Van Mierlo in Tweede Kamer: Na herijking geen collectief leiderschap

DEN HAAG, 5 DEC. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) ontkent dat buitenlandse politiek na de herijking van het beleid door een collectief van ministers zal worden gevoerd, zoals het CDA vreest.

De ministers van economische zaken, financiën, defensie en de minister voor ontwikkelingssamenwerking kunnen “facetten van buitenlandse politiek aanstralen”, maar de coördinatie van het beleid ligt bij de minister van buitenlandse zaken. Dit zei Van Mierlo bij het debat over de herijking van buitenlands beleid gistermiddag in de Tweede Kamer.

“Van de competentie van de minister van buitenlandse zaken is niets af, daar komt alleen maar de verantwoordelijkheid bij om ervoor te zorgen dat de andere beleidsterreinen die onderdeel zijn van buitenlandse belangen van Nederland meer op elkaar afgestemd zijn”, aldus Van Mierlo.

De onderliggende gedachte van de nota is de erkenning van het 'eigenbelang' bij het voeren van buitenlandse politiek, ook wel genoemd de 'economisering van buitenlands beleid', waarmee de Kamer akkoord ging. Van Mierlo erkende dat het nationaal belang vooral in economische zin moet worden gezien en dat dat allang speelt, maar in de nota expliciet wordt benadrukt. Van Mierlo: “In het buitenland schiet iedereen in de lach als wordt gezegd dat Nederlanders niet voor hun eigenbelang opkomen in internationaal opzicht.”

De herijking is wat Van Mierlo betreft een experiment om de mogelijkheden in Den Haag “totaal anders” aan te wenden en tot een bundeling van talent en krachten te komen voor het formuleren van dat beleid. Kern daarvan is dat alle delen van het buitenlands beleid worden geïntegreerd. Het gaat om beleid in politiek en economische zin, maar ook op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, milieu, landbouw, justitie en financiën.

Het buitenlands beleid zelf verandert niet (“We gaan niet anders denken over de Duits-Franse as”, zei Van Mierlo), wel de organisatie daarvan. De door Van Mierlo voorgestelde herijkte organisatiestructuur van zijn departement, die in zes maanden klaar moet zijn, gaat uit van gelijkwaardige samenwerking van 19 verschillende bureaus (thema-, regio- en forumdirecties) waarbij niet altijd even duidelijk is hoe de gezagslijnen lopen.

De Hoop Scheffer (CDA) verwacht dat de minister van buitenlandse zaken daardoor de greep op zijn departement verliest. Hij vindt dat er een 'bovenmeester' nodig is voor het buitenlands beleid, die knopen doorhakt “en dat moet niet de minister president zijn”. Van Mierlo beet De Hoop Scheffer toe dat hij “een fantoom oproept. Mijn taak wordt juist aanzienlijk zwaarder.” Maar het CDA berustte niet en diende samen met GroenLinks een motie in. Daarin wordt benadrukt dat de minister van buitenlandse zaken de politiek eerst-verantwoordelijke is voor het beleid van de nieuw te vormen geïntegreerde regiodirecties, waarbij ook ambtenaren van economische zaken worden gedetacheerd en experts van ontwikkelingssamenwerking worden ondergebracht.

De mensenrechten kwamen er volgens de Kamer nogal bekaaid af in de herijkingsnota en bij de herstructurering van het departement. Van Mierlo kondigde daarom aan een aparte directie voor de mensenrechten op te zullen zetten.