In Irian Jaya woedt 'privé-oorlog' om milieu; Amerikaanse herverzekering geweigerd ondanks interventie Soeharto

TIMIKA (Irian Jaya), 6 DEC. In Indonesië wordt een privé-oorlog uitgevochten tussen de milieubeweging en de Amerikaanse mijnbouwonderneming Freeport-McMoRan. Een dochter van dit bedrijf, PT Freeport Indonesia, delft sinds 1972 koper, zilver en goud in het Centrale Bergland van Irian Jaya.

Het Indonesische Milieuforum (WALHI) verwijt Freeport dat het met zijn afvallozingen de rivieren en wouden in het mijngebied verwoest. Freeport op zijn beurt beschouwt WALHI als 'bedrijfsvijand nummer één'. Op 7 september schreef Paul S. Murphy, vice-president van Freeports Indonesische dochter, de Amerikaanse organisatie USAID aan met het verzoek om de financiële steun aan WALHI te heroverwegen, vanwege haar “inmiddels irrationele en cynische campagne tegen Freeport, die al is uitgemond in pleidooien voor nationalisering van de mijn”.

Deze week nam president Soeharto Freeport, de eerste buitenlandse onderneming die onder zijn bewind in Indonesië investeerde, in bescherming tegen de jongste golf van kritiek uit binnen- en buitenland. Tijdens één van zijn zeldzame bezoeken aan Irian Jaya, de oostelijkste provincie van Indonesië, zei de president dat Freeport een “immense bijdrage heeft geleverd aan de economische ontwikkeling van deze provincie en deze uit haar isolement heeft bevrijd”. Soeharto voegde eraan toe dat “de regering geen mijnoperaties duldt die het milieu of de plaatselijke bevolking schade berokkenen”. Hij zei er niet bij of hij zijn gastheren, die vorig jaar zo'n 140 miljoen dollar aan belastingen en royalties in de staatskas stortten, schuldig achtte.

Tijdens zijn bezoek aan het mijngebied opende Soeharto een gloednieuw laboratorium van Freeport dat de effecten van de koper- en goudwinning op het milieu gaat bewaken. De president prees dit project en onderstreepte dat het voortkwam uit 'welbegrepen eigenbelang' en geen concessie was aan druk van buitenaf.

WALHI twijfelt niet aan Freeports schuld en attaqueerde onlangs de Indonesische contractpartner van het bedrijf. Het forum daagde het ministerie van mijnbouw en energie in oktober voor de administratieve rechter van Jakarta, omdat het op 17 februari Freeports milieuplan - geschatte kosten 36 miljoen dollar - had geaccepteerd zonder de bij wet vereiste goedkeuring van de milieu-effectcommissie, waarin ook WALHI zitting had. WALHI delfde het onderspit voor de rechtbank - die weigerde de ministeriële beschikking te wraken - maar kreeg bijval uit de Verenigde Staten.

Ondanks een persoonlijke interventie van Soeharto bij zijn ambtgenoot Clinton annuleerde een Amerikaanse overheidsinstelling, de Overseas Private Investment Corporation (OPIC), op 10 oktober een herverzekering van Freeports mijnproject tegen politieke risico's voor een bedrag van 100 miljoen dollar. De OPIC baseerde deze beslissing op eigen onderzoek naar de schadelijke effecten van Freeport's afvallozingen voor de rivieren en wouden rond de mijn. WALHI noemde deze maatregel, die Soeharto naar verluidt als een klap in zijn gezicht beschouwt, een overwinning. Het hoofdkwartier van Freeport-McMoRan in New Orleans heeft het annuleringsbesluit ter beoordeling voorgelegd aan een arbitragecommissie.

Freeport opende onlangs een publicitair tegenoffensief middels een reeks paginagrote advertenties in Indonesische dagbladen. Daarin beweert het bedrijf dat het steeds met “groot verantwoordelijkheidsbesef” heeft geopereerd in Irian Jaya en zowel het natuurlijke milieu als de oorspronkelijke bewoners van het gebied met het nodige respect bejegent.

Op de hellingen van de Grasberg, een vierduizend meter hoge top in het Carstenszmassief met rijke koper-en goudaders, delft Freeport in dagbouw zo'n 120.000 ton ertshoudend gesteente per dag. Dat wordt vergruisd in enorme molens, waarna in een raffinaderij het koper, zilver en goud wordt gescheiden van het gesteente. Wat overblijft zijn grote hoeveelheden steenpoeder - 110.000 ton per dag - die worden geloosd op de Ajkwarivier, die uitstroomt in de Zee van Arafura. Een groot deel van het gruis slaat benedenstrooms neer, de rest verdwijnt in zee.

WALHI is van mening dat deze lozingen de alpine vegetatie aantasten, waardoor de biodiversiteit drastisch zou verminderen, en overstromingen en verlegging van rivierbeddingen veroorzaken. Dit alles zou verwoestende gevolgen hebben voor de jachtgronden der Amungme, een Papuavolk dat vanouds het berggebied bewoont waar nu de mijn ligt, en voor de sagobossen der Kamoro, de oorspronkelijke bewoners van het kustgebied.

WALHI wijst erop dat mijnbouwbedrijven in de VS, Freeports thuisbasis, het mijngruis niet rechtstreeks op het oppervlaktewater lozen, maar in speciale bassins, waar het kan bezinken. Freeports lozingsmethoden zouden alleen nog worden toegepast in Indonesië, Papua New Guinea en de Filippijnen. In Chili, waar op een vergelijkbare hoogte kopererts in dagbouw wordt gewonnen, wordt het mijngruis per pijplijn naar de vlakte getransporteerd en vervolgens gedeponeerd in bezinkbakken. Verder is WALHI van mening dat de hoge zuurgraad van het mijngruis het water van de Ajkwa zou vergiftigen en dat de gletsjer op de ruim 5.000 meter hoge Carstenszpiek smelt als gevolg van Freeports koperwinning.

Paul S. Murphy, vice-president van PT Freeport Indonesia, erkent dat in de VS en Canada met bezinkbakken wordt gewerkt, maar beweert dat een dergelijke oplossing ongeschikt is voor de mijn in Irian, omdat het operatiegebied een zeer hoge regenval kent en onderhevig is aan periodieke aardschokken. Pijplijntransport van het mijngruis acht hij “niet economisch”, omdat dit een leiding van 136 kilometer lengte zou vereisen.

Volgens Wijayono Sarosa, een deskundige verbonden aan Freeports milieulaboratorium in Timika, een stadje in het mijngebied, hanteert Freeport een fysisch, niet-chemisch raffinageprocedé en zou het mijngruis daarom niet giftig zijn. Het laboratorium neemt regelmatig watermonsters in de Ajkwarivier. De belasting met metalen zou ver beneden de toelaatbare drempelwaarden liggen.

Freeport erkent dat neerslag van het steenpoeder tot overstromingen leidt. Het bedrijf heeft een project op stapel staan om de Ajkwa over een lengte van 50 kilometer in te dijken. Die dijk zal een hoogte krijgen van 10 tot 12 meter op plaatsen met de hoogste bezinking. Voor dit project heeft Freeport een bedrag van 23,4 miljoen dollar uitgetrokken.

Ter compensatie van door overstromingen teloor gegane landbouwgrond van de autochthone bevolking, doet de onderneming aan landaanwinning, wat eind november al 500 hectare akkers had opgeleverd. Volgens Bruce E. Marsh, manager milieuzaken van PT Freeport Indonesia, heeft het bedrijf een aantal wetenschappelijke expedities uitgerust naar de gletsjer op de Carstenszpiek. Die zouden hebben uitgewezen dat de ijskap inderdaad smelt, en wel als gevolg van wereldwijde temperatuurstijging. Vijf andere gletsjers in de buurt van de evenaar - in Oost-Afrika, en Zuid-Amerika - zouden hetzelfde lot ondergaan.

    • Dirk Vlasblom