Het Europese vacuüm

Amerika is terug in Europa; maar waarom? Moet het, zoals de Franse generaal Bachelet zich heeft laten ontvallen, tenslotte allemaal worden verklaard uit de nadering van de Amerikaanse verkiezingen? Dat was grof gezegd. Het kan ook ingewikkelder, diplomatieker. Dit jaar voor het eerst is er onder het presidentschap van Clinton sprake van een actieve buitenlandse politiek. Daar staat telkens een vredestichtende president. Het Midden-Oosten en Ierland hebben veel aan hem te danken en nu weer Bosnië. Die internationale ontplooiing met heilzame resultaten zal de kiezers op andere gedachten brengen: dat is iets anders dan de debakel van de gezondheidszorg, Whitewater en de Republikeinse revolutie. Presidentsverkiezingen hebben een lange aanloop, en als het in de Verenigde Staten zelf niet goed wil lukken, ligt het voor de hand dat de bedreigde leider het eens in het buitenland probeert. Is het zo eenvoudig?

Wie weet. In campagnes wordt voor grove middelen niet teruggeschrokken. Maar er is een andere verklaring. Toen Clinton aantrad zag de wereld er nog wat eenvoudiger en misschien hoopvoller uit dan vandaag. De oorlog in Joegosloavië had al een paar bloedbaden veroorzaakt, maar het werd niet uitgesloten geacht dat 'Europa' in samenwerking met de Verenigde Naties er een eind aan kon maken. Jeltsin, in goede gezondheid, presideerde over een weliswaar rumoerig Rusland, maar het was op de goede weg. Het meeste leek erop te wijzen dat de nieuwe Amerikaanse president de tijd zou worden gegund om betrekkelijk ongestoord een programma van binnenlandse hervormingen te kunnen afwerken. Dat hij zich daarin heeft vergist is bekend.

Vervolgens lieten 'Europa' en de Verenigde Naties in drie jaar van deerniswekkend gemodder weten, machteloos te staan tegenover twee plaatselijke oorlogsmsdadigers. Van wat Amerikanen onder 'Europese eenheid' verstaan kwam naar hun maatstaven niets opzienbarends terecht. Intussen ontwikkkelde Jeltins bewind zich van stagnatie tot verval. Om de eenheid van de Russische staat te bewaren werd een hele stad, Grozny, verwoest. Nu, bij de Russische presidentsverkiezingen wordt de terugkeer van Jelstin vrijwel uitgesloten geacht. In plaats van hem dienen zich generaals, nationalisten en communisten uit het oude bewind aan.

In Polen is de kampioen van de anticommunistische vrijheidsstrijd Walensa door de excommunist Kwasniewski verslagen. Na jaren van economische crisis waarin de zegeningen van de vrije markt voornamelijk een economische elite ten deel vielen, krijgen de volken van Oost-Europa heimwee naar de zekerheden van een goeie ouwe tijd. Als door de kracht van dit verlangen communisten aan het bewind worden gebracht, keren de verhoudingen van de Koude Oorlog terug. Dan zal in Moskou weer een regime huizen dat zich zijn vergane glorie herinnert en zich bewust is van zijn kernwapens. Dit is, in grote trekken, de wereld bezien uit Washington.

Als Clinton bij de ontplooiing van zijn buitenlandse politiek zich uitsluitend had gericht op zijn herverkiezing, had hij kunnen volstaan met het bevorderen van de vrede in het Midden-Oosten en Ierland. De aanwezigheid van 20.000 Amerikaanse soldaten in Bosnië heeft in dit opzicht meer risico's dan voordelen. In beperkt verband van zijn binnenlandse politiek is het een waagstuk. Maar 'Bosnië' staat niet op zichzelf. Het is in de loop van vier jaar geworden tot het centrum van het Europese complex; de demonstratie van een machtsvacuüm.

Ook dat had Washington zich misschien nog kunnen veroorloven als de Oosteuropese landen en Rusland zich in die betrekkelijke oogwenk van vijf jaar tot evenwichtige democratieën hadden ontwikkeld. Maar van het begin af hebben in het bijzonder de Amerikanen hun verwachtingen veel te hoog gespannen. De vrije markt heeft natuurlijk geen wonderen verricht in die vroegere totalitaire verzorgingsstaten. Eerder is er een eigenaardige versie van het vroeg kapitalisme ontstaan waarin de machtigsten van de oude bureaucratie in een bondgenootschap met nieuwe ondernemers de meeste lakens uitdelen. Onder dit beleid is het systeem van de oude voorzieningen binnen die paar jaar tot een ruïne geworden. Daaruit ontstaan weer politieke verhoudigen die het vroegere Oostblok tot een labiel geheel maken.

Pogingen om tegen mogelijke risico's enige militaire verzekeringen te treffen door Polen, Hongarije en Tsjechië lid van de NAVO te maken, zijn voorlopig mislukt; althans Washington heeft het nog niet aangedurfd het Russisch verzet te trotseren. In deze situatie ligt het voor de hand, datgene wat men heeft te versterken. Dit verklaart het Amerikaanse ingrijpen in augustus, de rechtlijnigheid die het akkoord van Dayton heeft opgeleverd, en tenslotte de 20.000 Amerikanen in Bosnië. Dat zijn geen verkiezingsmanoeuvres; het is de bestrijdig van een machtsvacuüm, de restauratie van de NAVO tegenover de toenemende onzekerheid in de landen die de Koude Oorlog hebben verloren. Voor deze gang van zaken bestaan een paar historische paralellen: de mislukking na de Eerste Wereldoorlog en de geslaagde ingreep na 1945. Als deze verklaring juist is maakt Clinton zijn herverkiezing ondergeschikt aan een poging tot herstel van een supermacht.