Intrigerende, fictieve documentaire van Danniel

Mykosch. Regie: Danniel Danniel. Met: Juan Carlos Tajes, Roef Ragas, Meral Taygun, Thom Hoffmann, Anne Cavadino. In: Amsterdam, Rialto.

“Een film die begint bij A en gaat naar Z, dat is toch geen film?” zegt de regisseur tegen zijn interviewer in de fictieve documentaire Mykosch. Hijzelf, Mykosch Galtay, heeft altijd speelfilms gemaakt die vragen oproepen, spelletjes spelen met de kijker, grossieren in onwerkelijke effecten. Want: “Mijn films zijn het leven niet.” Zijn films dan een alternatief voor het echte leven? vraagt de interviewer. “Nee,” zegt de regisseur in gebroken Nederlands, “film is een droom: je doet het niet echt, maar je doet het toch.”

In het vijf kwartier durende Mykosch van Danniel Danniel wordt een in 1956 uit Hongarije gevluchte filmmaker in zijn montagekamer geïnterviewd door een Nederlandse documentaire filmer. De jongen bewondert de grote regisseur, maar hij heeft grote moeite om het gesprek in goede banen te leiden. Galtay is een ongrijpbare persoonlijkheid die zich charmant maar hinderlijk met de regie van de documentaire bemoeit (“nu kun je wat foto's van mijn geboorteplaats in beeld brengen”), en die niet alleen tegenstrijdige verhalen over zijn werk vertelt, maar ook alle vragen naar zijn persoonlijke leven handig ontwijkt. “Is dit autobiografisch?” vraagt de interviewer bij een scène uit een van zijn Hongaarse films; waarop Galtay repliceert: “Associaties, psychologie, is dat wat jullie tegenwoordig op de filmacademie leren?”

Ondanks Galtay's vluchtgedrag en gegoochel met feit en fictie wordt langzaam duidelijk dat de innemende regisseur een lijk in de kast heeft; zijn theorieën over film en de macht van de cutter (“met één vinger kan ik dit ongeluk voorkomen: to kill or not to kill, dat is cinema”) blijken nauw samen te hangen met zijn verlangen om zijn eigen fouten uit het verleden te herstellen. Mykosch Galtay is een aartsfabulant, met een reden.

De Israelisch-Nederlandse regisseur Danniel Danniel (1950), van wie onlangs ook een mooie verfilming van Tralievader in première ging, heeft van Mykosch een geheimzinnige film gemaakt die in de eerste plaats opvalt door de gevarieerde beelden en de bijzondere montage. Het interview met Galtay wordt voortdurend onderbroken door clips uit zijn films: een existentialistische zwart-witfilm uit zijn Hongaarse tijd, een Orwelliaanse science-fictionfilm uit de jaren zestig, een Tot ziens-achtig relatiedrama dat hij nog aan het monteren is. De nieuwsgierigmakende fragmenten, die overigens door verschillende cameralieden werden gefotografeerd om per film een eigen stijl te creëren, verlenen Danniels quasi-documentaire de authenticiteit die nodig is om te intrigeren - een authenticiteit die nog vergroot wordt door het goede spel van de merendeels onbekende acteurs in de hoofdrollen: Roef Ragas als de bleue documentarist, en Juan Carlos Tajes als de oh zo sympathieke regisseur tussen zijn rookgordijnen.