Twee tenoren

Roberta Alagna: EMI 5 554772

Gösta Winbergh: Sony SK 61973

Tenoren zijn er in vele soorten, bovendien voorzien van ego's van divers formaat. De 'drie tenoren' - Pavarotti, Domingo en Carreras - heten de top te zijn, al kan Pavarotti niet eens Maria zingen zonder de noten van het blad te lezen, zoals de rest van de wereldbevolking kan. En Carreras is zowel wat betreft zingen als uitstraling in dit 'toptrio' fors overgewaardeerd.

Vlak onder dat commercieel zo interessante niveau is het voor ambitieuze tenoren flink dringen. Anderen lijken totaal niet te zijn geïnteresseerd in die superstatus, die slechts zelden ècht artistiek topniveau alom op het podium garandeert. Alleen Domingo staat wel eens in een voorstelling die meer belang heeft dan dat Domingo op het podium staat, maar die - bij voorbeeld in de Met in New York - wordt geleid door een dirigent van gelijk belang, zoals Valery Gergjev.

De jonge Frans-Italiaanse tenor Roberto Alagna, die furore maakte in o.a. Londen en Milaan, doet nu, zeer actief geholpen door zijn platenmaatschappij EMI, een gooi naar de status van de gevierde wereldberoemde toptenor. Het is interessant zijn openbare sollicitatie (een cd met zeventien aria's) te vergelijken met de vijftien nummers tellende Sony-cd van de Zweedse tenor Gösta Winbergh. Hij debuteerde in 1973, vijftien jaar eerder dan Alagna, en heeft al - zonder frequent de wereldpers te halen - een fraaie carrière achter de rug met optredens in o.a. New York, Milaan, Londen, Parijs, München, Zürich, geleid door dirigenten als Karajan, Muti, Solti en Abbado.

Vier keer is - vanwege de identieke nummers - een rechtstreekse confrontatie te beluisteren. Alagna blijkt in aria's als Pourquoi me reveiller uit Werther van Massenet, La fleur que tu m'avais jetée uit Carmen van Bizet en E la solita storia, het Lamento di Federico uit Fedora van Cilea een tenor met een fraai stijlvol lyrisch timbre dat hij af en toe met behoedzaam raffinement kan laten smelten.

Winbergh heeft in deze nummers een steviger en uniformer ingezet stemgeluid, al verrast hij met typisch ouderwets-Italiaanse trekjes. Maar in Che gelida manina uit Puccini's La bohème doen de beide tenoren niet voor elkaar onder, wat hier betekent dat Alagna iets tegenvalt. Het martialere karakter van Winbergh past indrukwekkend goed bij Puccini-aria's uit Tosca, Manon Lescaut en Turandot (een indrukwekkend Nessun dorma) en een aantal Verdi-aria's. Helaas ontbreekt Im fernen Land uit Wagners Lohengrin, waarmee hij vorig jaar in Antwerpen imponeerde.

Alagna zingt nog wat Donizetti en Rossini - fraai, maar met af en toe iets te veel vibrato. Dat klinkt heel verontrustend, hij zal zich toch niet nu al te veel hebben geforceerd?