Meer werkstraffen bij 'kleine' delicten

ROTTERDAM, 6 DEC. Meerderjarigen tegen wie het openbaar ministerie een onvoorwaardelijke straf van minder dan zes maanden wil vorderen, komen voortaan in eerste instantie in aanmerking voor een 'werkstraf'. Dat zegt een woordvoerder van het OM. Vandaag is een convenant hiertoe gesloten tussen het OM, de Raad voor de Kinderbescherming en het Landelijk Bureau Reclassering Nederland.

Minderjarigen tegen wie een straf van minder dan zes maanden wordt gevorderd komen nu al standaard in aanmerking voor een taak- of werkstraf. De uitbreiding van het aantal alternatieve straffen moet de druk op de cellencapaciteit verminderen. In 1998, zo verwacht de reclassering, zal het aantal alternatieve straffen 25.000 zijn. In 1994 waren het er 12.000. Het Landelijk Bureau Reclassering Nederland moet zorgen voor voldoende arbeidsplaatsen.

Tot nu toe werd bij het opleggen van een straf van minder dan zes maanden aan een meerderjarige gekeken of er een bijzondere aanleiding bestond om hem of haar een alternatieve straf te geven. Nu zal bij het opleggen van een gevangenisstraf van minder dan zes maanden de alternatieve straf standaard worden. “Maar voor sommige boeven heeft een alternatieve straf geen zin”, zegt de woordvoerder van het OM, “De harde jongens komen toch niet opdagen.” Daarom is 'zitten' bij een eis van zes maanden door het convenant niet uitgesloten.

Vanuit het OM is bepleit bij de taakstraffen ook meer de nadruk op 'werken' te leggen. Het schilderen van een tuinhekje danwel afwassen en koffie rondbrengen in een bejaardentehuis behoren tot de mogelijke taakstraffen, maar “het mag niet te vrijblijvend worden”, aldus de woordvoerder van het OM.

De delicten waarvoor alternatieve straffen kunnen worden opgelegd zijn onder meer: bedreiging, diefstal, mishandeling, rijden onder invloed of kleine fraudes. In gevallen waar de gestrafte zich niet aan de regels houdt, zal de werkstraf voortijdig worden beëindigd en in een vrijheidsstraf worden omgezet.