Flexibele oplossing

EEN SNELLE BLIK op de personeelsadvertenties leert dat de arbeidsmarkt anno 1995 al lang niet meer is te vergelijken met die van pakweg tien jaar geleden. Wat het eerste opvalt is de wijze waarop tegenwoordig dienstverbanden worden aangegaan en de enorme vlucht die het aantal bijzondere arbeidscontracten heeft genomen. Het is meer uitzondering dan regel dat een sollicitant direct een vast dienstverband krijgt aangeboden. Ervoor in de plaats gekomen is het arbeidscontract voor bepaalde duur. In de praktijk een verlengde proeftijd.

Daarnaast is er de explosief toegenomen vraag naar afroepkrachten, al dan niet in de vorm van uitzendkrachten. Het zijn allemaal uitingen van een flexibeler wordende arbeidsmarkt. En het woord 'markt' zegt het al: iets dergelijks ontwikkelt zich via een systeem van vraag en aanbod. De rol van de overheid beperkt zich daarbij tot de voorwaarden.

De nota flexibiliteit die minister Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd erkent die bescheiden positie. Dat neemt niet weg dat het de taak van de overheid is een aantal basisregels te stellen. Des temeer is het te betreuren dat het kabinet er niet in is geslaagd hierover tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. In deze zaak heeft zich in het kabinet de klassieke tegenstelling tussen arbeid en kapitaal gemanifesteerd. De gevonden oplossing is al even klassiek: de punten waarover de ministers het onderling niet eens konden worden zijn doorverwezen naar de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van werkgevers en werknemers. Maar daar zijn de partijen net zo verdeeld als in het kabinet.

DE KERNVRAAG IS in welke mate de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt gereglementeerd kunnen en moeten worden. Dit alles in de wetenschap dat elke beschermende regel op zich een verhoging van de drempel tot de kans op werk is. Het gaat om een goede balans tussen flexibiliteit en zekerheid. Het vinden van dat juiste evenwicht is een politieke keuze. Dat het kabinet er niet in is geslaagd die keuze te maken, moet de coalitiepartners tot nadenken stemmen.