Donorconferentie over Bosnië uitgesteld

BRUSSEL, 5 DEC. De donorconferentie voor Bosnië, die voor later deze maand in Brussel was gepland, is verschoven naar begin volgend jaar. Dat hebben de Europese ministers van buitenlandse zaken gisteren in Brussel besloten.

De conferentie, waarop moet worden bekeken hoeveel geld nodig is voor de wederopbouw van Bosnië en wie dat gaat betalen, is uitgesteld omdat de EU-ministers de strijdende partijen duidelijk willen maken dat ze zich moeten houden aan het vredesakkoord voordat de landen van de EU geld beschikbaar stellen. Bovendien doen de VS en Japan nog geen toezeggingen over hun bijdrage, waardoor de EU vreest voor het grootste deel van de kosten te moeten opdraaien. De Europese Unie wil een verdeling van eenderde van de kosten voor de EU, eenderde voor de VS en eenderde voor de overigen. Maar de Amerikaanse regering zou niet verder willen gaan dan 20 procent van de kosten, die voorlopig worden geschat op drie miljard dollar. Japan en de islamitische landen gaven nog geen indicatie over hun bijdrage.

Op 20 en 21 december wordt wel een voorbereidende donorconferentie op ambtelijk niveau gehouden, waarop wordt gesproken over de schuld van Bosnië bij de Wereldbank en het IMF, zo'n 500 miljoen dollar. Tijdens de ambtelijke bijeenkomst moet ook een inventarisatie worden gemaakt van de acute eerste fase van wederopbouw.

De EU-ministers steunden gisteren de kandidatuur van de Zweedse ex-premier Carl Bildt voor de functie van hoge VN-vertegenwoordiger bij de wederopbouw van ex-Joegoslavië. Als de Veiligheidsraad ermee instemt, krijgt Bildt de dagelijkse leiding bij de wederopbouw van Bosnië. Hij zal worden ondersteund door een stuurgroep, die zou moeten worden samengesteld uit vertegenwoordigers uit de zeven grootste industriële landen (G7), de voorzitter van de Europese Raad, de Europese Commissie, Rusland en één of twee vertegenwoordigers uit de islamitische wereld.

De EU-landen die niet zijn vertegenwoordigd in de G7, waaronder Nederland, vinden dat de vertegenwoordiging van de EU onvoldoende is. Nederland wil dat de vorige, de huidige en de toekomstige voorzitter van de EU zijn vertegenwoordigd in de stuurgroep. Daarmee wordt de continuïteit beter gewaarborgd, stelde staatssecretaris Patijn. Bovendien zou zo'n benadering de kleinere landen nauwer betrekken bij het vredesproces.

Patijn ergerde zich gisteren aan de manier waarop de stuurgroep werd samengesteld. Hij noemde het een “gotspe dat er weer geïmproviseerd wordt op de wijze waarop de Europese Unie zich naar buiten presenteert. Er is geen touw meer aan vast te knopen.” Volgens Patijn is de samenstelling van de stuurgroep een verkeerd signaal voor wat betreft de politieke wil om het buitenlands beleid van de EU doeltreffender te maken.