Een 'ode' door een gelovige

Gerry Adams: De Straat. Uitgegeverij De Geus. Prijs: f 37,90

AMSTERDAM, 5 DEC. Met de verhalenbundel De Straat, gisteren uitgekomen in België en Nederland, heeft Sinn Fein-leider Gerry Adams “een ode” willen brengen aan de bewoners van Belfast die decennia van sektarisch geweld hebben overleefd. “Ik wilde laten zien dat de bewoners van West-Belfast geen barbaren zijn, maar gewone mensen met humor en waardigheid, die worstelen met gewone conflicten”, aldus Adams.

Het eerste verhaal, 'Burgeroorlog', is volgens Adams het favoriete verhaal van Clinton. Het gaat over de bejaarde broer en zus Willie en Catherine, die samenwonen en nooit over politiek spreken. Willie laat merken dat hij de Republikeinen steunt, maar Catherine wil dat liever niet horen. Als het bericht komt van Bloody Sunday, een in 1972 door de politie aangericht bloedbad onder katholieke inwoners van Londonderry, zegt Catherine dat het haar spijt, maar Willie geeft geen antwoord. Dan roept hij plotseling: “Dat je niet applaudiseert”. Het conflict tussen de twee blijft. Maar als Willie sterft, zijn zijn laatste woorden: “Het spijt me Catherine”.

Tijdens zijn persconferentie in Amsterdam zei Adams gisteren dat het boek “geen propaganda” is. Maar de eendimensionale moraal die uit de verhalen naar voren komt, is onmiskenbaar die van een 'gelovige'. De karakters doen sterk denken aan John-Boy en de rest van de familie Walton uit Het Kleine Huis op de Prairie. Sterke opofferingsgezinde, meestal oudere vrouwen; onbesuisde jonge mensen die nog veel moeten leren en mannen met het hart op de goede plaats die van whiskey houden. In de conflicten met elkaar, met de maatschappij of met zichzelf overwinnen steeds de goede bedoelingen.

Na het verhaal ”t Is maar een spelletje' weet de lezer het zeker: de auteur is toch meer politicus dan schrijver: “'Zij hebben gewonnen', bracht hij uit, 'maar zij hebben ons niet verslagen'.” Gerry Adams: De Straat. Uitgeverij De Geus. Prijs: ƒ 37,90.