Veel Soesters bewijzen hun 'kabouter' de laatste eer

SOEST, 4 DEC. De 'knotwilgkabouter' van Soest is niet meer. De plaatselijke bevolking droeg de mileu-activist Chris Uiterwijk zaterdag naar zijn graf. Uiterwijk, die tachtig jaar is geworden, was als voorvechter voor de Soester natuur een plaatselijke grootheid geworden. Steevast droeg hij een zwarte schipperspet, een bijentrui en gele klompen. Hij had een lange zilveren baard en reed vaak op een brommertje door het dorp.

Uiterwijk was ook de imker van Soest. Hij liet zich ooit vijftig keer steken door een zwerm bijen, waardoor hij immuun werd voor het gif van de beestjes. De gemeente deed vaak een beroep op de 'angelman' als een bijenvolk of wespenkolonie voor overlast zorgde. Hij knotte elk jaar de wilgen en nam de jeugd mee naar de bossen om bospest te verwijderen. Uiterwijk kreeg van de oud-burgemeester Corver de naam 'knotwilgkabouter'. Hij kreeg van de gemeente een erepenning en de Gouden Oliebol, omdat hij de grondlegger van het Soester milieubesef was.

Hij was heel politiek bewust, maar schopte het nooit tot raadslid. Wel maakte de zonderlinge Soester vijf jaar deel uit van de commissie milieubeheer. Uiterwijk, die in een huisje middenin Soest woonde, liet twee jaar geleden al zijn eigen grafsteen ontwerpen en zette deze in zijn tuin. “Ik heb genoeg gedaan voor Soest en nou zoeken ze het zelf maar uit”, zei hij. Klompen, pet en trui nam hij mee de kist in.

Enkele honderden Soesters vergezelden zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen om hem de laatste eer te bewijzen. De kist werd van de Oude Kerk naar zijn graf op de Soester Engh gedragen. Door dit oude stukje van het dorp was ooit een weg gepland, maar door acties van onder meer Uiterwijk is die er nooit gekomen. De gemeente denkt eraan een pad naar Uiterwijk te vernoemen.