Slimheid ontmoet obsessie in Heerlen

Tentoonstelling: Attitudes 1 met Han Schuil en Philip Akkerman. Stadsgalerij Heerlen, Raadhuisplein 19, Heerlen. T/m 7 jan. Di t/m vr 11-17u, za-zo en feestdagen 14-17u. Nieuwjaarsdag gesloten. T/m 7 januari.

Wanneer je als toeschouwer de Stadsgalerij in Heerlen binnenwandelt krijg je even het gevoel dat de rollen zijn omgedraaid. Voor een moment waan je je niet de kijker maar het subject van beschouwing - vanaf de wanden kijken meer dan veertig paar ogen je indringend aan. Vanaf de galerij op de eerste verdieping zijn dat in 39-voud de ogen van Philip Akkerman, de schilder die al bijna vijftien jaar alleen nog maar zichzelf schildert. Op de begane grond turen ook nog eens een viertal kijkers van Han Schuil je aan, maar dat zijn de ogen van Daffy Duck, van Micky Mouse of van Goofy. Het zijn geen ogen die een suggestie van werkelijkheid willen wekken, maar symbolen van ogen - grote, witte ovalen gevuld met donkere cirkeltjes. Dat het Schuil ook niet om een suggestie van werkelijkheid te doen is, blijkt uit de schroefjes die dwars door de ogen heen uit zijn aluminium platen steken.

Met Attitudes I, een 'combinatie-tentoonstelling' van Philip Akkerman en Han Schuil heeft ook de Stadsgalerij Heerlen zich gewaagd aan een reeks 'confronterende tentoonstelling' met modieuze titels. Zoals het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn Coupletten heeft en het van Abbe- museum in Eindhoven zijn Entre'acts, komt Heerlen nu met een reeks Attitudes, ook al zo'n serie waarbij de belangrijkste voorwaarde van de titel lijkt dat die niet per se aan beeldende kunst refereert. Binnen zulke tentoonstellingen mogen kunstwerken dan ook onbekommerd worden geassocieerd en stijlen worden gecombineerd.

Om dit tentoonstellingsconcept te legitimeren hebben ze in Heerlen het zo langzamerhand volledig uitgekauwde concept van het 'einde van de schilderkunst' weer eens van stal gehaald. In de catalogus wordt gerefereerd aan Der Zerbrochene Spiegel, de schilderkunst-tentoonstelling die in 1993 in Wenen en Hamburg nog eens het besef wilde bevestigen dat er ook na het modernisme, dat het schilderij als 'venster op de werkelijkheid' afwees, nog voldoende reden is om door te schilderen.

In de Stadsgalerij heeft men, om dat onderzoek verder te volvoeren, twee schilders uitgenodigd die volgens een bijna Nijhoffiaans principe werken: 'kijk maar, er staat niet wat er staat'. Het duidelijkste, maar ook het platste gebeurt dat bij Schuil, die zich maar al te goed bewust is van de modernistische en postmodernistische traditie. Schuil heeft daar zijn eigen slimme consequentie uit getrokken en de wereld die hij in zijn schilderijen weergeeft bovenal opgevat als een stelsel van symbolen. De strip-ogen zijn er een voorbeeld van, net als de verkeersborden, de huisjes en de wolkjes die Schuil in veel van zijn doeken verwerkt - symbolen voor de werkelijkheid die door de schilder weer in verf worden gesymboliseerd. Dat levert kleurige schilderijen op die eigenlijk niet veel meer zijn dan een Russisch poppetje zonder inhoud.

Ook het verband tussen Akkerman en Schuil is wat gezocht; Akkermans zelfportretten staan op het eerste gezicht juist in de eeuwenoude traditie van de geschilderde portretkunst. De toegevoegde waarde zit hem echter in het obsessieve 'alleen maar zichzelf schilderen'. Dat lijkt nogal eenvoudig, maar als je als toeschouwer, zoals nu in Heerlen, 39 doeken van de schilder bij elkaar ziet, ontstaan er merkwaardige effecten. Eerst ga je op zoek naar alle verschillen die Akkerman heeft aangebracht - verschillen in schilderstijl, in achtergrond, in blikrichting en vooral in attributen die hij bij zich draagt (een hoedje! een zonnebril!). Vervolgens ontdekte ik bij mezelf het merkwaardige verlangen de 'echte' Akkerman te willen ontdekken tussen al die doeken die zo overduidelijk aan één 'werkelijkheid' (zowel geschilderd als fysionomisch) refereren. Natuurlijk zit zo'n schilderij er niet tussen, maar daardoor betrapte ik mezelf er wel op dat ik aan die 39 doeken nauwelijks genoeg had - ik wilde er meer, en dat is een vraag waar Akkerman met zijn levenslange oeuvre aan beantwoordt.

Wat ondertussen de reden is geweest om Schuil en Akkerman bij elkaar te zetten is me een raadsel. De keuze lijkt ad hoc, zo zijn er nog wel meer te verzinnen. In de Stadgalerij Heerlen kijk je nu naar een jongleur die goochelt met twee ballen - een skippybal en een aardappel. Dat levert weliswaar vervreemdende en komische effecten op, maar als combinatie blijft het onzinnig.