Aantal nabestaanden raakt uitkering kwijt

DEN HAAG, 6 DEC. Bijna 10.000 van de 131.500 weduwen en weduwnaars verliezen in 1998 hun nabestaandenuitkering. Ongeveer 33.500 nabestaanden raken dat jaar hun uitkering gedeeltelijk kwijt. De oorzaak hiervan is de invoering van de inkomenstoets; weduwnaars en weduwen met een eigen inkomen boven een bepaald niveau verliezen daardoor hun aanspraak op een wettelijk nabestaandenpensioen. Dit geldt in 1998 ook voor weduwen en weduwnaars die met een partner zijn gaan samenwonen.

Staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) heeft deze cijfers bekendgemaakt in antwoord op schriftelijke vragen van de Eerste Kamer. De Senaat zal het voorstel om de Algemene Nabestaandenwet (ANW) per 1 april 1996 in te voeren, binnenkort behandelen. De ANW komt in plaats van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW).

De weduwnaars en weduwen die hun uitkering straks verliezen of gedeeltelijk kwijtraken, zijn jonger dan 55 jaar en hebben een inkomen van meer dan 3.800 gulden per maand. De nieuwe wet maakt onderscheid tussen bestaande weduwen en weduwnaars en toekomstige nabestaanden. De laatste groep komt minder snel in aanmerking voor een uitkering; voor de eerste groep geldt tot 1998 een overgangsregeling.

Eerder deze week wees de beroepsvereniging van actuarissen, het Actuarieel Genootschap, de Eerste Kamer erop dat de nieuwe Algemene Nabestaandenwet vooral voor de lagere inkomens een financiële achteruitgang betekent. Mensen die na 1949 zijn geboren en geen kinderen hebben kunnen zich alleen particulier verzekeren tegen de financiële gevolgen van het verlies van hun partner. Volgens de actuarissen zijn de premies van particuliere verzekeraars te hoog voor de laagste inkomens.