Winnen is nu bijzaak voor 'nieuwe' Ritsma

HEERENVEEN, 4 DEC. Precies een jaar geleden wist Rintje Ritsma nauwelijks wat verliezen was. Op de 1.500 meter liet hij tijdens World- Cupwedstrijden een enkele specialist voorgaan, maar op de vijf kilometer was hij onaantastbaar. Zo won hij die afstand in Berlijn, Heerenveen, Bergen, Innsbruck en Inzell. Op het ijs van Thialf reed hij vroeg in het seizoen een meer dan acceptabele tijd (6.46,01).

Vorige week leek hij in Berlijn de draad weer op te pakken of er niets is veranderd. Maar gisteren kwam er een lelijke kink in de kabel. De beer uit Lemmer werd in een directe confrontatie verslagen door Gianni Romme, een lid van de kernploeg, waar hij dus geen deel meer van uit maakt, en hij moest ook nog twee Japanners - winnaar Shirahata en nummer drie Itokawa - voor zich dulden. Zijn tijd: 6.52,64. Is de concurrentie sterker geworden of heeft hij in zijn eigen ploeg voor een andere benadering gekozen?

Ritsma mopperde gisteren wat op het ijs dat af en toe zo hard als glasplaat zou zijn geweest waardoor hij in de bochten niet uit de voeten kon. De vijf kilometer blijkt voor hem plotseling een afstand geworden om wedstrijdritme op te doen. Winnen is bijzaak. Voor die hoofdprijs van 500 Zwitserse franken hoeft hij het ook al niet te doen, want daar wordt hij niet rijk van. Aldus Ritsma.

Dit zijn geen teksten voor een groot kampioen. De straffe hand waarmee Ritsma vorig jaar regeerde was in Heerenveen niet zichtbaar. De tijd dat hij alleen nog wat kruimels overliet voor de concurrentie is misschien voorbij. En als het zo mocht zijn, maalt hij daar niet om. In het jaar dat hij voor zichzelf is begonnen, gaat Ritsma berekender te werk. Samen met zijn coach Wopke de Vegt heeft hij het 'pieken', een aloude term in de schaatssport, weer nieuw leven ingeblazen. Pas in januari hoeft de vorm er daadwerkelijk te zijn. Na de World-Cupwedstrijden in Oslo van volgend weekeinde wil hij nog twee weken extra hard trainen.

Daarna is het 'pieken' geblazen tot half maart, wanneer in Hamar voor het eerst het wereldkampioenschap afstanden wordt verreden. De Vegt wil in deze fase dan ook geen enkele wanklank horen. “Rintje moet spaarzaam met zijn lichaam omgaan. Na een rit op de lange afstanden herstelde hij altijd al moeizaam. Dat heeft met zijn bouw te maken (Ritsma weegt 93 kilo, red). Hij doet op elke vijf kilometer een jasje uit. We zijn dit jaar vanuit een andere situatie op het ijs gestapt. Ik hoop dat hij er op de beide WK's (allround en afstanden, red.) staat. Trouwens, die Romme wordt één van de beste stayers van de wereld in de komende jaren.”

De Vegt memoreert nog maar een keer dat het niet ideaal is dat Ritsma op het NK zich bij de eerste drie zal moeten scharen om namens Nederland op de grote toernooien te mogen deelnemen. “Een seizoensopbouw à la Johann Olav Koss, die op de belangrijke momenten het maximale uit zijn lichaam haalde, is ideaal maar bij ons onmogelijk. Aan de andere kant denk ik dat hij zich moeiteloos zal kwalificeren. En als dat niet gebeurt, hebben wij niets te zoeken op de grote toernooien.”

Wie verwacht dat Ritsma, nu hij voor zichzelf is begonnen, elke gulden die er te verdienen valt wil opstrijken, zit er naast. De Vegt: “Wij bevinden ons juist in een dermate goede financiële positie, dat we niet elke prijs hoeven te winnen.” En Ritsma zelf: “Ik weet soms niet eens wat er precies te verdienen valt. Maar het plezier blijft ook belangrijk.” De schattingen over wat Ritsma dit seizoen kan incasseren, lopen nogal uiteen. Vermoedelijk zal hij de eerste Nederlandse schaatser zijn die in een seizoen tonnen zal kunnenbijschrijven op z'n bankrekening.

Aan het contract met hoofdsponsor Sanex houdt hij na aftrek van onkosten voor coaches, fysiotherapie en trainingskampen ongeveer 3,5 ton over. Bij de schaatsbond wordt dit overigens sterk in twijfel getrokken. Aan premies en prijzen moet hij ook nog anderhalve ton kunnen verdienen. Dan is het vervolgens de vraag of hij recht heeft op hetzelfde basissalaris als Falko Zandstra, te weten 50.000 gulden, plus een extra uitkering van NOC* NSF die 30.000 gulden bedraagt. Ritsma zelf zegt van wel, de KNSB meent van niet. Kennelijk zijn hem bedragen beloofd door hoofdsponsor Aegon waar niemand weet van heeft.

In elk geval kan hij aan het einde van dit seizoen maximaal zes ton rijker zijn. Dat steekt schril af tegen de verdiensten van Falko Zandstra, die zijn nek niet durfde uit te steken en nu genoegen moet nemen met een basissalaris van 50.000 gulden. En vergeleken met Ids Postma is Ritsma helemaal grootverdiener. De student van de agrarische hoge school moet rondkomen met een basisbedrag van 18.000 gulden.

Met Postma, wiens seizoen vorig jaar de mist inging door de ziekte van Pfeiffer, gaat het langzaam weer bergopwaarts. Na op de 1.500 meter als derde te zijn geëindigd, realiseerde hij gisteren een vijf kilometer in 6.54,98. Postma moest starten in groep 2 en reed zijn rondjes in een nog sfeerlozer ambiance dan de meeste andere rijders. De familieleden en enkele andere toeschouwers, die het World-Cupgebeuren in twee dagen hadden bijgewoond, waren al lang naar huis. Het prestigieuze evenement van de Internationale Schaats Unie (ISU) trok afgelopen weekeinde in Heerenveen nog minder belangstelling dan andere jaren.

Terwijl er juist het een en ander is gesleuteld aan de wedstrijdencyclus om het gebeuren aantrekkelijker te maken voor het publiek. Het deelnemersveld werd in twee groepen verdeeld, waardoor de sterkste rijders altijd tegen elkaar rijden. De prijzenpot werd flink verhoogd - 15.000 dollar voor de winnaar van het eindklassement - en tevens verdienen de beste rijders punten waarmee ze zich kunnen kwalificeren voor het WK afstanden.

De World Cup moet echter de traditie van de allroundtoernooien doorbreken en dat zal nog heel wat jaren in beslag nemen. Tot die tijd kan de organisatie van elke wedstrijd uit de cyclus op tonnen verlies rekenen. In Heerenveen verschenen het afgelopen weekeinde liefst 220 deelnemers aan de start. De organiserende vereniging Thialf moet per deelnemend land de reis- en verblijfskosten voor z'n rekening nemen van zes mannen en een coach, alsmede van zes vrouwen en een coach. Het ontstane tekort wordt aangevuld door de schaatsbond. “Omdat we een overdekte hal en redelijk snel ijs kunnen bieden, zijn veel rijders hier naar toe gekomen om punten te verdienen”, zegt secretaris Waalkens van de organisatie. “Ondanks een hoofdsponsor en inkomsten uit bordreclame moet er veel geld bij. Maar de KNSB zal de organisatie van minder aantrekkelijke evenementen moeten accepteren, want je kunt moeilijk arme schaatslanden met zoveel deelnemers opzadelen.”

Bij de ISU liggen plannen om vanaf volgend seizoen met een marketingconcept te werken à la de Champions League in het voetbal. Sponsoring en tv-inkomsten worden dan centraal geregeld. “De coördinatie moet ook beter”, meent Jan Dijkema, het Nederlandse hoofdbestuurslid van de ISU. “Vorige week viel de World Cup in Berlijn samen met een paardrij-evenement en kunstrijden in Gelsenkirchen. We zullen vanaf volgend seizoen een beter produkt moeten leveren.”

    • Erik Oudshoorn