'Stakers bij spoorwegen komen op voor alle Fransen'

PARIJS, 5 DEC. “Een andere regering? Je m'en fous - het zal me een zorg zijn. Ze moeten het plan-Juppé terugtrekken. Wij doen niet aan politiek. Wij komen op voor de Franse werkers.” Claudio Serenelli is secretaris van de spoorwegwerkersvakbond, georganiseerd in de Force Ouvrière (FO), op het Parijse Gare du Nord. Zijn kale kantoortje biedt een prachtig uitzicht over de besneeuwde spoorrails die normaal van Parijs leiden naar Lille, Brussel, Amsterdam en Londen. De rails zijn nu aan het roesten. Verderop, op Montmartre ligt de Sacré-Coeur onder een eerste laagje sneeuw. “Ik hou niet van dat gebouw”, zegt Claudio, “weet je waarom ze het gebouwd hebben? Om de overwinning op de Parijse Commune te vieren, in 1871. Ik hou mijn vakbondsgeschiedenis warm.”

De harde kern van de stakingen tegen de voorgestelde hervorming van de sociale zekerheden die Frankrijk nu bijna twee weken totaal verlammen ligt hier op het Gare du Nord, bij de spoorwegwerkers. De strijd is zwaar, zelfs bij de spoorwegemployés is maar tien procent lid van een vakbond. Een deel bij de communistische CGT, een kleiner deel bij de socialistisch georiënteerde FO. Maar welke regering er zit zal hun een zorg zijn. Ze strijden voor de rechten van de werkende Fransen. Alain Pigeon komt binnenlopen: “Ik zie het eenvoudig. Wat Chirac moet doen, is waarmaken wat hij in zijn verkiezingscampagne heeft beloofd: de werkloosheid bestrijden. Dan komen er genoeg premies en dan is er geen gat in de sociale verzekeringskassen.”

Serenelli vult aan: “Wij willen niet dat er een gezondheidsverzekering voor iedereen komt over onze rug. Wij hebben generaties lang gestreden voor een goed sociaal verzekeringssysteem. Maar anders dan iedereen zegt, willen wij het niet alleen voor onszelf verdedigen, wij komen op voor alle werkers in Frankrijk. Ook de privésector steunt ons daarom.

Vandaag en morgen is het erop of eronder; de laatste kans om te voorkomen dat het nieuwe contract tussen de SNCF [de spoorwegen] en de Franse staat aan 30.000 spoorwegmannen in vier jaar hun werk kost, zoals Serenelli voorrekent. De laatste grote spoorwegstaking was in de winter van '86/'87, toen de Franse treinen drie weken stilstonden. Het was een wilde, slecht gecoördineerde staking, waar de spoorwegbonden een matige herinnering aan bewaren, ook al leverde het een lichte verbetering van de loonschaal op. Zolang de privésector niet meedoet, weten de vakbonden die vandaag massaal de straat op gaan dat de hele Franse overheidssector plat moet gaan om de regering op de knieën te dwingen. Ook de persoonlijke investering voor de stakers is groot. Zij verliezen iedere gestaakte dag hun salaris, en zelfs de niet-gewerkte vrije dagen en zondagen worden op hun salaris ingehouden. Maar ze weten dat het de laatste grote staking is voordat de regering haar zin krijgt en van Frankrijk een gewoon hard land maakt.

In een tent op de binnenplaats van het SNCF-kantoor Paris Nord houdt de grote voorman van FO, Marc Blondel, zijn pep talk van de dag. Gekleed in een blauwe blazer met zilveren knopen over een bruine trui roept hij in de megafoon tot de stakende spoorwegwerkers van alle vakbonden plus ongeorganiseerden: “U voert een moedige strijd, geen egoïstische of corporatistische strijd, zoals ons wordt verweten. U verdedigt de sociale zekerheid en de publieke dienstverlening in dit land. Het is de strijd om de gelijkheid van alle burgers.”