Bom in Grozny illustreert gebrek aan vooruitgang

MOSKOU, 6 DEC. De autobom die deze week in Grozny aan zeker elf mensen het leven heeft gekost, is de zoveelste gewelddaad in Tsjetsjenië sinds daar afgelopen zomer een staakt-het-vuren werd afgesproken. De aanslag wordt in in verband gebracht met de naderende Russische verkiezingen die, zoals premier Tsjernomyrdin gisteren nog eens verzekerde, ook in de opstandige deelrepubliek op 17 december doorgaan.

De bom ontplofte maandagmiddag bij het gebouw van de voorlopige Tsjetsjeense regering, die door Moskou in het zadel is geholpen. De Russische televisie toonde beelden van autowrakken en van aan stukken gereten mensen. De aanslag, die door niemand is opgeëist, is een “terreurdaad om de bevolking te intimideren aan de vooravond van de verkiezingen”, zo verklaarde de Tsjetsjeense 'premier', Dokoe Zavgajev.

De aanslag volgt op eerdere anonieme aanvallen op Russische functionarissen en op Tsjetsjenen die met hen samenwerken. Generaal Anatoli Romanov, bevelhebber van de Russische troepen in Tsjetsjenië, ligt nog altijd in coma sinds hij anderhalve maand geleden slachtoffer werd van een moordaanslag. Verder komen bijna dagelijks soldaten en burgers om bij schermutselingen.

Het geweld heeft plaats ondanks een wankel bestand dat de strijdende partijen eind juni bereikten nadat een bloedige gijzeling van een Russisch ziekenhuis door Tsjetsjenen voor een schokeffect in Moskou had gezorgd. Sindsdien wordt vruchteloos onderhandeld over een politiek akkoord waarin de status van de deelrepubliek moet worden vastgelegd.

De oorlog in Tsjetsjenië begon een jaar geleden toen Russische troepen op 11 december de deelrepubliek binnentrokken om een eind te maken aan de al in 1991 eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid. De strijd, waarbij duizenden mensen zijn omgekomen en waarbij de hoofdstad Grozny zwaar is beschadigd, duurt veel langer dan in Moskou was verwacht. President Jeltsin heeft al gesproken van de “grootste teleurstelling uit mijn presidentschap”.

De binnenlands-politieke gevolgen van het Tsjetsjeense debâcle zijn moeilijk meetbaar, maar het vooralsnog zonder resultaat blijvende geweld lijkt liberale politici verder van Jeltsin te hebben vervreemd en het al niet geringe wantrouwen van de bevolking jegens de autoriteiten te hebben vergroot. De afkeer van de oorlog is in Rusland algemeen, niet omdat het Tsjetsjeense volk onafhankelijkheid wordt gegund, maar omdat er dagelijks Russische jongens sneuvelen.

Het laatste nieuws over de onderhandelingen is een aankondiging van Jeltsins afgevaardigde Oleg Lobov, afgelopen zondag, dat Moskou Tsjetsjenië een speciale status binnen Rusland wil aanbieden. “Dat betekent dat het gezag over staatszaken voor een groot deel wordt overgedragen aan de Tsjetsjeense republiek”, zei Lobov. Uitgezonderd zouden zijn de controle over de munt, de grensbewaking en het leger. Op het voorstel is van Tsjetsjeense zijde nog niet gereageerd.

Vooralsnog is Tsjetsjenië in de ogen van Moskou nog altijd een gewone deelrepubliek van de Russische Federatie, waar dus net als in de rest van het land op 17 december moet worden gestemd voor het nieuwe Russisch parlement. Als het aan de Russen ligt kiezen de Tsjetsjenen tegelijkertijd een opvolger van Dzjochar Doedajev als leider van de republiek. Met die opvolger hoopt Moskou dan een definitieve vrede te bereiken.

De verkiezingen hebben aan Tsjetsjeense zijde tot tweespalt geleid. Behalve Zavgajev zelf hebben zich nog drie kandidaten voor het 'presidentschap' gemeld. Onder hen bevindt zich met Russische goedkeuring ook Roeslan Chasboelatov, de Tsjetsjeen die naam heeft gemaakt door als voorzitter van de Opperste Sovjet Jeltsin zo te tarten dat deze in oktober 1993 tanks op het parlementsgebouw af stuurde. Maar Doedajev, die vanuit een schuilplaats nog steeds de strijd om de onafhankelijkheid leidt, heeft de verkiezingen als illegaal veroordeeld.

De bekendste rebellen hebben aangekondigd de verkiezingen te dwarsbomen. “Als we echte mannen zijn, houden we deze verkiezingen niet”, zo zei vorige maand Aslan Maschadov, de opperbevelhebber van de Tsjetsjeense strijders die mede namens Doedajev met de Russen onderhandelt. Ruslands meest gezochte terrorist, Sjamil Basajev, die in juni van dit jaar het ziekenhuis gegijzeld hield in het Russische Boedjonnovsk, zei in een vraaggesprek met Izvestija over mogelijke acties tegen de verkiezingen: “Ik zeg niks. We zullen ons gesprek voortzetten op de ruïnes van het Kremlin.”