Wie te veel verdient draait zelf op voor te vochtig huis

Sinds de nieuwe wet op de rechtshulp doen veel minder mensen een beroep op bureaus voor rechtshulp en sociale advocaten. Want wie als alleenstaande per maand meer verdient dan netto 2.135 gulden moet alles zelf betalen.

ROTTERDAM, 4 DEC. In maart verruilde J.R. van der Spoel (44) zijn huurhuis in Maarssen voor een L-vormig chalet op een camping. Hij is hartpatiënt, volledig arbeidsongeschikt, en hoopte met zijn vrouw en 18-jarige dochter rust te vinden in de Gelderse bossen. Het fonkelnieuwe houten huisje, volgens de leverancier geschikt voor permanente bewoning, kostte hem 62.000 gulden. De miskoop van het jaar, zegt hij nu.

In de kleine woonkamer staan twee kachels, een gashaard en een petroleumkachel. Als die aan staan, druipt in het chalet al snel de condens van de muren en ramen. De kleren in de kasten raken beschimmeld, evenals de onderkant van sommige wanden. Onder het echtelijk bed staan twee 'vochtvreters', maar het matras moet elke drie dagen worden drooggeföhnd. “Het eerste dat wij 's ochtends doen is het waterballet opruimen”, zegt mevrouw van der Spoel.

Haar man is teruggegaan naar de leverancier. Die weigerde iedere tegemoetkoming, ondanks de garantie. “Hij zei: ik heb schijt aan jullie. Ik ben toch verzekerd, jullie kunnen mij niets maken.” Van der Spoel wil naar de rechter, maar dan heeft hij een advocaat nodig. “Dat gaat ons zevenduizend gulden kosten. Dat kunnen wij niet betalen.” Een bureau voor rechtshulp bleek niets voor hem te kunnen doen. Het inkomen van Van der Spoel en zijn vrouw bedraagt bij elkaar 3.700 gulden netto en dat blijkt te hoog. Van der Spoel komt niet in aanmerking voor een gesubsidieerde advocaat.

Sinds de jaren tachtig is bijstand van een advocaat in Nederland een grondwettelijk recht (Grondwet artikel 18: 'Ieder kan zich in rechte en in administratief beroep doen bijstaan. De wet stelt regels omtrent het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen'). Voordat in 1994 de nieuwe Wet op de rechtsbijstand in werking trad, kwam ongeveer 66 procent van de Nederlandse bevolking in aanmerking voor een door de staat vergoede advocaat. Nu is dat nog maar vijftig procent. Begin dit jaar bleek uit een onderzoek van het ministerie van justitie dat het aantal toegewezen gesubsidieerde advocaten ten gevolgde van de nieuwe wet met 32 procent was gedaald. A. Klijn, een van de onderzoekers, noemt dit resultaat “schokkend”. Hij ziet drie oorzaken voor de 'uitval': de hogere eigen bijdragen, de scherpere inkomenscriteria en de strengere controle van gegevens.

Wie binnen de door de wet gestelde inkomensgrenzen valt, heeft recht op een half uur gratis advisering bij een bureau voor rechtshulp. Twee uur verlenging kost dertig gulden. Daarna kan men een aanvraag indienen voor toewijzing van een gesubsidieerde advocaat. Al diens kosten worden vergoed, afgezien van een door de wet bepaalde eigen bijdrage. De eigen bijdragen zijn overigens per 15 november jongstleden verlaagd. Een alleenstaande met een inkomen van 2.100 gulden netto betaalt nu 935 gulden (was 1.305). Maar de inkomensgrenzen voor recht op hulp zijn ongewijzigd. Voor samenwonenden is de inkomensgrens 3.055 gulden netto per maand, voor alleenstaanden 2.135 gulden. Wie meer verdient moet alles zelf betalen.

Veel bureaus voor rechtshulp en sociaal advocaten kampen sinds de wet in werking trad met een aanzienlijke teruggang in het aantal zaken, zo blijkt uit een in opdracht van de Vereniging voor Rechtshulp gehouden enquête. Voor sociaal advocaat M. de Graauw van het Amsterdamse collectief De Binnenstad was de nieuwe wet rampzalig. “Ik had een nagenoeg volledige huurrechtpraktijk. Die is volkomen weggevaagd, een daling van negentig naar twee procent. Mensen kiezen er niet meer voor om voor woonrechtzaken een advocaat te nemen. En als ze toch komen en je vertelt ze wat het gaat kosten haken ze af.” Haar collega M.S. Vermaat van het Amsterdamse kantoor Boumans, Imthorn en Vermaat heeft minder van de wet gemerkt. “Dat is logisch, want ik doe veel WAO-zaken. Al is de eigen bijdrage hoger, je zult wel moeten want het gaat om je inkomen.”

P. de Koning, die het onderzoek voor de Vereniging voor Rechtshulp uitvoerde, spreekt van een schrijnende toestand in de rechtshulpverlening, te meer omdat steeds meer zaken juridisch worden geregeld. Ontslagen bijvoorbeeld worden steeds vaker bij de kantonrechter afgehandeld in plaats van bij het arbeidsbureau. Goedkope alternatieven als rechtswinkels en raadslieden leveren volgens De Koning slecht werk. En een commerciële advocaat is meestal te duur: het richttarief van de Nederlandse Orde van Advocaten is 330 gulden per uur en sociaal advocaten vragen 180 tot 200 gulden. Steeds meer mensen sluiten daarom een rechtsbijstandsverzekering af, zodat ze door een jurist van hun verzekeringsmaatschappij of vakbond kunnen worden geholpen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakte onlangs bekend dat al twee miljoen gezinnen zo'n verzekering hebben en dat er jaarlijks honderdduizend bijkomen.

J. Lokers (55) uit Maassluis heeft spijt als haren op zijn hoofd dat hij zich niet verzekerd heeft. Zijn vorige werkgever, een machinefabrikant in Capelle aan den IJssel, komt niet over de brug met de circa 1.200 gulden vakantiegeld die hij nog tegoed heeft. Lokers' inkomen is laag genoeg om rechtsbijstand te krijgen. Een bureau voor rechtshulp heeft twee uur lang brieven voor hem geschreven die niet werden beantwoord. Voor meer hulp moet hij een eigen bijdrage van 1.050 gulden betalen, een bedrag dat bijna even hoog is als zijn vordering. Woedend is hij erom.

Onderzoeker Klijn van het ministerie van justitie betwijfelt of de mensen die afzien van rechtshulp dit altijd doen omdat ze het echt niet kunnen betalen. “Die man of die vrouw die ontslagen wordt en negenhonderd gulden moet betalen: hoe verhoudt dat zich tot de schade die ze zouden lijden als ze er niets aan zouden doen? Is dat die negenhonderd gulden niet waard? Heel vaak zal het ook zijn: Al die soesa, dat hoeft voor mij niet.”