Examendossier als vervanging van schoolonderzoek

DEN HAAG, 6 DEC. De vernieuwingsplannen voor de hoogste klassen HAVO en VWO hebben alleen kans van slagen als de examenregeling wordt aangepast. Het huidige schoolonderzoek moet plaatsmaken voor een 'examendossier' met praktijkopdrachten en toetsen, die elke school zelf opstelt en kan afnemen vanaf de vierde klas. Dit individuele dossier komt voor een deel in plaats van de huidige klassikale proefwerken. Het centraal vastgestelde schriftelijk examen blijft, maar niet voor alle vakken. Leerlingen moeten in het laatste schooljaar het centraal vastgestelde examen afleggen in Nederlands, Engels en ten minste drie andere vakken.

Dit schrijft de Stuurgroep Tweede Fase vandaag aan staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) in een advies, getiteld 'Examen in het studiehuis'. De Tweede Kamer wil de vrije keuze van vakkenpakketten in de bovenbouw HAVO en VWO per 1 augustus 1998 afschaffen. In plaats daarvan moeten HAVO- en VWO-leerlingen na de derde klas kiezen uit vier richtingen, zogeheten profielen. Deze profielen ('cultuur', 'economie', 'gezondheid' en 'techniek') moeten de leerlingen beter voorbereiden op een vervolgstudie in het hoger onderwijs. Tegelijkertijd is het de bedoeling dat scholieren zelfstandiger en in een eigen tempo de examenstof verwerken.

Door dit meer individuele leren zullen klassikale toetsen, overhoringen en repetities niet meer voldoen, schrijft de stuurgroep. Voorgesteld wordt dat scholen al vanaf de vierde klas voor elke leerling een zogeheten examendossier aanleggen. Daarvoor zal per vak een landelijke lijst van eisen aan kennis, inzicht en vaardigheden worden geformuleerd bij wijze van kwaliteitscontrole. Wanneer en op welke wijze het vak wordt getoetst wil de stuurgroep aan de scholen zelf overlaten. De universiteiten, verenigd in de VSNU, zeggen in een reactie te vrezen voor “zeer uiteenlopende kwaliteit van het examendossier”. Maar de stuurgroep brengt daartegenin dat dat evenzeer geldt voor de huidige schoolonderzoeken die elke school ook zelf maakt.

Om het laatste schooljaar optimaal te benutten stelt de stuurgroep voor het centraal schriftelijk te verschuiven van mei naar juni, en de herkansing in augustus te laten plaatsvinden, tijdens of na de schoolvakantie.

Nu nog doen alle HAVO- en VWO-leerlingen eindexamen in respectievelijk zes en zeven vakken. Het examencijfer wordt voor de helft bepaald door het centraal schriftelijk examen en voor de andere helft door schoolonderzoeken die merendeels worden afgenomen in de loop van het laatste schooljaar.

In het advies verschilt het aantal vakken waarin leerlingen op HAVO en VWO centraal schriftelijk eindexamen doen per gekozen profiel. Het zijn minimaal vijf vakken. Bovendien oppert de stuurgroep voor sommige vakken af te zien van een centraal schriftelijk deel en te volstaan met een examendossier. Dat geldt bijvoorbeeld voor wiskunde bij degenen die het profiel cultuur en maatschappij volgen en voor de nieuwe vakken als bijvoorbeeld algemene natuurwetenschappen.

Voor het eindcijfer moet het cijfer van het examendossier en het centraal schriftelijk worden gemiddeld, aldus het advies. Hiermee komt de stuurgroep terug op de eerdere eis dat een eindexamenkandidaat voor beide onderdelen afzonderlijk moet slagen. Zo'n eis zou scholen te zwaar belasten. Scholen zouden zich met scherpe regels moeten indekken tegen juridische procedures van gezakte leerlingen of in de verleiding kunnen komen het niveau van het schoolexamen te verlagen. Vandaag heeft de vereniging van universiteiten VSNU laten weten welke profielen toegang geven tot welke universitaire studies. Daarbij zijn de 13 universiteiten gekomen tot uniforme toelatingseisen, zij het dat de technische universiteit in Delft voor bouwkunde, industrieel ontwerpen en technische bestuurskunde het profiel 'natuur en techniek' voorschrijft terwijl elders beide natuurprofielen voldoen.

Voor rechten en de meeste letterenstudies wordt geen speciaal profiel voorgeschreven - zeer tegen de zin van de stuurgroep Tweede Fase. Volgens de stuurgroep zouden toelatingseisen bij studies als Duits, Frans en geschiedenis als voordeel bieden dat op een hoger niveau begonnen en dus ook geëindigd wordt. Maar de universiteiten achten dit een “nodeloos beperkende” maatregel die “geenszins opweegt tegen het geringe voordeel”.