Trombonist Wolter Wierbos is winnaar van de VPRO/Boy Edgarprijs; 'Mijn techniek is extremer geworden'

De trombonist Wolter Wierbos krijgt morgen de VPRO/Boy Edgarprijs. Vroeger wilde hij gaan componeren, nu vindt hij zijn spel daarvoor te persoonlijk.

6/12 20.30 uur krijgt Wolter Wierbos de VPRO/Boy Edgarprijs uitgereikt in Muziekcentrum Vredenburg. Met optredens van o.a. het Gerry Hemingway Quintet, het Curtis Clark Septet, Available Jelly en het Ab Baars Trio. VPRO-radio 4 verzorgt een integrale uitzending.

Wolter Wierbos is free lance trombonist. Afgezien van projecten en eenmalige opdrachten, is hij op dit moment actief in negen ensembles, naast zijn gastoptredens. Sinds 1979 zijn er 48 lp's en cd's verschenen met zijn naam erop, en deed hij een groot aantal internationale tournees. “Ik vind het interessanter om in groepen te spelen, dan om er zelf een te hebben”, aldus Wierbos. “Ik heb niet de behoefte om anderen te zeggen wat ze moeten doen.”

Wolter Wierbos (Holten, 1957) ontvangt woensdag de VPRO/ Boy Edgarprijs uit handen van minister van Binnenlandse Zaken Hans Dijkstal. In het juryrapport van de prijs (25.000 gulden) wordt Wierbos vooral geroemd om zijn “verrassende” en “veelzijdige” trombonespel, en het feit dat hij “zorgvuldig omgaat met zijn talent”. Hoewel de Boy Edgarprijs een oeuvreprijs is die traditioneel naar een groepsleider gaat, heeft de jury daarop dit jaar bewust een uitzondering gemaakt.

Wierbos heeft strikt genomen wel één eigen groep, maar die bestaat alleen uit hemzelf. Al in 1982 nam hij een soloplaat op, Wierbos getiteld, waarop hij in korte stukken met namen als Oink-Oink en Plock-Plock-Plock de klankmogelijkheden van zijn instrument onderzoekt. “De tijd is rijp om weer een solo-ding uit te brengen”, zegt Wierbos in zijn Amsterdamse woonboot. “Mijn techniek is inmiddels beter, extremer geworden. Ik wil nu lange stukken opnemen, van twintig minuten of een half uur.”

De recentste cd's met Wierbos zijn van het Quintet Gerry Hemingway (de Amerikaanse slagwerker), de Duitse violist Albrecht Maurer en de Nederlandse band The Ex. Het geeft aan hoe breed en internationaal de trombonist opereert. Hemingway maakt vrije, maar deels gecomponeerde muziek die nog met één been in de jazztraditie staat. Maurer's kwartet leunt tegen de moderne kamermuziek aan. Op de laatste dubbel-cd Instant van The Ex wordt op opgewekte, licht-geëngageerde manier snoeiharde impro-rock gemaakt. “Alle groepen waarin ik zit zijn anders. Dat stimuleert me,” zegt Wierbos. Of het nu om de strak gecomponeerde muziek van het Maarten Altena Ensemble gaat, de elektrische muziek van het Podiumtrio, of de vrijheid van Mengelbergs Instant Composers Pool, Wierbos schikt zich moeiteloos in zijn rol.

Voorzover Wierbos zich kan herinneren, bestonden zijn eerste muzikale 'ervaringen' uit vogelgeluiden. “Misschien het roekoe-roekoe van een duif”, oppert hij, zoals hij dat in zijn jeugd hoorde in de bossen van het Overijsselse platteland. Op 11-jarige leeftijd begon hij cornet en bugel te spelen in de plaatselijke fanfare. Zijn moeder zong in het kerkkoor, maar zijn vader was “volkomen a-muzikaal”. Wierbos schakelde op zijn zeventiende over op trombone. Een studie aan de Groningse universiteit hield hij na twee jaar voor gezien. Vanaf dat moment slaagde Wierbos er in om uitsluitend van zijn muziek te leven. Begin jaren '80 verhuisde hij naar Amsterdam, om meteen te worden opgenomen in het toenmalige geïmproviseerde muziek- en muziektheaterwereldje.

In 1983 gaf Wierbos in een interview te kennen dat hij aan componeren nog niet toe was. Tegenwoordig heeft hij zelfs de ambitie niet meer. “Het is niet mijn roeping om thuis te zitten en nootjes te verzinnen. Ik vind het niet leuk. Bovendien geloof ik dat de muziek die ik maak te persoonlijk is om zich te laten vastleggen in composities.”

Wat sommigen nog altijd laatdunkend betitelen als 'piep-piep-knor', zou Wierbos 'klankexploraties' noemen, en dat is precies waar zijn interesse naar uitgaat. Volgens hem is de trombone hiervoor bij uitstek geschikt, als warm en bluesy instrument dat dichterbij zang staat dan andere blaasinstrumenten, zoals de sax. Niet alleen tijdens zijn solo-improvisaties, maar ook als groepslid brengt Wierbos geluiden voort als geadem, gehijg, gesnurk, vliegtuig-, brommer- en autogeronk, gekwaak, gesnater en gepraat. De bedoeling hiervan is onder meer om te zoeken naar het moment waarop lucht een toon wordt. “Naar mijn idee is de trombone als instrument nog lang niet uitgeput”, zegt Wierbos. Voor live-elektronica, computers en “ander gedoe”, waarmee bijvoorbeeld zijn collega George Lewis aan de haal gaat, is Wierbos echter niet geporteerd: “Ik houd het liever eenvoudig.”

Wierbos heeft een naam hoog te houden in de wereldwijde moderne muziekscene. Hij heeft die over de jaren opgebouwd door zoveel mogelijk op te treden. Niet alleen in alle hoeken van Europa, maar ook in Japan, de VS en Canada. “Volgens mij heb ik in Canada meer fans dan ik hier heb”, zegt hij grinnikend. “Toch is Amsterdam de ideale plek om te wonen en te werken. Amsterdam heeft bijvoorbeeld een nauwe band met de Keulse scene.” Waaraan Wierbos alleen de pest heeft, is dat Amerikaanse muzikanten nog altijd met het grootste gemak op Europese podia terecht kunnen, terwijl dat omgekeerd zeker niet het geval is. Maar om in New York te gaan wonen, vindt hij geen aantrekkelijke optie.

Wierbos bestrijdt met kracht dat vrij geïmproviseerde muziek passé is. “Vrije improvisatie is nooit passé, want het is de oorsprong van alle muziek”, meent hij. “Het komt voor dat er na afloop van een optreden van Ernst Reijseger mensen tegen hem zeggen dat ze zijn stukken zo te gek vonden. Terwijl er niets van op papier stond.” Volgens Wierbos hangt de kwaliteit van vrije improvisaties voor een groot deel af van de inzet van de deelnemende muzikanten. “Het heeft iets van een Ajax-wedstrijd. Altijd op hoog niveau, maar zonder de zekerheid van een gewonnen partij.”