Abe en Faas

In zijn bundel Rembrandt heeft nooit gevoetbald schreef Nico Scheepmaker eens dat “Uwe en Abe uniek zijn in de wereld”. Omdat hun namen nog gescandeerd werden door de tribuneklanten als deze spelers (Uwe is Seeler en Duitser, Abe is de wijn welke geen krans behoeft) niet (meer) van de partij waren. Nico meende dat dit met het metrum van de namen verband hield. Hij illustreert dit door over Faas Wilkes te beginnen. Geen voetbalvolk zal ,

Faas, Faas'' scanderen, zegt hij. Dat overtuigt mij niet. Ik meen dat ik die kreet in Rotterdam wel eens heb opgevangen destijds, maar misschien niet als het ging om een duel waarin Wilkes niet van de partij was. Een geheugen is een onbetrouwbaar ding: zouden Faas en Abe wel eens op de reservebank hebben gezeten in hun interland-tijd? Bij mijn weten niet, maar aangezien ook toen de coaches en keuzecommissieleden wel degelijk te maken hadden met de vorm van de dag (en ook met de waan van de dag), moet het toch wel eens zijn voorgekomen. Al is het eveneens een feit dat Faas en Abe jarenlang behoorden tot een buitencategorie van beroemheden waarom men niet gemakkelijk heen kon. Beide voetballers hadden iets laconieks in hun optreden. Niet zo erg als de Brazilianen Romario en Ronaldo, maar toch geen mensen met het hart voortdurend op de tong. Het zou iets voor een psychologische studie kunnen zijn om tot een redelijke verklaring te komen waarom juist dát edele tweetal zo tot de verbeelding sprak - anders dan om hun voor de hand liggende bekwaamheden. Men maalde in hun tijd nog niet om mentale begeleiding en het vermogen een mediamieke persoonlijkheid te zijn.

Weliswaar praatten ook toen officials soms op spelers in, maar het ging er natuurlijker aan toe en zelden was er een microfoon of een camera in de buurt. Zo weet ik nog dat de grote midvoor Bep Bakhuys zich eens volstrekt verfomfaaid meldde bij het Hollandsche Spoor station in Den Haag om in januari 1936 met de Oranjeploeg naar Parijs te sporen en dat Bob Glendenning, de Engelse trainer van het Nederlands elftal, merkte tot welk dieptepunt Bakhuys' conditie was gezakt. 'Ik eis van je dat je een moordwedstrijd speelt en tenminste een hattrick scoort'. Eenvoudige taal, recht uit het hart. En Bakhuys deed wat van hem verlangd werd. Fuiven mag, presteren moet, zal hij gedacht hebben. Na eenenveertig minuten van de eerste helft stond zijn hattrick op het scorebord. Van Abe zijn diverse benaderingen bekend, die soms succes hadden, soms niet. Eenmaal als linksbuiten opgesteld voor een interland in Engeland zegde hij af, omdat hij zich op die plaats ongelukkig en machteloos voelde. Dit jaar werd Arthur Numan succesvol omgebouwd tot linkervleugelverdediger. Dat is andere thee, plus een andere voetbaltijd.

Bij andere gelegenheden, als Abe zich tot veel in staat voelde, was hij de man die zijn elftal droeg. En was hij niet te beroerd om een voorsprong vast te houden door zich ongeveer als laatste veldspeler te manifesteren. Soms was hij mentaal bereikbaar, soms niet. De latere burgemeester van Heerenveen, Huisman, heeft hem van menige 'dip' verlost door kundig op hem in te praten. Van Faas Wilkes herinner ik mij deze toestanden niet. Wim Lagendaal, de Xerxes-bombardeur, de man met trage bewegingen maar een verwoestend schot, heeft op de piepjonge Wilkes voetbalinvloed gehad, maar over het algemeen ging Faas zijn eigen kostelijke gang. In al die jaren waarin hij uitblonk, leek hij als voetballer nooit ingrijpend te zijn veranderd. Een andere coryfee uit die tijd, Cor van der Hart, begon bij Ajax als rechtshalf om later een kapitale stopperspil te worden - een van de besten van ons werelddeel. Daartegenover kun je weer iemand anders stellen: Coen Moulijn bijvoorbeeld, die dolgraag linksbinnen wilde spelen, hoewel hij onsterfelijk werd op de vleugelpositie, die hij eigenlijk niet ambieerde.

    • Herman Kuiphof