Een welkome terugkeer

IN WELKE MATE Frankrijk terugkeert in de militaire organisatie van de NAVO is na de verklaringen gisteren van minister Charette nog steeds niet helemaal duidelijk. Voorlopig bepaalt pragmatisme de Franse aanwezigheid: als er over de operatie in Bosnië moet worden overlegd of besluiten worden genomen is de regering-Chirac in de persoon van de minister van defensie en/of de chef-staf van de partij. Maar het ziet er naar uit dat de attractie van andere punten op de NAVO-agenda, zoals de uitbreiding naar het oosten, de aanpassing van het verdrag over beperking van conventionele wapens, de manoeuvres van de nieuwe multinationale korpsen en de afstemming binnen de alliantie van de nucleaire strategie, sterk genoeg zal zijn om de Fransen tot verdere herintegratie te bewegen.

Niet verrassend blijven oude patronen hardnekkig aanwezig. De Fransen willen nu eindelijk ernst maken met het oprichten van een Europese zuil onder het Atlantische dak - om die tientallen jaren oude beeldspraak maar weer eens te gebruiken. De Britten liggen hier dwars, en een Frans verwijt dat Londen andermaal bereid blijkt als de wig te functioneren die de Amerikanen in de Europese samenwerking drijven, zou voor de hand liggen. Daarom is de afwezigheid van iedere openbare reactie van Franse kant op de Britse dwarsliggerij opmerkelijk. Niet alleen oud-gaullistische voorstellingen zijn nog maximaal aanwezig, maar ook rudimenten van de Entente Cordiale als tegenwicht tegen een opkomend en zich eventueel verzelfstandigend Duitsland.

MET DE AMERIKANEN in Bosnië overheerst het gevoelen dat de Atlantische samenwerking een reveil beleeft. Maar het is goed te blijven bedenken dat voor de Amerikaanse interventie een termijn van slechts een jaar is gesteld, nota bene in de VS een verkiezingsjaar. Wat daarna gebeurt is een open vraag.

In de jaren zestig hebben de Amerikanen De Gaulle en diens aspiraties hardhandig afgewezen. Er is veel voor om de Fransen niet opnieuw die 'koude schouder' toe te keren. De NAVO heeft voldoende last gehad van de Franse opstelling. Nu daarin verandering optreedt, moet dat worden toegejuicht. Niet de Franse, maar de Britse opstelling ten aanzien van een Europese militaire samenwerking die die naam verdient, verdient het isolement. Opeenvolgende Amerikaanse regeringen hebben overigens aangetoond met de gaullistisch geïnspireerde Europese eigenaardigheden te kunnen leven.