Dakloze in kou verkent 'uiterste grens'

ROTTERDAM, 6 DEC. Voor Rotterdam, Amsterdam en Utrecht is de vrieskoude van de afgelopen dagen aanleiding om de nachtopvang voor daklozen uit te breiden. Amsterdam en Rotterdam hebben inmiddels respectievelijk 65 en 30 extra bedden opgemaakt, terwijl in Utrecht de 'koud-weerregeling' van kracht is: extra bedden en meer warme maaltijden.

Maar lang niet alle dak- en thuislozen maken gebruik van deze opvang. “Ik slaap al twaalf jaar buiten, iedere nacht”, vertelt Bart (33) vanuit zijn slaapzak in het Vondelpark in Amsterdam. “De buitenlucht is mijn huis.” Pertinent weigert hij naar het Leger des Heils of naar een andere instelling te gaan. “Ik gun mijn plaatsje liever aan een ander.” Bart heeft zich vannacht redelijk goed gewapend tegen de kou: een T-shirt, zes truien en een winterjack. Aan zijn winkelkarretje hangt zelfs nog een nieuw paar geitewollen sokken. “Gisteren van een voorbijganger gekregen”, zegt hij. “Die bewaar ik voor als het echt koud wordt.”

Het streven van de stichtingen die zorg dragen voor hulp aan zwervers, is dat er bij temperaturen onder nul niemand meer buiten slaapt. De geringe vergoeding die zwervers normaal betalen hoeft in deze periode niet te worden betaald. Verder zorgen de hulpverleners voor gratis soep en is er af en toe een warme maaltijd.

Maar extra opvang voor dak- en thuislozen stuit wel op grote problemen omdat er een algemeen tekort aan bedden in opvanghuizen is. Dit blijkt het het vandaag gepresenteerde rapport De maatschappelijke opvang in cijfers: 1994. In dat jaar konden de instellingen slechts 16.000 mensen van de 92.000 aanmeldingen van een bed voorzien. Voor zwervenden betekent dat, dat zij de komende maanden lang niet zeker zijn van een nacht met een dak boven hun hoofd.

De overkoepelende Federatie Opvang is geschrokken van deze ontwikkeling en hoopt dat de politiek zich verantwoordelijk zal voelen voor deze tekorten. Volgens directeur W. van de Giessen is het onvermijdelijk dat een aantal dak- en thuislozen toch voor een dichte deur komen te staan. “We moeten dan een selectie maken omdat er gewoon geen plaats is voor iedereen.”

In het Vondelpark trekt men zich niet veel aan van deze opvangproblemen. “Vannacht heb ik meer gelachen dan ik in weken heb gedaan”, zegt de 37-jarige Fred. “Waarover? Gewoon, we hebben elkaar verhalen verteld. Je moet er toch zelf iets van maken. Ok, het was ijskoud vannacht, maar als je er niet aan denkt, heb je er ook geen last van”. Hij heeft onder twee dunne dekens geslapen. Anders is dat met een dakloze die kleumend komt aanschuifelen. Hij heeft zich met slechts een dun vloerkleedje warm moeten houden en kruipt kreunend tegen de slaapzak van Bart aan.

Allemaal zijn ze het erover eens: in de opvangcentra moet je om zeven uur opstaan en dat vinden ze niets. “Hier zijn geen regels, hier ben je vrij”, zegt Bart. En, vult zijn buurman aan, terwijl boven hun hoofd lijn drie overdendert: “In de centra liggen ze tot vier uur 's nachts te snurken. Als hier iemand ligt te ouwehoeren, sturen we hem weg.”

De afgelopen dagen hebben ze een paar keer een fles wijn gekregen, soms wat geld. Het Leger des Heils brengt warme soep. Theo - die vannacht wel in een Huis voor Onbehuisden heeft geslapen en nu even polshoogte komt nemen - denkt te weten waarom zijn maten ondanks de vorst toch buiten blijven slapen. “Ze gaan tot de rand”, meent hij, “Het is het uittesten van de uiterste pijngrens.”