Van Velde schilderde bloemen als zelfportret

Tentoonstelling; De eigen weg van Bram van Velde. Overzicht van zijn vroege werk. T/m 7 jan. Stedelijk Museum De Lakenhal, Oude Singel 28, Leiden. Di-vr 10-17u, za-zo 12-17u. 25 dec. en 1 jan. gesloten. Catalogus ƒ15,-. Boek 'Bram van Velde , een hommage', ƒ35,-. Charles Juliet: Conversations with Samuel Beckett and Bram van Velde; Academic Press Leiden, ƒ29,95.

Een terugblik op het vroege werk van een kunstenaar is een ontdekkingstocht in omgekeerde richting: het einddoel is bekend, maar hoe werd dat bereikt? Het jeugdwerk laat zien hoe moeizaam of virtuoos het begin verliep, maar ook dat 'het er toen al in zat'.

Op de tentoonstelling De eigen weg van Bram van Velde in De Lakenhal in Leiden geeft het schilderij Meisje aan het venster in een notedop al de belangrijkste thema's aan waarop Van Velde door zal gaan: Een armoedig gekleed meisje zit naast een bruine kan met narcissen die op een vensterbank staat. Het contrast tussen die sombere, ongelukkige figuur en de stralend gele bloemen is groot. Door het raam zijn zonovergoten daken te zien.

Van Velde heeft veel (bloem) stillevens geschilderd, al dan niet in combinatie met een venster. Het meisje herinnert aan de donkere, bonkige figuren in het vroege werk van Van Gogh. Van Gogh was een lichtend voorbeeld voor de autodidact Van Velde, die honderd jaar geleden in Zoeterwoude werd geboren. Hij groeide op onder behoeftige omstandigheden en moest na de lagere school in 1907 de kost gaan verdienen bij een schilder- en decoratiebedrijf in Den Haag. De latere eigenaar van de firma, Eduard H. Kramers, stelde hem in staat zijn tekentalent te ontwikkelen. Dankzij de financiële steun van zijn patroon kon Van Velde zich in 1922 in het kunstenaarsdorp Worpswede niet ver van Bremen vestigen. Rond de eeuwwisseling, toen schilders als Paula Modersohn-Becker hier woonden, was dit dorp een broedplaats van nieuwe expressionistische tendensen.

In de eerste zaal van de tentoonstelling herinnert de compositie van De Zaaier, een doek dat in heldere kleuren met stevige penseelstreken is geschilderd, aan het gelijknamige werk van Van Gogh. Een andere inspiratiebron voor Van Velde was, zo blijkt uit twee zelfportretten in aquarel, de Noorse schilder Munch.

In 1924 reist Van Velde met zijn latere echtgenote Lilly Klöker naar Parijs. Zijn broer Geer, die ook schilder is, voegt zich niet lang daarna bij hen. In Parijs ondergaat Van Velde de invloed van Matisse; het kleurgebruik wordt minder fel en de composities harmonieuzer. Een hoogtepunt is het schilderij Bellevue (ca. 1927) dat via een geopend venster uitzicht biedt op een zomers landschap in de buurt van zijn atelier. Toch gaan de schilderijen niet over de 'zogenaamde realiteit', schrijft Van Velde in 1927 aan zijn maecenas Kramers, maar ze zijn de 'sterkste analyse van de verschijning van het gevoel'. Een jaar later bericht hij Kramers in een brief: 'Ik heb de laatste maanden veel bloemen geschilderd en ieder stuk is eigenlijk een zelfportret.'

Geleidelijk voltrekt zich in de loop van de jaren dertig de overgang naar de abstracte kunst. Het is jammer dat er van die cruciale periode geen werk te zien is in Leiden. Eén van de laatste schilderijen op de expositie is het zachtaardige Stilleven met pastinaken (ook weer voor een raam) uit 1930. Als voorbeeld van Van Veldes na-oorlogse abstracte stijl hangt er wel een groot doek, Peinture, uit 1955. De kloof tussen abstractie en figuratie lijkt nu groter dan ze in werkelijkheid is: voor Van Velde blijven schilderijen steeds vensters met uitzicht op het innerlijke landschap van de ziel.

Ter gelegenheid van het honderdste geboortejaar van Bram van Velde verschenen verschillende publicaties, waaronder een Engelse vertaling van de gesprekken die Charles Juliet met de schilder voerde van 1964 tot enkele jaren voor zijn dood in 1981. Juliet bezocht ook de Samuel Beckett, met wie Van Velde omstreeks 1939 bevriend raakte. Beckett en Van Velde waren verwante zielen, als kunstenaar probeerden ze het onbenoembare onder woorden te brengen, respectievelijk zichtbaar te maken. Het scheppingsproces verliep bij hen uiterst moeizaam; na veel armoede en vertwijfeling kwam de erkenning pas in de jaren vijftig.

Het leven van Van Velde was gericht op schilderen. Voor hem was dat de redding van het niets, zo vertelt hij met een verlegen lachje in een videointerview: 'En dan plotseling wordt chaos tot een harmonisch geheel.' Op hoge leeftijd herinnert hij zich nog levendig hoe blij hij was toen hij als zesjarige een doos kleurpotloden kreeg. Eigenlijk is er niet veel veranderd: schilderen betekende voor Van Velde een bevrijding uit de ellende van het bestaan.