Volleybalploeg in speelstijl Courier

TOKYO, 4 DEC. Italië, Nederland en Brazilië plaatsten zich in deze volgorde bij de World Cup volleybal in Japan voor de Olympische Spelen. Echt verrassend was dat allemaal niet. Waarom werd er dan zo'n slopend evenement gehouden? Waarom die overbelasting? De topcoaches van de wereld, onder Joop Alberda, legden de bezwaren neer bij de Mexicaan Ruben Acosta, de aan grootheidswaanzin lijdende voorzitter van de internationale federatie FIVB. “Soms heeft hij wel aandacht voor onze ideëen”, zei Alberda die zijn team de laatste wedstrijd in Japan met gemak van Egypte zag winnen (3-0).

“Er moet iets gebeuren aan de overgang van het club- naar het internationale seizoen”, vindt de Nederlandse bondscoach. “Ik zou pleiten voor perioden van vijf maanden met daartussen een maand rust. Zoals het nu gaat, breek je spelers te snel af.”

De slijtageslag in Japan - elf wedstrijden in veertien dagen - trof uiteindelijk ook de Nederlandse selectie. Ron Zwerver, die op een constant hoog niveau presteerde, en Olof van der Meulen, die zijn klasse als vakkundig afwerker van de nood-set-ups andermaal bewees, kwamen door blessures op de laatste dag niet meer in actie. Het doel - olympische deelneming - was toen al bereikt.

Zwerver gaat voor de derde keer naar de Zomerspelen en heeft zich voorgenomen “ervan te genieten”. “Misschien is de cirkel dan weer rond”, zei Alberda. “Ooit is hij ook met volleybal begonnen omdat het zo leuk is. Hij heeft zoveel meegemaakt, zoveel gewonnen, Zwerver kan niet meer falen. Hier heeft hij een uitzonderlijk goed toernooi gespeeld. Vroeger was het team veel afhankelijker van zijn rol als buitenaanvaller. Hij is nu ook superpasser. Wat een verschil met drie jaar geleden. En let wel, Van de Goor en Held kunnen alleen goed zijn als de pass goed is.”

Lof had Alberda terecht ook voor zijn andere 'veteraan', Peter Blangé. “Als spelverdeler is hij van de buitencategorie, uniek evenals Zwerver en dadelijk Bas van de Goor. Peter was formidabel, ook verdedigend en zeker als aanvoerder, als motor van het team”. Samenvattend betrof Alberda's tevredenheid vooral de ploeg als totaliteit, waarin ook Guido Görtzen zich steeds beter op zijn plaats voelt, getuige zijn krachtige progressie.

De basis voor Atlanta lijkt in Athene, Kumamoto, Kagoshima, Sendai, Fukushima, Chiba en Tokyo definitief gestalte te hebben gekregen. Jan Posthuma kreeg nieuwe trek en besloot zijn interlandcarrière tot augustus '96 voort te zetten. De speelwijze met vijf aanvallers, onder wie ongrijpbare middenmensen mits snel aangespeeld, ligt in grote lijnen ook wel vast. Het resultaat, ook weer bij de World Cup, bewees de juistheid van die aanpak.

Alberda: ,Dit concept, het soort spel dat Jim Courier als tennisser groot maakte, ligt deze Nederlandse volleyballers het naast aan het hart. Kracht leggen in de service, dichtmaken van het blok, een perfecte side-out en vooral niet te lang bezig zijn in een rally. Daarin zijn de Italianen toch beter. Natuurlijk zijn die ons meetpunt, al is het helemaal niet zeker dat we hen in Atlanta tegenkomen. We zijn dit seizoen dichterbij gekomen dan ooit. We spelen hier één slechte wedstrijd, tegen Italië, omdat de batterij emotioneel leeg was. Het herstel was voortreffelijk.''

De Nederlandse ploeg maakte nooit eerder een toernooi in deze vorm mee. “De Olympische Spelen zijn anders, vertrouwder met om de dag een wedstrijd”, aldus Alberda. “Terugziend op drie jaar werk als bondscoach moet de conclusie zijn dat we uitermate constant zijn. Ook hier weer. Een grotere winst is, naast de snelle olympische kwalificatie, haast niet mogelijk.” (ANP)