Lange neus bestraft

HET STRAFRECHT is in wezen een ongeschikt instrument om structurele fraude aan te pakken, concludeerde het echtpaar Brants bij het begin van de jaren negentig in een criminologische studie. De structurele ongelijkheid in de samenleving - en dus ook in het strafrecht (hetgeen overigens wat anders is als 'klassejustitie') - maakt dat pogingen dit toch te doen de ongelijkheid eigenlijk alleen maar vergroot. De strafrechtelijke fraudebestrijding vergt volgens de criminologen een 'morele partijdigheid' die moeilijk valt te verenigen met de 'magistratelijke' rol van de justitie.

Het is voor de rechtbank in Den Haag geen beletsel gebleken een krachtig signaal af te geven in de zaak-Van der Valk. De rechters gingen uit boven de eis van de officier van justitie. Dat is ongebruikelijk en vergt een speciale motivering. De zaak was er ook naar en niet alleen wat betreft de omvang van het bedrag waarvoor fiscus en bedrijfsvereniging waren getild. De aan de weg timmerende horeca-clan had openlijk een lange neus getrokken tegen de regels en geboden met een populistisch appel op de hardwerkende gewone man.

DE RECHTERS hebben dit beeld hardhandig doorgeprikt. Er is “opzettelijk, stelselmatig en jarenlang” de hand gelicht met belastingen en afdrachten. Ondanks alle verzekeringen van een beleidswijziging geeft de houding van een der hoofdverdachten weinig hoop voor de toekomst. De precieze afweging van de rechters zal nog in hoger beroep worden getoetst. En de aanpak van de fraude zal de justitie wel altijd blijven stellen voor een handhavingsdilemma: afschrikken versus verharding, overreding versus bestraffing. De rechters herinneren er in elk geval aan dat dit geen vrijblijvende keuzes zijn.