Trapezes en deftige paarden als voorwerk voor mobiles

Alexander Calder. Tot 21 januari. Louisiana Museum voor Moderne Kunst, Humlebaek, Denemarken. Goed bereikbaar per trein en bus uit Kopenhagen.

KOPENHAGEN, 5 DEC. Alexander Calder (1898-1976), de Amerikaanse evenwichtskunstenaar, is het glorieuze middelpunt van een tentoonstelling gewijd aan zijn werk in het Louisiana Museum voor moderne kunst in Humlebaek, 30 kilometer buiten Kopenhagen. De man van de ruimtelijke constructies zegeviert hier als directeur van zijn eigen modelcircus.

Het Louisiana ligt aan de Sont, mysterieus mistig in deze tijd van het jaar. Het museum opende in 1958 op het terrein van het gelijknamige landhuis waarvan de eigenaar drie opeenvolgende echtgenotes had die Louise heetten. Het museum is altijd een centrum van moderne kunst geweest en toonde 25 jaar geleden al een overzichtstentoonstelling van Calder. In de vaste collectie van het museum en op het adembenemende grasplateau dat over strand en water uitkijkt, neemt Calder een ereplaats in.

Het is dan ook een soort thuiskomen van de Amerikaanse kunstenaar die beslissende jaren in Parijs doorbracht, waar hij vriendschap sloot met Miró, Arp, Léger en Mondriaan. De meeste verzamelingen en tentoonstellingen van twintigste-eeuwse plastische kunst bevatten wel een paar lichte, soms kleurige draad- en plaatfiguren van Calder, 'stabiles' en 'mobiles'. Menige openbare ruimte wordt 'gemaakt' door een van zijn vele malen manshoge constructies: de grootste is 20 meter hoog en staat in Montreal.

Op de tentoonstelling in Humlebaek zijn 150 werken van Calder te zien, uit Europa en de Verenigde Staten. Daardoor wordt de kunst van Calder een stelsel, met variaties in licht en zwaar, bewegend en verstild. Schetsen, brons, hout, werk uit de jaren dertig, veertig en vijftig.

De openbaring, voor wie het nog niet wist, is het artistieke voorwerk, het laboratorium waarin Calder alles ontwikkelde wat hij later op zeer uiteenlopend formaat zou uitwerken: het circus. Een uniek Pathé-filmpje, aangevuld met echte voorwerpen, geven een geestig en ontroerend beeld van een niet meer piepjonge kunstenaar, die op zijn knieën gezeten avondvullende circusvoorstellingen speelde voor een Parijs publiek van genodigden.

Alles was eigenhandig gemaakt. Niet alleen de circusring, maar ook de directeur-spreekstalmeester, de trapeze met waaghalsende artiesten en kreetjes-slakende assistente, de gevaarlijke leeuw en de gedresseerde, deftige paarden. De spanning was om te snijden, tot en met de muziek, van 78-toeren-platen, gedraaid door een verveelde mevrouw in de coulissen.

Hier ontdekte Calder zijn fascinatie voor het grensgebied tussen stilstand en energieke beweging, tussen gewichtloosheid en zwaartekracht. Hier verkende hij met meesterhand de ruimtelijke essentie van een lichaam in actie. Het is vederlichte, absurdistische en wonderlijk mooie beeldende circuskunst. Een belevenis, een beetje uit de buurt, maar de reis waard.