Hoorzitting over val van Srebrenica

DEN HAAG, 6 DEC. De Tweede Kamer heeft tegen de zin van minister Voorhoeve (defensie) besloten tot een openbare hoorzitting over de val van Srebrenica.

De Kamer wil vier Nederlandse officieren horen die cruciale functies bekleedden in de VN-vredesmacht.

Voorhoeve bespreekt vrijdag de staatsrechtelijke consequenties van het verzoek van de Kamer in de ministerraad. In een brief aan de Kamer stelde Voorhoeve eerder dat “de regering medewerking zal verlenen, mocht de Kamer nadere feitelijke informatie willen inwinnen van direct betrokken Nederlandse VN-functionarissen”.

Voorhoeve heeft via Buitenlandse zaken het verzoek van de Kamer om de vier VN-militairen te horen, neergelegd bij de VN. Volgens R. Siekmann, medewerker van het Asser Instituut voor internationaal recht, komt het verzoek uiteindelijk bij VN-secretaris-generaal Boutros Ghali terecht. “Zijn antwoord zou 'neen' kunnen zijn.” De Nederlandse VN-militairen zouden volgens Siekmann informatie kunnen geven over VN-commandanten van andere landen, of over zaken die de VN zelf raken, die nadelig zijn voor de relatie die de VN met zijn leden heeft.

Ook voor Voorhoeve is het de vraag of militairen vertrouwelijke gegevens uit de VN-bevelslijn naar buiten mogen brengen. “Het is niet eerder voorgekomen dat militairen die hun functie uitoefenden onder VN-bevel verantwoording moeten afleggen in een nationaal parlement”, zei Voorhoeve gisteren tijdens het NAVO-beraad in Brussel.

Na de VN-missie in Rwanda heeft de Belgische Kamer gevraagd een Canadese VN-bevelhebber te mogen horen. Dat heeft het secretariaat van de VN geweigerd. Voorhoeve: “Dat was een ander geval, het gaat nu om Nederlandse militairen die mogelijk door het eigen parlement worden gehoord.”

Staatssecretaris Gmelich Meijling (defensie) zei gisteren er “geen traan om te laten” als de VN weigeren toestemming te geven. “Iedereen weet overigens hoe gevoelig de zaken van openbaarheid liggen. Men gaat er geen showtje van maken.”

Onder staatsrechtelijke bezwaren tegen de hoorzitting voert Voorhoeve artikel 68 van de Grondwet aan waarin volgens hem is vastgelegd dat de informatieplicht aan de Tweede Kamer bij de minister berust en niet bij ambtenaren.

Pagina 10: Verslechtering van de verhoudingen gevreesd

Volgens artikel 29 (lid 2) van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer kunnen rijksambtenaren, dus ook militairen, alleen uitgenodigd worden voor een hoorzitting “door tussenkomst van de desbetreffende minister”.

Defensie verzet zich tegen de hoorzitting, omdat het ministerie bang is dat door de vragen van de Kamerleden en de antwoorden van de hoge VN-militairen opnieuw de slechte verhoudingen tussen de landmacht en defensiestaf aan de orde zullen komen. Bij de val van Srebrenica is duidelijk geworden dat de twee staven in Den Haag langs elkaar heen werkten. Essentiële informatie werd door de landmacht niet aan de defensiestaf doorgegeven, zodat de minister zelf niet op de hoogte was van sommige ontwikkelingen. Ook vreest Voorhoeve dat militairen bemoeilijkt worden in de uitoefening van hun taak als ze zich “bij iedere stap af moeten afvragen hoe ze dat later aan de Tweede Kamer uitleggen”.

De Kamer wil de hoorzitting vooral aangrijpen om vragen te stellen over de spraakverwarring tussen Dutchbat en de VN over uitblijvende luchtsteun, die bedoeld was om de val van de moslimenclave te voorkomen. Kamerlid Valk (PvdA): “Er zijn ten aanzien van het inzetten van het luchtwapen verwachtingen gewekt die niet zijn vervuld.” Hij noemt de zitting “een laatste check” of de Kamer alle informatie heeft, voordat het afsluitende plenaire debat met Voorhoeve nog vóór het kerstreces begint.

Alleen de eigen partij van Voorhoeve, de VVD, is tegen de hoorzitting waarvoor brigade-generaal Nicolai en overste De Ruyter (VN-staf in Sarajevo), kolonel Brantz (Tuzla) en kolonel De Jonge (Zagreb) worden uitgenodigd. Voorhoeve zelfvindt dat hij alle vragen over de gebeurtenissen bij de val van Srebrenica uitputtend heeft beantwoord.