Freeport mijnbouw heeft zijn eigen Zwitserland in Irian Jaya

In het Centrale Bergland van Irian Jaya, de grootste provincie van Indonesië, delft de Amerikaanse mijnbouwfirma Freeport-McMoRan sinds 1972 koper, zilver en goud. Eerst werd de Ertsberg afgegraven en nu is het de beurt aan de Grasberg, twee toppen van het besneeuwde Carstenszmassief. De Grasberg-mijn bevat één van de grootste koper- en goudreserves ter wereld. Hij levert Freeport drie-kwart van zijn bedrijfswinst en de Indonesische staatskas bijna één procent van zijn belastinginkomsten. Intussen exploreert de onderneming een nieuwe concessie ter grootte van Zwitserland.

De Fokker 100 van Sempati Air, onderweg van Jayapura naar Jakarta, landt moeiteloos op de fraaie baan van Timika, een stadje in het zuiden van Irian Jaya. Een luchthaven in de rimboe: op enkele tientallen meters van het asfalt begint het tropische bos. Voor de aankomsthal hangen wat jonge Papua's rond, verder heerst er een robuuste no nonsense-sfeer. De aankomende passagiers, Amerikanen en Indonesiërs, stappen in bemodderde Chevrolets met nummers op de portieren en zware Mack-bussen. In de controlepost bij de uitgang zit een blauw geuniformeerde beambte met op zijn rechtermouw 'Polda' (provinciale politie) en op zijn pet 'P.T. Freeport Indonesia'.

Het vliegveld van Timika is geen 'vrijhaven'. Hier komt en gaat het luchtverkeer voor een van de grootste mijnbouwoperaties ter wereld. Vijfenzeventig kilometer naar het noorden, op vierduizend meter hoogte, delft een Indonesische dochter van de Amerikaanse mijnbouwonderneming Freeport-McMoRan koper, zilver en goud. Dat maakt het vliegveld tot een strategische plek, waar de bedrijfsvoorschriften van Freeport wet zijn. Zoals alle particuliere bewakingspersoneel in Indonesië valt de man in blauw formeel onder de politie, maar hij staat op de loonlijst van de onderneming.

Timika is een typische boom-town. Vijftien jaar geleden was dit nog bos, de jachtgronden der Amungme, een Papua-volk met een materiële cultuur die dateerde uit het Neolythicum. Op 7 april 1967, vier jaar nadat het overgangsbestuur van de VN voormalig Nederlands Nieuw-Guinea had overgedragen aan Indonesië, maar twee jaar voordat een select groepje Papua's bij 'Vrije Wilsbeschikking' koos voor aansluiting bij de republiek, sloot Freeport een mooi contract met Jakarta. In de Jayawijayabergen (in de Nederlandse tijd bekend als het Centrale Bergland), de hoogste toppen tussen Andes en Himalaya, verwierf het bedrijf een concessie van 10.000 hectare waar het kopererts mocht winnen met als bijprodukten zilver en goud. Daarmee was het de eerste buitenlandse investeerder in Indonesië onder Soeharto's Nieuwe Orde.

Toen Freeport arriveerde, was het huidige Timika niet veel meer dan een landingsstrip uit de Japanse tijd en daar sloeg de onderneming zijn 'basecamp' op. De bedrijfsgebouwen bij het vliegveld dragen nog steeds die naam. In de jaren tachtig werd Timika een trekpleister voor gelukzoekers: Amungme uit de bergen, Kamoro van de kust, Dani uit de Baliemvallei en handelaren uit Sulawesi en Ambon. Nu telt het stadje 40.000 inwoners. Over de doorgaande wegen van Timika, geasfalteerd op kosten van Freeport, rolt materieel waarvan de afmetingen monsterachtig aandoen tussen de bescheiden houten huizen en de Papuakindertjes die spelen op het erf. Voor de mijn is Timika slechts een tussenstop. Van de zesduizend man Freeport-personeel - van wie ruim honderd Amerikanen - die rechtstreeks bij de operatie betrokken zijn, woont het overgrote deel in Tembagapura ('Koperstad'), een luxe nederzetting op tweeduizend meter hoogte. Tot voor kort waren stafmedewerkers op doorreis aangewezen op een eenvoudig hotelletje, maar sinds vorig jaar hebben ze de beschikking over 'Sheraton Inn Timika'. Het stijlvol in beton en ijzerhout uitgevoerde sterrenhotel staat vlak bij het vliegveld. De tuin is omzoomd door bossen waar de paradijsvogel zingt, helaas onhoorbaar voor de gasten in de airconditioned kamers. Eigenaar Freeport heeft de exploitatie toevertrouwd aan de Sheraton-keten en reserveert dagelijks zestig procent van de kamers, gasten of niet. De bar met pool-tafel wordt 's avonds bevolkt door een handjevol boomlange Amerikanen, die Jack Daniels drinken en zich vergapen aan een 'modeshow'. In een circulaire prijst het management dit culturele evenement aan als 'Rumble in the jungle' met 'pretty & sexy models from Bali and Surabaya'.

De mijnnederzetting in het hoogland valt krachtens het Werkcontract van 1967 onder de jurisdictie van Freeport. Wie een bezoek wil brengen aan Tembagapura, moet zich eerst melden bij de veiligheidsdienst van het bedrijf. De onderneming onderhoudt een gratis busdienst tussen Timika en de mijnstad in de bergen, maar reizigers moeten wel een kaartje hebben. Daarvoor heeft Freeport in Timika een kantoortje waar het aspirant-passagiers, onder wie Amungme uit de bergdorpen, ondervraagt naar het doel van de reis.

bpDe levensader van de mijn is een 110 kilometer lange weg die Freeport aan het eind van de jaren zestig liet aanleggen tussen 'Portsite', de eveneens door Freeport aangelegde overslaghaven voor het koperconcentraat, naar de Ertsberg en de Grasberg, de twee toppen in het Carstenszmassief waar het erts wordt gedolven. Deze weg is alleen toegankelijk voor Freeport-voertuigen. Even buiten Timika, bij de oprit naar de weg, staat een controlepost waar opnieuw een man in blauw informeert naar uw identiteit.

xpDe rit naar boven is adembenemend. De eerste dertig kilometer voert door bebost laagland, met aan de horizon de stijl oprijzende blauwe muur van het Carstenszmassief. Tot Mijl 50 - alle posten en depôts langs de route hebben een afstandsnummer - volgt de weg het dal van de snelstromende Otomonarivier en klimt geleidelijk naar 600 meter. Mijl 50 is een 'logistiek centrum'. Hier bevinden zich een pompstation, een containerdepôt en een opslagplaats voor mijnexplosieven. Boven wordt de ertshoudende rots aan gruzelementen geblazen met ammoniumnitraat, dat met 50 containers per week wordt aangevoerd langs deze ene, kwetsbare route. De drie explosievendepôts, bij de haven, mijl 50 en de mijn, worden bewaakt door enkele pelotons Indonesische soldaten en de transporten staan onder zware militaire bewaking. ABRI (de strijdkrachten van de republiek Indonesië) beschikt niet over materieel dat deze grote hoogteverschillen kan overbruggen en verplaatst zich in Freeport-voertuigen. Voorbij Mijl 50 begint een duizelingwekkende klim. Over een afstand van tien kilometer stijgt de weg naar bijna tweeduizend meter, over smalle kammen met aan weerszijden diep ravijnen. De weg is verhard met gravel, dat dagelijks met zwaar materieel wordt aangestampt en geëgaliseerd door een onderaannemer van Freeport. Hij is niet geasfalteerd, want bij dit stijgingspercentage zouden regenbuien zo'n glad oppervlak veranderen in een dodelijke glijbaan voor de superzware opleggers met containers. Op 2.515 meter begint de 900 meter lange Hanekamtunnel, die door de gelijknamige bergbarrière is geboord. De geografische namen in het gebied dateren nog uit de Nederlandse tijd en de Amerikaanse begeleider wil weten wat 'Hènnekèm' eigenlijk betekent.

Mijl 64, het hoogste punt tussen Timika en Tembagapura, is een ABRI-post, waar een peloton gevechtstroepen is gelegerd, want het mijngebied geldt als een wilayah merah (rode zône). In de omringende bossen houden zich zo'n vijftig strijders op van de Organisasi Papua Merdeka (OPM), een beweging die ijvert voor een onafhankelijk 'West-Papua'.

Vervolgens daalt de weg enkele honderden meters, bij Mijl 68 passeren we opnieuw een controlepost van Freeports bewakingsdienst en dan kijken we uit over 'Koperstad'. Tembagapura ligt in een kom, omsloten door groene bergwanden. Het is nog ochtend en de zon schijnt, maar in de loop van de dag zal het stadje verdwijnen in het wolkendek en zal er in de straten een klamme mist hangen. Zes maanden per jaar valt hier een gestage druilregen en af en toe een sneeuwbui. Ter compensatie van de gure weersomstandigheden en het isolement heeft de mijnstad zijn 14.000 inwoners veel te bieden: scholen, tennisbanen, sportzalen, een voetbalveld, een winkelcentrum, luxe restaurants en bars. De meeste voorzieningen, met uitzondering van het goed uitgeruste ziekenhuis, zijn uitsluitend bestemd voor Freeport-personeel en hun gezinnen. Een Amungme-vrouw die in een van de restaurants een snack wil afrekenen, krijgt de vraag: “Waar woont U, moeder?”

Freeport's bewakingsdienst is verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid in Tembagapura, bewaakt de pakhuizen en ziet erop toe dat de mijngemeenschap zich aan de bedrijfsvoorschriften houdt. Wie deze overtreedt, kan worden ontslagen; wie handelt in strijd met de Indonesische wet, wordt overgedragen aan de politie. De afdeling hoogland van de bewakingsdienst deelt zijn hoofdkwartier met het operationele commando van ABRI's gevechtstroepen in de mijnstreek.

In het gastenverblijf van Freeport krijgen bezoekers een helm, een stofbril, een paar laarzen en een gele regenjas uitgereikt. Zonder deze uitrusting is toegang tot het operatiegebied verboden. De weg naar de mijn voert door de Zaagkamtunnel, passeert Ridge Camp, met slaapverblijven voor de mijn- en fabrieksarbeiders, en eindigt bij Mijl 74. Hier, op 2.800 meter, ligt de hoogst gelegen raffinaderij ter wereld. Het is de perfecte lokatie voor een James Bond-film. Dagelijks wordt hier 120.000 ton erts in enorme vergruismolens vermalen tot een poeder zo fijn dat het door de mazen van een nylonkous kan. De noodzakelijke energie wordt geleverd door een waterkrachtcentrale naast de raffinaderij. In de zogenaamde flotatiehal worden fosfor en alcoholhoudende reactievloeistoffen toegevoegd, waardoor het rotsrestant neerslaat en de koper-, zilver- en gouddeeltjes aan de oppervlakte gaan drijven. Als ik mijn wijsvinger door de smurrie haal, krijgt hij een koperkleurige glans. 'Goldfinger', grapt de Amerikaanse gids. Deze pap wordt vervolgens, na een ontvochtings- en verdikkingsproces, verwerkt tot concentraat, 4.500 ton per dag. Dat verdwijnt in een pijplijn van 120 kilometer lengte om aan de kust, in Portsite, te worden gedroogd en verscheept. De scheiding van koper, goud en zilver vindt plaats in smelterijen in Europa en Japan. De eerste kopersmelterij van Indonesië wordt op dit moment gebouwd in het Oostjavaanse Gresik door een internationaal consortium waarin Freeport een minderheidsaandeel heeft.

De mijnlokatie is alleen bereikbaar per kabelbaan. Die overbrugt een hoogteverschil van zevenhonderd meter, over duizelingwekkend diepe watervallen. Het eindstation, op 3.590 meter, ligt op de helling van de Ertsberg, of wat daar nog van over is. Hij kreeg in 1936 zijn naam van de Nederlandse geoloog Jean-Jacques Dozy, een lid van de Colijn-expeditie. Hier begon Freeport in 1972 met een bescheiden produktie van 6.500 ton erts per dag. In 1988 werden in de naburige Grasberg nog veel grotere ertslichamen ontdekt, die een jaar later in produktie werden genomen. Toen werd de dagbouw op de Ertsberg gestaakt; de geheel uitgegraven mijnput is nu een groen meer. In de Ertsberg wordt alleen nog gedolven in een ondergrondse mijn. Daar moet nog zo'n 3 miljoen ton erts liggen, genoeg voor een jaar. De Grasbergmijn, op 4.170 meter, is het hoogste punt van de tocht en het is koud. Hier valt regelmatig sneeuw en af en toe duikt de temperatuur onder het vriespunt. Als de wolk even verwaait, ontrolt zich voor onze ogen de uitgestrekte mijnput, een grijs maanlandschap, waarin graafmachines en trucks van gigantische afmetingen traag voortbewegen tussen rijen explosiegaten. “Isn't this a pretty sight”, vraagt de Amerikaanse gids, en hij meent het.

Er wordt twee tot drie keer per week 'geblazen'. Bij elke explosie wordt 500 kilo ammonium-nitraat gebruikt, vermengd met dieselolie. Iedere klap heeft een kracht vergelijkbaar met de terroristische explosie die het World Trade Centre in Oklahoma City verwoestte. Het ertshoudende gesteente wordt gereduceerd tot blokken van maximaal 50 cm. De trucks vervoeren dit ruwe materiaal naar twee wentelvergruizers bij de mijnput. Het truck-verkeer tussen explosiegaten en vergruizers is computer-gestuurd middels het Global Positioning System (GPS), met gebruikmaking van een satelliet. Dit voorkomt opstoppingen van ertstrucks voor een graafmachine. Het voorvergruisde erts belandt via transportbanden in een valtunnel door de bergwand die uitkomt bij de raffinaderij.

Volgens Freeport zullen de operaties op de Erts- en Grasberg in 1995 454.000 ton koper en 1,2 miljoen troy ounce goud opleveren. De nu bekende reserves in de Grasberg bevatten 13 miljoen ton koper en 40 miljoen troy ounce goud. Voldoende om de produktie op het huidige peil nog 25 jaar vol te houden. Dat maakt Freeports eerste concessie in Irian Jaya de rijkste na het fenomenale Sukhoi Log-reservoir in Siberië. In het jaarverslag 1994 vermeldt Freeport trots: “Ons ertslichaam in de Grasberg bevat de grootste afzonderlijke goudreserve en de op twee na grootste in dagbouw gewonnen koperreserve van enige mijn ter wereld.” Het goudgehalte van het Grasbergerts is hoog, maar het goud blijft een nevenprodukt. Sinds de wereldmarktprijs voor koper de laatste twee jaar met 80 procent is gestegen, bedraagt de koperopbrengst van de mijn in Irian een drievoud van de goudopbrengst.

Freeport-McMoran Inc. (als FTX genoteerd op de beurs van New York) is een reus. Het bedrijf was per 1 januari 1995 goed voor 4,37 miljard dollar aan totale activa. Volgens een woordvoerder van PT Freeport Indonesia is het vermogen van FTX inmiddels gegroeid tot zo'n 5 miljard dollar. Toch heeft de reus maar één been. PT Freeport Indonesia is voor 86 procent eigendom van Freeport-McMoran Copper & Gold, Freeports minerale divisie. Die boekte in 1994 met Irianees koper, goud en zilver een winst van 280,2 miljoen dollar, op een totale FTX-winst van 370,8 miljoen dollar. Het bedrijft draait dus voor driekwart op Irianese metalen. De fosfaten, waar Freeport groot mee werd, zijn inmiddels een nevenactiviteit en de Amerikaanse goudmijnen zijn verkocht. Roger Austen, vice-president van PT Freeport Indonesia: “We've put almost all our chips on Irian.”

Toen het bedrijf zijn Irianese concessie in 1991 wilde verlengen en solliciteerde naar nieuwe exploratierechten, bedong de overheid dat Freeport Indonesië zou worden omgevormd tot een NV die volledig belastingplichtig is volgens Indonesisch recht. Over het boekjaar 1994 betaalde Freeport aan de Indonesische regering 19,4 miljoen dollar aan royalties en 117.856.000 dollar aan inkomstenbelasting. Daarmee behoort Freeport tot de grootste belastingbetalers van het land. Het bedrijf was in het begrotingsjaar 1994-'95 goed voor 0,76 procent van de belastinginkomsten. Freeports bijdrage aan het Bruto Nationaal Produkt van Indonesië is nog groter, want het bedrijf betaalt ook dividend aan zijn Indonesische aandeelhouders - de regering bezit 8,5 en Bakrie Brothers 5,5 procent - en salarissen aan de 5.700 man Indonesisch personeel (van wie 683 Irianezen). Bovendien betrekt het een deel van zijn bedrijfsbehoeften bij Indonesische leveranciers.

In 1993 besloot het bedrijf om zich voortaan te concentreren op zijn kernactiviteit in Irian (ertswinning en -raffinage) en ondersteunende activiteiten zoals luchtverbindingen in het operatieterrein, de voedselvoorziening van Tembagapura, medische faciliteiten, havenwerken, bouw en energievoorziening over te doen aan Indonesische bedrijven. De grootste investeerder in deze 'geprivatiseerde' projecten is PT ALatief Nusakarya, het 'conglomeraat' van minister van arbeid Abdul Latief. Freeport in ruime zin, inclusief de aannemerijen en afgestoten dienstverlening, biedt werk aan zo'n 16.000 Indonesiërs, onder wie 1.803 Irianezen.

Dit alles is nog maar het begin. In december 1991 sloot het Indonesische ministerie van Mijnbouw en Energie met Freeport een tweede werkcontract, op grond waarvan de bestaande concessie niet alleen met twintig jaar werd verlengd, met een optie op nog eens twintig jaar, maar het concessiegebied werd uitgebreid van de huidige 10.000 ha tot liefst 2,5 miljoen ha. Een gebied ter grootte van Zwitserland, dat zich uitstrekt over de volle lengte van het Centrale Bergland, tot de grens met Papua New Guinea. Deze enorme oppervlakte is inmiddels in kaart gebracht door geologen van Freeport, waarbij zo'n vijftien veelbelovende anomalieën zijn aangetroffen. Als slechts één tiende daarvan economisch winbare reserves zou blijken te bevatten, wordt Irian Jaya de grootste kopervindplaats ter wereld. Met alle gevolgen vandien voor de 1,5 miljoen Irianezen.