben daarom besloten “actief deel te nemen aan de renovatie van de Alliantie” om op die manier meer invloed te kunnen uitoefenen, zei Charette gisteren. Kennelijk is Parijs tot de conclusie gekomen dat het beter samen met de groep van Europese landen binnen dit transatlantische bondgenootschap kan werken aan de opbouw van een 'Europese defensie-indentiteit' dan min of meer geïsoleerd te blijven staan buiten de NAVO, zo interpreteerde de Nederlandse minister van defensie, Joris Voorhoeve, de Franse beslissing.

De uitvoering van het vredesakkoord voor Bosnië en de daarmee gepaard gaande troepeninzet onder NAVO-bevel heeft het Franse besluit ongetwijfeld sterk beïnvloed. Juist in Bosnië, waar de NAVO dezer dagen begint aan de grootste operatie in haar geschiedenis, laat de alliantie haar nieuwe gedaante zien als “enige organisatie die in staat is om een vredesoperatie op zo'n grote schaal en in zulke ingewikkelde omstandigheden uit te voeren”, zoals verscheidene ministers gisteren opmerkten. Frankrijk neemt met ongeveer 10.000 man volop deel aan de implementatiemacht (IFOR), die onder commando van een Amerikaan staat.

Ook los van de directe actualiteit van Bosnië is de Franse formele afwezigheid bij het militaire NAVO-beraad, uitzonderingen op informele basis daargelaten, al door de werkelijkheid achterhaald. De 'nieuwe' NAVO heeft de afgelopen jaren volop toenadering gezocht tot de landen in Midden- en Oost-Europa en tot de lidstaten van de vroegere Sovjet-Unie.

Die contacten hebben geresulteerd in nauwe samenwerkingsovereenkomsten, zoals het Partnership for Peace-programma dat als uiterst succesvol wordt omschreven. In de praktijk betekent dit ook dat de ministers van defensie uit deze niet-NAVO-lidstaten regelmatig naar Brussel komen voor overleg met hun NAVO-collega's. Maar de Franse defensie-minister zat tot nu toe niet bij dat overleg. “Dat is natuurlijk een absurde situatie en we verwelkomen het dat daar een einde aan komt”, zei de Britse minister Rifkind gisteren.

Rifkind zei ook een eventuele volledige Franse integratie in de militaire NAVO-structuur “hartelijk te zullen verwelkomen”. Maar in Brussel wordt er ook op gewezen dat zo'n stap niet van levensbelang is, nu de NAVO als “flexibele” organisatie steeds minder leunt op de structuren uit de Koude Oorlog.

Blijft de meer fundamentele vraag hoe de nieuwe Franse betrokkenheid bij de NAVO zich verhoudt tot de traditionele Franse wens een eigen Europese defensie-identiteit op te bouwen. Charette herhaalde gisteren dat Frankrijk de totstandkoming wenst van “een Europese defensiepijler, die nauw is gelieerd aan de Noordamerikaanse pijler in het kader van de transatlantsche alliantie”.

Hij zei ook dat tot nu toe “onvoldoende vooruitgang” is geboekt op weg naar een “Europese veiligheids- en defensie-identiteit”. Volgens Charette is de WEU “het natuurlijke instrument” voor de Europese lidstaten om hun defensiebeleid vorm te geven en om als beoogde defensietak van de Europese Unie uit te groeien tot de Europese pijler van de NAVO. Deze visie roept in Londen van oudsher tandenknarsende reacties op.

De VS en de andere NAVO-partners kozen er gisteren allereerst voor de Franse woorden op geruststellende wijze te interpreteren: Frankrijk neemt niet de NAVO over, maar Parijs past zich aan het bondgenootschap aan, zo was de ondertoon. De Amerikaanse minister Christopher liet blijken dat de VS geen bedreiging zien in de Franse opstelling. Hij zei dat de VS al eerder hebben laten weten “groot belang” te hechten aan “een sterkere Europese defensie-identiteit”.

Die zal in Amerikaanse ogen bijdragen aan een “grotere operationele flexibliteit” van de NAVO in Europa en aan “een betere verdeling van de (financiële) lasten tussen de Europese en Noordamerikaanse bondgenoten”. Ook zei Christopher dat de VS “verbeterde coördinatie en samenwerking” ondersteunen tussen de NAVO en de WEU.

Hoe duurzaam die waardering voor de nieuwe Franse opstelling is, zal mogelijk al binnen enkele weken blijken als de NAVO een principe-besluit neemt over het 'uitlenen' van kennis, faciliteiten en (logistiek) materieel voor operaties waaraan niet alle NAVO-lidstaten (lees: de VS) deelnemen. Dit nieuwe model - de zogeheten Combined Joint Task Forces (CJTF) - moet de Europese partners in staat stellen om bijvoorbeeld in WEU-verband operaties uit te voeren met gebruikmaking van NAVO- (lees: Amerikaanse) middelen.

Tot op heden kon met de VS geen overeenstemming worden bereikt over de voorwaarden waaronder dit 'uitlenen' kan gebeuren. Maar volgens diplomaten is de afgelopen vooruitgang geboekt op dit punt en is binnenkort een beslissing te verwachten. Charette zei gisteren dat Frankrijk deze kwestie beschouwt als een lakmoesproef voor de bereidheid van het bondgenootschap zich aan te passen aan de nieuwe omstandigheden.