Nota over flexibel werken leidt tot scheuring kabinet

DEN HAAG, 5 DEC. Na wat haarscheurtjes (Winkeltijdenwet, Ziektewet) kwam vorige week vrijdag de eerste barst in het Paarse kabinet. Er is een machtsstrijd uitgebroken tusssen PvdA (Melkert, Wallage, Kok) aan de ene kant en VVD (Zalm, Bolkestein) en D66 (Wijers, Sorgdrager) aan de andere kant over de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Een onderwerp waarover in het regeerakkoord geen uitgewerkte afspraken zijn gemaakt.

Het PvdA-smaldeel in het kabinet wil werknemers meer (sociale) zekerheid geven. Het liberale smaldeel (VVD, D66) pleit voor meer marktwerking en flexibilisering. De spagaat die Melkert in zijn nota Flexibilisering en zekerheid tussen beide polen wilde maken is mislukt. De ministers Zalm, Wijers en Sorgdrager vonden dat de sociaal-democraat de balans naar de zekerheid liet doorslaan en stemden met de voeten. Melkert heeft de uitgeklede nota gisteren knarsetandend naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij hield zelfs geen persconferentie.

Het gevecht gaat over een fundamenteel economisch thema: het ontslagrecht en de wijze waarop werkgevers zich onder de regelgeving op de arbeidsmarkt proberen uit te wurmen. In vrijwel alle internationale studies wordt de relatief hoge werkloosheid in Europa geweten aan de starre arbeidsmarkt. Anders dan in de Verenigde Staten kunnen werkgevers hier hun personeel niet zomaar op straat zetten. Het arbeidsrecht heeft allerlei zekeringen ingebouwd. Omdat werkgevers niet zomaar van hun personeel afkunnen hebben ze allerlei middelen aangegrepen om de in hun ogen starre regelgeving te ontduiken. Zo maken ze op steeds groter schaal gebruik van uitzendkrachten, oproepkrachten, tijdelijke contracten, etcetera. Deze vluchtweg staat bekend als flexibele arbeid. Het aantal flexwerkers neemt rap toe. Werkten er midden jaren tachtig in Nederland nog gemiddeld 40.000 uitzendkrachten per dag, inmiddels is dat al opgelopen tot 140.000. Voor het jaar 2003 voorzien de onderzoekers van Eurostat en Goldman Sachs een aantal van 241.000.

Aan uitzendarbeid zijn wettelijke beperkingen gesteld. Zo bedraagt de maximale termijn waarvoor uitzendbureau's mensen mogen uitlenen 6 maanden. In de praktijk wordt inmiddels ook een termijn van een jaar getolereerd. Maar er zijn grenzen. Omdat sommige projecten langer duren hebben de uitzendbureau's een sluipweg gevonden: detachering. Detacheren is geen juridisch begrip. In de praktijk wordt eronder verstaan: het tijdelijk uitlenen van arbeidskrachten die bij de uitlener in dienst zijn. De dienstbetrekking is er een voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd. Ook komen er veel oproepcontracten voor. Melkert heeft in één keer paal en perk aan dit soort flexibele, nog niet gereguleerde praktijken willen stellen, door zoveel mogelijk flexwerkers vastigheid te bieden in de vorm van een vaste arbeidsovereenkomst, het liefst voor onbepaalde tijd. Hij is van een koude kermis thuisgekomen.

Het gevecht tussen de economische titanen Melkert, Zalm en Wijers kondigde zich al in het najaar aan. Toen wist Melkert tegen de zin van Zalm en Wijers te voorkomen dat CAO's niet langer dwingend opgelegd worden aan alle werkgevers en werknemers in een bedrijfstak. Zalm en Wijers wilden zich aan het regeerakkoord houden. Daarin staat dat CAO's niet langer opgelegd worden aan iedereen als daarin geen plaats is ingeruimd voor lage loonschalen op en net boven het minimumloon. Zalm en Wijers zijn toen gebogen voor Melkert, die de steun genoot van Kok en de sociale partners. Ditmaal hebben ze hun rug rechtgehouden gedurende de twee maanden dat de concept-nota van Melkert in steeds weer aangepaste versies binnen het kabinet circuleerde. Melkert moet voor advies naar de sociale partners en het uitzendwezen. De nota die Melkert gisterenavond naar de Tweede Kamer stuurde is in feite an agreement to disagree. Het gevecht gaat gewoon door en spitst zich nu toe op het ontslagrecht.

Hierover zijn wel duidelijke afspraken gemaakt. De ontslagtermijn wordt wat verkort, maar verder gebeurt er niets. De werkgevers en liberale ministers zijn bereid Melkert tegemoet te komen inzake de door hem gewenste zekerheden voor flexibele werknemers, als ook het ontslagrecht wat soepeler wordt. Melkert's voorganger als minister van sociale zaken, Bert de Vries, wilde de zogeneten preventieve ontslagtoets al afschaffen. Melkert wil niet verder gaan dan het verkorten van de totale ontslagtermijn.

Hoe zit het ontslagrecht op dit moment in elkaar? Voor sommige werknemers (zieke werknemers, leden van ondernemingsraden, mensen met ouderschapsverlof) geldt een ontslagverbod. Voor anderen moet de werkgever naar het arbeidsbureau voor een ontslagvergunning. Het arbeidsbureau doet doorgaans zo'n 6 weken over het nemen van een besluit hierover. Daarna gaat de opzegtermijn in, die, afhankelijk van de leeftijd van de werknemer, kan oplopen tot 6 maanden. Vervolgens kan een werknemer in beroep gaan bij de kantonrechter. Een lange weg om van een niet functionerende werknemer af te komen. Veel werkgevers kiezen voor de rechtstreekse weg naar de kantonrechter en voor inschakeling van flexwerkers.

De werkgevers en met hen de politici van VVD en D66-huize willen dit ontslagrecht versoepelen. Dat kan door het afschaffen van de preventieve ontslagtoets, het opheffen van ontslagverboden en het verkorten of afschaffen van opzegtermijnen. Als dit allemaal tegelijk gebeurt is Nederland aangeland bij het Angelsaksische model. In de Verenigde Staten kunnen werknemers zomaar op straat worden gezet. Als ze het niet met hun werkgever eens zijn moeten ze maar naar de rechter lopen. Zo ver willen VVD en D66 niet gaan. Het gevecht gaat om de tussenposities op de balans tussen Angelsaksisch en Rijnlands (Europees) model en tussen zekerheid en flexibiliteit.

    • Frank van Empel