Coalitie akkoord met concurrentie in het busvervoer

DEN HAAG, 5 DEC. Er komt concurrentie in het stads- en streekvervoer. De regeringsfracties in de Tweede Kamer zijn hiermee gisteren onder voorwaarden akkoord gegaan. De oppositiefracties GroenLinks en Socialistishe Partij spraken van een 'gedaanteverwisseling' bij PvdA, VVD en D66.

Dit gebeurde tijdens het vervolg van een debat dat twee maanden geleden door verdeeldheid tussen de fracties in verwarring eindigde.

GroenLinks en de SP zijn tegen de invoering van marktwerking in het openbaar vervoer. Een voorstel om bus, tram en metro aan te besteden voor perioden van steeds vijf jaar werd begin dit jaar gepresenteerd door de zogeheten commissie-Brokx. Vorig jaar is er in Limburg en Zeeland mee geëxperimenteerd.

PvdA, VVD en D66 bestrijden dat zij nu zouden zijn 'omgegaan'. Zij hebben, zo onderstreepten ze gisteren, nog steeds geen 'groen licht' voor concurrentie in het stads- en streekvervoer gegeven, het was slechts 'oranje licht'. “Dit is een algemeen debat, geen eindoordeel”, aldus het Kamerlid Van Gijzel (PvdA). Remkes (VVD): “De Tweede Kamer blijft voldoende aan de knoppen zitten.” Minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) zei 'blij' te zijn dat “het veranderingsproces vandaag op hoofdlijnen is vastgesteld”. Om de kritiek van het oktober-debat te pareren, had Jorritsma de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin zij uitlegde dat ze “de weg naar een fundamenteel anders geordend” openbaar vervoer “gezamenlijk en zorgvuldig wil aflopen”.

De feitelijke invoering van marktwerking bij bus, tram en metro zou, aldus de brief, “nog meermalen onderwerp zijn van politieke besluitvorming”. Waar het nu om ging, was dat “wij tijdens het debat van 4 december overeenstemming kunnen bereiken over de hoofdlijnen”. Een wetsvoorstel wordt in 1997 verwacht.

De regeringsfracties grepen de brief aan om de diverse voorwaarden die zij twee maanden geleden nog stelden, af te zwakken. De PvdA wilde toen een alternatief model, met een 'pool' van personeel en materieel om zo de onzekerheid voor het personeel weg te nemen. D66 stelde het 'Zweedse model' voor, waarin lagere overheden het vervoer kunnen aanbesteden, maar daartoe niet verplicht zijn.

Pag.3: Uitstel concurrentie voor stadsvervoer

De VVD wilde toen als 'absolute garantie' dat streekvervoerdersholding VSN, in feite een monopolist op de markt, zou worden opgesplitst in een tiental zelfstandige bedrijven.

Gisteren herhaalden PvdA en D66 hun vraag naar een ander model niet. De VVD zei dat niet opsplitsing van VSN, juridisch vrijwel onmogelijk, maar “een evenwichtige markt” een 'harde' voorwaarde voor deze fractie was. Wel benadrukten PvdA, VVD en D66 dat bij het verder vormgeven van concurrentie 'beter en meer' openbaar vervoer de 'toetssteen' moet zijn. Ook CDA, RPF en GPV zeiden dat.

De fracties bleken daarbij met name geïnteresseerd in de toekomst van onrendabele lijnen op het platteland. Daarover beslissen echter in de aanbestedingssystematiek waarvoor het kabinet nu gekozen heeft, in laatste instantie de regionale overheden. Zij zijn het die straks een 'programma van eisen' opstellen, als basis voor de concessie-verlening voor een bepaald vervoersgebied.

Een ander punt van aandacht van de Tweede Kamer was de kwetsbare positie van de gemeentelijke vervoerbedrijven, zoals het Rotterdamse RET en, in Amsterdam, het GVB. Deze bedrijven zijn veel minder kostendekkend dan het streekvervoer. De Tweede Kamer vreest dat ze de concurrentie niet aankunnen. Op een motie waarin de regeringsfracties pleitten voor een voorlopige uitzonderingspositie voor de gemeentelijke vervoerbedrijven, was door het ministerie echter al geanticipeerd. Bedoeling is dat in een zogeheten 'implementatienota', die volgend voorjaar verschijnt, sprake zal zijn van 'gefaseerde' invoering van concurrentie: eerst het streekvervoer, later de grote steden.

Ook de positie van de werknemers is door het ministerie inmiddels min of meer zeker gesteld. Voor de overgang van de ene naar de andere concessiehouder komt er een wettelijke regeling, die de komende tijd wordt uitgewerkt. Vorige week dreigden de vakbonden met een staking als niet de nieuwe concessiehouder de chauffeurs van de oude concessiehouder over zou nemen.

Minister Jorritsma gaf gisteren toe niet te kunnen verzekeren dat invoering van concurrentie in het stads- en streekvervoer leidt tot 'meer en beter' openbaar vervoer. “Ik kan nu niet zeggen waar we uitkomen. Maar dat kan ik ook niet als we de huidige opzet van het openbaar vervoer handhaven.” Een motie waarin GroenLinks bepleitte af te zien van concurrentie en “een alternatief plan uit te werken voor de versterking van het stads- en streekvervoer” noemde de minister “terug naar af”. Het is niet voor het eerst dat de Tweede Kamer 'op hoofdlijnen' akkoord gaat met een nieuwe opzet van het openbaar vervoer. Twee jaar geleden gebeurde hetzelfde bij een debat over de verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. Ten aanzien van de spoorwegen is nu het punt bereikt dat de Kamer definitief 'ja' of 'nee' tegen verzelfstandiging moet zeggen. Aanstaande maandag debatteert de Tweede Kamer weer over de NS. De Kamer twijfelt. Een meerderheid van de fracties vindt dat ze te weinig inzicht in de gevolgen van het contract voor de onrendabele lijnen hebben.