Sidderen als dieren op Stravinsky's offer aan de aarde

Gezelschap: Compagnie Marie Chouinard, productie: Le Sacre du Printemps, choreografie en lichtontwerp: Marie Chouinard, muziek: Igor Stravinsky, geluidseffecten: Rober Racine, kostuums: Zaven Paré. Gezien: 2 december, Stadsschouwburg Amsterdam. Daarna tournee.

Igor Stravinsky's Le Sacre du Printemps, gecomponeerd voor het befaamde Ballet Russe van Serge Diaghilev en bij de première in 1913 met de choreografie van Vaslav Nijinsky een enorm schandaal veroorzakend, heeft veel choreografen geïnspireerd. Dat heeft zeer verschillende en lang niet altijd even geslaagde interpretaties opgeleverd, van solo's tot groots opgezette spektakelstukken. De in Nederland meest bekende versies zijn die van Pina Bausch en Maurice Béjart. Bijna alle choreografen hielden en houden zich aan het oorspronkelijke thema: een ritueel waarin aan de ontluikende aarde een uitverkoren maagd wordt geofferd die zich dood danst.

Zo niet de Canadese danseres/ choreografe Marie Chouinard, hier voor het eerst te zien tijdens het Holland Festival van 1985, waar ze opzien baarde door haar fantasierijke en ongeremde danstheater. Zij maakte twee jaar geleden een Sacre die van geheel andere gedachten uitgaat. De acht dansers die zij gebruikt zijn nauwelijks menselijke wezens. Het zijn organismen die door een oerkracht gedreven door een universum bewegen - sidderend, schokkend, kronkelend, wiegend, zich uitstrekkend, in elkaar krimpend. Soms blijven ze ook even op één plaats staan, zich koesterend in een felle lichtbundel. Haar dansers zijn instinctief handelende dieren - alert, schichtig, speurend, fel aanvallend dan wel zoet uitdagend.

Als inleiding is er het versterkte geluid van een over het papier krassende pen, waarop de dansers zich één voor één op het speelvlak bewegen. Ze banen zich een weg door uit de vloer oprijzende korte, flauw gekromde maar scherpe uitsteeksels. Later zullen die objecten dienen als penissen, als horens, als buffelgeweien, als tentakels die uit knieën, ellebogen en polsen groeien. De muziek begint en we zien één of twee dansers gevangen in een felle lichtcirkel, een eigen wereld die onderdeel blijkt van een verzameling werelden met elkaar verbonden door Stravinsky's compositie. De bewegingen zijn vaak klein en spelen zich tegelijkertijd af in verschillende lichaamsdelen. Een arm strekt zich naar achter, de hand wuift langzaam, terwijl het hoofd ver achterover gebogen heen en weer wiegt, een elleboog scherp de lucht in stoot, een schouder krampachtig omhoog schiet en de knieën zachtjes knikken. Maar er zijn ook grote beenzwaaien, sprongen en draaien. De strakke, tot halverwege het dijbeen reikende, witte en zandkleurige trainingspakjes en de zware make-up die de ogen fel accentueert, sluiten goed aan bij de choreografie. Chouinards Sacre is een interessant, suggestief werk met een geheel eigen signatuur en een verrassende theatrale inventiviteit.