Moordenaar Rabin formeel beschuldigd

JERUZALEM, 6 DEC. De moordenaar van de Israelische premier Rabin, Yigal Amir, is vandaag formeel in staat van beschuldiging gesteld. De eerste zitting van zijn proces zal op 19 december plaatshebben.

Amirs broer Hagai en zijn vriend Dror Adani zijn formeel beschuldigd van samenzwering tot moord en verboden wapenbezit. Alle drie worden verdacht van de vorming van een ondergrondse groep om Palestijnen aan te vallen in een poging het Israelisch-Palestijnse vredesproces te dwarsbomen. Dit aspect zal in een afzonderlijk proces aan de orde komen.

Volgens minister van justitie David Liba'i wordt Yigal Amir (25) alleen direct van de moord beschuldigd. Zijn twee medeplichtigen wisten niet dat hij de plannen tot moord die dag zou uitvoeren, aldus Liba'i.

Volgens de tenlastelegging besloot Yigal Amir na de ondertekening van het Israelisch-Palestijnse autonomie-akkoord in september 1993 Rabin te vermoorden om de tenuitvoerlegging van het akkoord te verhinderen. Daartoe recruteerde hij zijn broer Hagai (27) en zijn vriend Adani (23). Het drietal zou hebben overwogen Rabins auto op te blazen of een anti-tankraket op zijn woning af te vuren. Uiteindelijk besloot Yigal Amir Rabin met zijn 9mm Beretta-pistool dood te schieten, wat hij tussen januari en september van dit jaar driemaal zonder succes probeerde. Hij voerde zijn plannen op 4 november na afloop van een vredesmanifestatie in Tel Aviv uit. Hij schoot Rabin dood met kogels die hij van Hagai had gekregen; deze had hem echter ontraden die dag in actie te komen omdat de zware veiligheidsmaatregelen ontsnapping moeilijk zouden maken. Yigal Amir werd onmiddellijk na zijn daad opgepakt.

Yigals Amirs advocaat Ray Goldberg, een immigrant uit de Verenigde Staten die in een orthodox-joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever leeft, zei vandaag voor de legerradio dat zijn cliënt “een goed hart” heeft. “Hij lijkt niet op de man zoals die in de media wordt afgeschilderd. Hij lijkt een goede man, die goed wil doen in de wereld.” Goldberg wees er overigens op dat zijn opinie Amirs persoonlijkheid betrof, en niet zijn misdaad. (Reuter, AFP, AP)