Jorritsma: meer concurrenten voor PTT

DEN HAAG, 5 DEC. De kans is groot dat PTT Telecom al vóór 1998 te maken krijgt met twee grote concurrenten in ons land, in plaats van één. Minister Jorritsma (Verkeer) heeft een nieuw voorstel voor interim-wetgeving bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt, waarin zij rekening heeft gehouden met de kritiek op het “duopolie” dat zou ontstaan als gevolg van het beleid tot dusver.

In plaats van ten hoogste één concurrent is er in het nieuwe voorstel nu sprake van minstens één concurrent. Het wetsvoorstel laat nadrukkelijk de mogelijkheid open dat energiebedrijven enerzijds en de Nederlandse Spoorwegen anderzijds, beide op landelijke schaal, al dan niet in samenwerking met anderen, een landelijke telefoondienst aanbieden.

De vorige verkeersminister, Maij-Weggen, streefde naar een bundeling van krachten van energiebedrijven en de NS. Zowel de energiebedrijven als de NS beschikken over telecommunicatie-netwerken. Door die samenwerking zou er één grote krachtige concurrent voor PTT Telecom ontstaan. Concurrentie voor PTT Telecom werd nodig geacht, omdat deze onderneming niet op eigen houtje de nodige investeringen zou kunnen doen om aan alle behoeften van het bedrijfsleven te voldoen. Gezien de omvang van die nodige investeringen werd versnippering van concurrentie ook niet wenselijk geacht.

Inmiddels is de beoogde samenwerking tussen de energiebedrijven en de NS stukgelopen. De energiemaatschappijen, die veelal verbonden zijn met kabel-televisiemaatschappijen en zo hun klanten ook via de kabel diensten kunnen aanbieden, willen nu regionale telefoonmaatschappijen worden. Door koppeling van die regionale netwerken zou ook een landelijke aanbieder kunnen ontstaan.De NS is op zijn beurt in zee gegaan met British Telecom (BT) en hopen door een nieuwe vergunning voor mobiele telefoonverbindingen toegang te krijgen tot woningen en bedrijven. Ook de gezamenlijke onderneming van NS en BT zal een vergunning aanvragen voor een landelijk telefoonnet, naast dat van de PTT.

Minister Jorritsma heeft in dit krachtenveld besloten tot een aanpak waarin de aanleg van netwerken helemaal vrij wordt. Ons land is daarmee uniek in de Europese Unie. Niet iedere maatschappij krijgt echter “graafrecht”, hetgeen in feite een verplichting is van de burgers om de aanleg van kabels in hun grond te gedogen en daarvoor slechts schadeloosstelling te ontvangen. Zo'n graafrecht zal gelden voor regionale telecom-netten, maar er staat wel de (lever-)plicht tegenover om iedereen die erom vraagt van een telefoonaansluiting te voorzien, dus ook ver afgelegen klanten die commercieel minder interessant zijn. (ANP)