Strijd in Sri Lanka nog niet gestreden

NEW DELHI, 5 DEC. De Sri-Lankese strijdkrachten hebben vanmorgen plechtig de nationale vlag gehesen in de stad Jaffna, die tot voor kort als hoofdstad diende van de separatistische Tamil Tijgers. Het is voor het eerst in tien jaar dat de regering weer de scepter zwaait in de noordelijke stad. “Dit is een historisch moment”, sprak dan ook een Sri-Lankese radioverslaggever, die als een der zeer weinigen present was bij de ceremonie.

Het is intussen onduidelijk wat er met de resterende Tamil Tijgers is gebeurd, die zich de laatste weken in Jaffna hadden verschanst en zich tot het uiterste verzetten. Eerder hadden woordvoerders in Colombo verklaard dat ze zich alleen maar konden overgeven of zelfmoord plegen.

De inname van Jaffna, vanouds het culturele en politieke hart van de Tamil-minderheid in Sri Lanka, is van groot psychologisch belang. Allereerst is hiermee de mythe van de onoverwinnelijkheid van de Tamil Tijgers doorgeprikt. Vol zelfvertrouwen hadden die verklaard dat de regeringsmilitairen er nooit in zouden slagen ook maar een vierkante meter grond te veroveren buiten de grote basis Palali, die ze ten noorden van de stad Jaffna nog bezetten.

De zwaar bevochten zege in Jaffna krikt tegelijk het moreel van het regeringsleger op, dat vooral uit leden van de Sinhalese meerderheid bestaat. Jarenlang miste dat het lef om de meedogenloze Tijgers krachtig aan te pakken. Nooit tevoren hadden de militairen daadwerkelijk hoeven vechten en bovendien had een welig tierende corruptie de strijdbaarheid aanzienlijk verminderd.

Ook afgelopen zomer nog liep het leger forse tikken op, nadat de Tijgers vredesbesprekingen met president Chandrika Kumaratunga in april eenzijdig hadden opgezegd en de strijd hadden hervat. Maar het leger herstelde zich en rukte sinds half oktober op naar het Tijger-bolwerk Jaffna.

Volgens zegslieden in Colombo verloren daarbij 400 manschappen en bijna 2.000 Tijgers het leven. Vermoedelijk zal het eerste cijfer in werkelijkheid hoger hebben gelegen en het tweede lager.

Hoe belangrijk de val van Jaffna ook is, ze betekent geenszins het einde van de al sinds 1983 woedende burgeroorlog op Sri Lanka. Daarover liet ook de opperste leider van de Tijgers, Vellupillai Prabhakaran, die Jaffna al weken geleden had verlaten, geen misverstand bestaan. “Zolang het Sinhalese leger Jaffna bezet, zullen de deuren voor de vrede potdicht blijven”, verklaarde de besnorde leider vorige week al.

Prabhakaran heeft ervoor gezorgd dat de zege van de regering in Jaffna holler uitvalt dan haar lief is. De plaats is namelijk een stad zonder mensen geworden. Veruit de meeste van de circa 120.000 inwoners zijn, mede op aandrang van de Tijgers, gevlucht naar gebieden die nog onder controle staan van de opstandelingen.

De regering hoopt dat de meeste mensen spoedig naar huis terugkeren. Colombo wijst erop dat de stad door de jongste gevechten niet veel zwaarder is beschadigd dan ze al was. Maar hoewel veel inwoners zonder twijfel niets liever zouden willen dan terugkeren, worden ze daarvan weerhouden door angst voor represailles van de Tijgers, die hen dan als verraders zouden beschouwen.

Er is ook geen sprake van dat de Tijgers militair beslissend zijn verslagen. De luchtmacht is door succesvolle beschietingen van de kant van de Tijgers de laatste weken teruggebracht tot een handjevol toestellen met bange piloten en ook de marine kan maar geen vat krijgen op de noordelijke wateren.

Voorts hebben de Tijgers de laatste tijd kans gezien hun greep op het oosten van het land te versterken. Weliswaar zijn de Tamils daar niet zo rijk vertegenwoordigd als in Jaffna, maar ook deze streek hebben de Tijgers altijd opgeëist als deel van hun eigen staatje. En als de nood aan de man komt, trekken de Tijgers zich eenvoudig in de jungle terug.

Het zal president Kumaratunga onder de huidige omstandigheden niet meevallen de politieke gesprekken met de Tamils weer op gang te brengen. Allereerst moet ze de Sinhalezen in hun zege-roes zien te temperen. Die zullen geneigd zijn de huidige succesvolle militaire campagne tot het bittere einde door te zetten. Zelf heeft Kumaratunga echter gezegd te beseffen dat de wapens uiteindelijk geen oplossing bieden voor het bittere conflict tussen de Sinhalezen en de Tamils en dat de regering op termijn zaken moet doen met de Tijgers en andere, minder machtige Tamil-organisaties. Het grote probleem voor de president is echter dat de Tijgers zich tot dusverre noch ontvankelijk hebben getoond voor de zachte aanpak die ze na haar aantreden vorig jaar hanteerde, noch voor de harde aanpak van de laatste tijd.