Jongbejaard

Wanneer je vandaag de dag zestig wordt, sta je dan al met een been in het graf?

Ben je mal, tegenwoordig maak je nog kans op zo'n twintig gezonde jaren, met als extra eventueel nog een korte Alzheimerschemer. Wanneer je rookt wordt dat wat korter, zoals die 150 hoogleraren in de medicijnen kort geleden in een advertentie in deze krant weer benadrukten.

Maar hoe dan ook, na de zestig krimpt het perspectief en wordt je aandacht eerder getrokken door een boekje als 'De eenzaamheid van de stervenden in onze tijd' van Norbert Elias. Maar wat zegt deze socioloog daarin over leeftijd? “Een man van veertig gold tussen de ridders van de dertiende eeuw als een bejaarde, terwijl hij in de twintigste-eeuwse industrie-samenlevingen als nog tamelijk jong wordt beschouwd, afhankelijk van de sociale laag waartoe hij behoort en ook van het beroep zoals bij sportlieden.”

Kijk, voetballers van over de dertig, bij voorbeeld Koeman en Wouters, worden doorgaans als bejaard gezien, maar een dirigent als Edo de Waard komt pas echt tot rijpheid na zijn vijftigste. Leeftijd blijkt in velerlei opzichten een relatief begrip te zijn. Voor sommige sociologen ligt de verklaring voor het relatieve van dit begrip in het relevante 'discours'. Dat is een geheel van collectieve denkbeelden waaraan twee niveaus onderscheiden kunnen worden, een subjectief niveau van eigen ervaringen en ideeën en een objectief of publiek niveau van algemeen heersende opvattingen. Door communicatie van de met elkaar 'interacterenden' worden beide niveaus gekoppeld waarbij de geldigheid van gebezigde opvattingen getoetst wordt.

Ben je nu een man van tegen de zestig, ik geef maar een willekeurig voorbeeld, die er uitziet als vijftig en zich zo nu en dan vijfenveertig voelt (het subjectieve niveau), dan kan bij een confrontatie met een jongere vrouw blijken dat je voor de anderen gewoon bijna zestig bent en dat dus een relatie met jou voor haar een geheide kans inhoudt op een jeugdig weduwschap (het publieke niveau). Wanneer de sociologie verder zegt dat in de communicatie opvattingen geuit, gekritiseerd en eventueel gevalideerd kunnen worden, dan wordt de optimistische senior van dit voorbeeld hard geconfronteerd met de werkelijkheid van de in de samenleving uiteindelijk de doorslag gevende biologische klok.

Eigenlijk moet het refereren aan een jongere leeftijd gezien worden als het geven van een indicatie van vitaliteit, van nog immer bruisende levenslust. Wanneer een vrouw in een contactadvertentie meldt dat ze 44 is, er uitziet als 35 en zich 25 voelt, dan wil ze vooral aangeven dat ze nog een heel nieuw leven aankan. Maar ook wanneer men zich in de communicatie beperkt tot de leeftijd die bij de burgerlijke stand staat genoteerd, kan zich een verschil van opvatting manifesteren.

Wanneer een jongen van zestien geconfronteerd wordt met een onaantrekkelijk verzoek van een van zijn ouders, dan kan hij reageren met de kreet 'Ik ben pas zestien'. Wordt echter iets geweigerd dat hij graag zou doen, omdat hij daar te jong voor wordt geacht, dan wil hij nog wel eens roepen dat hij 'al zestien' is.

Socioloog Karl Mannheim schreef: “Unser Denken ist situationsgebunden.” De situatie geeft vaak aan wat de meest begeerde, maar ook wat de uiteindelijk haalbare optie is, ook wat de leeftijd betreft. Het is daarbij soms weinig zinvol zo oud te zijn als je je voelt. Die prettige subjectieve ervaring kan in de objectieve werkelijkheid van de anderen stevig onderuit gehaald worden. Ach, Sartre zei het al: “L'enfer, c'est les autres.”