GINGERBREAD

Gingerbread heeft een lange geschiedenis. Men denkt dat gingerbread rond de elfde eeuw door kruisvaarders mee terug naar Europa werd genomen.

Daarna werd het naar Duitsland, Nederland, Groot-Brittanië, Frankrijk en Italië verspreid. In al die landen werd gingerbread (voor ons een soort speculaas) in verschillende vormen als dieren, poppen, het alfabet en traditionele figuren als Sint Nicolaas en harlekijn gebakken. De vormen werden dan meestal met een glazuur of soms met echt goudblad versierd. Tegenwoordig wordt gingerbread in veel landen per traditie in de decembermaand geserveerd. In Zuid-Duitsland maakt men er peperkoekhuisjes van die een ereplaats op de kersttafel krijgen. In Engeland maakt men gingerbread met melasse of suikerstroop, maar voor een zachtere smaak heb ik esdoornsiroop gebruikt. Voor een meer uitgesproken smaak kunt u melasse (verkrijgbaar bij reformwinkels) en een snufje kruidnagelpoeder gebruiken.

1 ei, losgeklopt

2,5 deciliter maple syrup (esdoornsiroop)

2,5 deciliter zure room

300 gram bloem

1 dessertlepel gemberpoeder

2 theelepels zuiveringszout

1 theelepel zout

60 gram boter, gesmolten

Doe het ei, de esdoornsiroop en zure room in een kom en klop tot alles goed gemengd is. Zeef de bloem, het gemberpoeder, zuiveringszout en zout boven een andere kom. Klop het ei-siroopmengsel door het bloemmengsel tot een glad beslag. Klop er de gesmolten boter door. Schep het beslag in een licht met olie ingevette springvorm van circa 20 cm doorsnee. Zet de gingerbread 20-30 minuten in een op 180amer C voorverwarmde oven, of tot hij gaar is. Laat de gingerbread eerst in de springvorm afkoelen en dan verder op een rooster afkoelen. Bestuif de gingerbread desgewenst met poedersuiker voor het serveren.