Die ene, onbeantwoorde vraag

Freek de Jonge had, samen met zijn gezin, ook gekeken naar Anthology, de documentaire-serie over The Beatles bij RTL 5. Dat vertelde hij afgelopen zondagmorgen in een talkshow op de Belgische televisie. Hij vroeg zich af of het nog wel de moeite waard was om The Beatles weer 'uit de motteballen te halen'. Het zei iets over de geest van deze tijd dat we niets anders konden verzinnen.

Over de geest van deze tijd zou ik me, wat dàt betreft, niet zoveel zorgen maken, als ik Freek was. 'De jeugd van tegenwoordig' verzint genoeg andere dingen, die heeft The Beatles absoluut niet nodig. Ze gaan naar Bon Jovi en Bryan Adams en ze vragen zich verbaasd af wat wij nou eigenlijk zo bijzonder vonden aan The Beatles. Leuke liedjes, jawel, en ze konden aardig zingen, maar mag nu de nieuwe cd van Wet Wet Wet weer aan?

Zo hoort het ook: iedere generatie haar eigen muziekstijl. Wij, de veertigers en de vijftigers van nu, vonden (met uitzondering van Maarten 't Hart) The Beatles prachtig en daar zullen we nooit meer overheen komen. Noem het nostalgie, maar wat is daar tegen?

Lastiger is het - althans, voor henzelf - dat The Beatles zèlf gebukt lijken te gaan onder een verwoestend heimwee. Dat is niet verwonderlijk, want op de keper beschouwd is het niet zo geweldig goed met hen afgelopen. Lennon eindigde als een aan heroïne verslaafde zombie in een Newyorkse flat, bewaakt en geïsoleerd door een Japans heksje dat, als hij van zijn bed naar de keuken wankelde, kattedrollen voor de deur legde. Imagine!

George Harrison schijnt in acute geldnood te verkeren, Paul McCartney heeft later muzikaal zelden het peil van The Beatles kunnen benaderen, en Ringo Starr zou in Nederland een perfecte ervaringsdeskundige zijn op de Alcoholverkeerscursus.

Tegen het einde van Anthology werd dan ook menige traan weggeslikt. Ringo herinnerde zich 'een hotelkamer hier en daar' en sprak van 'a really amazing closeness'. Paul wees erop dat hun meeste liedjes over 'love, peace and understanding' waren gegaan. (John draaide zich om in zijn urn en schreeuwde: 'Revolution!')

Er waren meer momenten waarop de documentaire ongewild iets heel navrants kreeg. Ringo Starr, eenzaam naast het zoveelste zwembad, terwijl hij lacherig en onsamenhangend een anekdote vertelt die we veel beter uit de boeken kennen. Harrison die quasi-neutraal zit te oreren over zijn volstrekte fake-yogi, en McCartney die vertelt hoe emotioneel hij nog kan worden als hij bij een bepaalde liedregel aan John denkt.

Boven deze hele documentaire hing één grote, onbeantwoorde vraag: jongens, het begon zo leuk, waarom moesten jullie er toch zo'n gore rotbende van maken? Met ruzies, openbare hatelijkheden-op-platen, banvloeken, processen et cetera? Die vraag werd impliciet wel aangestipt, maar er volgde zelfs nog geen begin van een analyse. De drie overlevenden hadden ook elkaar er maar weinig over te zeggen. Het was opvallend hoe weinig zij gedrieën in beeld kwamen. Had hun samenspraak zó weinig opgeleverd?

Goed, we hebben de ontluisterende boeken (Peter Brown, Albert Goldman) waarin het allemaal opgetekend staat, maar The Beatles en hun achterban hebben die reconstructies altijd afgedaan als pure roddel. Deze film, in eigen beheer vervaardigd, was dé gelegenheid geweest om hún waarheid er tegenover te zetten, maar daar kwam nauwelijks iets van terecht. Het sterkt mij alleen maar in mijn overtuiging dat schrijvers als Brown en Goldman voor minstens tachtig procent een accurate beschrijving gegeven hebben van het leven van The Beatles. (En de resterende twintig procent was kennelijk nog accuraat genoeg om te voorkomen dat zij door de rechter werden veroordeeld.)

Elf jaar geleden maakte ik een interview met George Martin, hun platenproducer. Ik vroeg hem waarom het mis was gegaan. Hij geloofde dat Yoko Ono er zeker toe had bijgedragen (volgens hem had ze ook Lennon aangezet tot heroïnegebruik), maar hij schreef de breuk vooral toe aan de claustrofobische ervaring van acht jaar tot elkaar veroordeeld te zijn op ondermeer die hotelkamers, waar Ringo nu zo nostalgisch over doet. “Het gebeurt met de meeste groepen en het komt door de onnatuurlijke manier waarop ze met elkaar moeten leven.”

“John en Paul gingen uit elkaar als een broer en zus die ruzie hadden”, zei Martin destijds. “Deep down they loved each other. Ondanks alle beledigingen. Maar geld en advocaten kwamen ertussen. En vrouwen: aan de ene kant Yoko, aan de andere kant Linda Eastman.”

Dergelijke verklaringen van insiders (waar was trouwens Cynthia, Lennons eerste vrouw? Mocht ze niet van Yoko?) ontbraken in Anthology, maar voor het overige had ik deze film niet graag gemist. Er zaten juwelen in van onbekende, of halfvergeten opnamen in stadions en tv-studio's.

Zoals van McCartney die als melkmuilige jongeman in zijn eentje voor een doodstille zaal zijn Yesterday staat te zingen, zich er vermoedelijk nog niet van bewust dat hij dé evergreen van de eeuw heeft geschreven. Hij vertelde dat hij op een morgen was opgestaan, nadat hij een melodietje had gedroomd dat wel eens uit de jazz-collectie van zijn vader afkomstig kon zijn. Kende iemand het toevallig? Nee, zijn vrienden hadden het nooit eerder gehoord.

“Het is in Engeland nooit als single uitgebracht”, vertelde McCartney, “ik schaamde me ervoor. We waren toch een rockband?”