Morgen is hij weer weg

Volgens de Nederlandse kalender is Sint Nicolaas al weer bijna vertrokken. Dat gebeurt zo onopvallend dat het bijna opvalt. Zijn vertrek staat daarmee in schril contrast tot z'n aankomst. Hij wordt ingehaald met veel bombarie, maar vertrekt met stille trom. Geen mens die het ziet of weet hoe het precies gebeurt.

Die vorm van verdwijning is heel symbolisch. De Sint-Nicolaastijd is over en uit. Je zult weer bijna een jaar moeten wachten, voordat hij opnieuw verschijnt.Nu kent een heilige natuurlijk geen vaste werktijden. Altijd staat hij klaar voor wie zich tot hem wendt om hulp en raad. Slechts in zijn rol van geschenkengever en kindervriend moet hij zich houden aan een soort tijdschema. Dat is echter veel ruimer dan wij wel denken. Morgen, 6 december, is het bijvoorbeeld de grote dag voor al die kinderen buiten Nederland, waar Sint Nicolaas ook wordt gevierd. Niet dat ze grote cadeaus krijgen, maar wel noten, appels en snoepgoed. De zak van de linker Sint puilt ervan uit. Dat hij het goed met de kinderen meent, blijkt nog eens uit het speculaashart in z'n rechter hand.

De ansichtkaarten, afkomstig uit Oostenrijk, Tsjechoslowakije en Hongarije, tonen een Sint die aan een nieuwe ronde begint. Zijn komst verwijst naar het feest op 24 december, als de grote cadeaus onder de kerstboom liggen. Zijn nauwe verbondenheid met kerst blijkt om te beginnen uit de engeltjes die hem bijstaan. Deze gevleugelde helpers - absoluut niet te verwarren met 'de gevleugelde vrienden' of 'gevleugelde vriendjes' - zijn afgeleid van het 'Christkind', het kindeke Jezus. Deze werd onder anderen door Luther als 'Gabenbringer' geïntroduceerd en wel op 24 december. Oorspronkelijk had ook hij Sint Nicolaas gevierd, maar zo'n paapse afgod kon niet langer worden getolereerd. Toch bleek de traditie ook in dit geval sterker dan de leer. Via de achterdeur kwam Sint toch weer binnen, zij het nu als voorbode en niet meer als de eigenlijke gulle gever. Er zijn overigens Sint-Nicolaaskaarten, maar vaak wel van voor de Eerste Wereldoorlog, waarop hij wel als gever aan de vooravond van kerst verschijnt.

De Hongaarse kaart (rechts) is een mengvorm. Naast Sint Nicolaas staat een zak met snoep en appels, terwijl bij het engeltje een mand met speelgoed staat. Op de andere twee kaarten beperkt Sint zich tot het brengen van appels en koekjes.

Het kerstboompje (linker kaart) en de enorme sok (middelste kaart) duiden er echter op dat de kinderen straks nog veel meer te wachten staat. Als ze zoet zijn, uiteraard!

De engeltjes zijn niet alleen helper maar maken ook duidelijk dat Sint in de hemel woont en dat je hem niet kunt zien. Engeltjes zijn immers onzichtbaar, dus Sint ook. Hij komt pas als je allang in dromenland bent. Vreemd dat de engeltjes jurkjes en schoentjes dragen. Zulke onstoffelijke wezentjes kan immers geen vrieskou deren.