Artsen Srebrenica verdeeld over behandeling vrouw

DEN HAAG, 6 DEC. Chirurgen van de landmacht hebben tijdens de val van Srebrenica een verschil van mening gehad of een zwaar gewonde vrouw geopereerd moest worden.

Uiteindelijk is zij niet geholpen door de Nederlandse medische staf en overgebracht naar het ziekenhuis van Srebrenica. Daar is zij overleden.

Het voorval is voorgelegd aan de inspecteur militaire gezondheidszorg die minister Voorhoeve (defensie) van zijn bevindingen binnenkort op de hoogte zal stellen. Het is niet zo, schrijft de minister in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer, dat Dutchbat opdracht had medische hulp te weigeren, zoals in een KRO-programma is gesuggereerd. Ook tijdens de verwarring rond de val van de enclave is medische hulp aan de burgerbevolking gegeven, maar de commandant van het nieuwe hospitaalteam, kolonel Hegge, die op 4 juli arriveerde, heeft, gelet op de voorraad medicijnen, bepaald dat hulp van geval tot geval bekeken moest worden en hulp aan de Nederlandse militairen voorrang had. Daarvoor moest ook een 'ijzeren' voorraad medicijnen worden aangehouden.

Ook in VN-richtlijnen wordt VN-militairen voorgeschreven terughoudend te zijn bij de hulpverlening aan de plaatselijke bevolking om de verzorging van de eigen troepen niet teveel in het gedrang te laten komen. Vanaf 11 juli, toen de kans op slachtoffers onder de Nederlandse militairen was afgenomen, heeft Dutchbat alle medische voorraden beschikbaar gesteld voor de behandeling van vluchtelingen.

Van een verschil van mening tussen Dutchbat en medewerkers van Artsen zonder Grenzen over de afvoer van gewonden naar het ziekenhuis van Srebrenica is Voorhoeve niets gebleken. Er wordt nog nagegaan, schrijft Voorhoeve, op welke grond medisch personeel heeft geweigerd bepaalde handelingen uit te voeren.