Nog geen enkele zetel voor oppositie Egypte

KAIRO, 4 DEC. Egyptische oppositiepartijen hebben zich gisteren woedend getoond over het feit dat ze geen enkele zetel hebben veroverd in de eerste ronde van de Egyptische parlementsverkiezingen, vorige week woensdag. Volgens het Egyptische ministerie van binnenlandse zaken hebben 124 kandidaten van de regerende Nationaal-Democratische Partij (NDP) en 13 onafhankelijke kandidaten een zetel gekregen. Komende woensdag wordt in 174 districten waar geen duidelijke winnaars zijn, een tweede verkiezingsronde gehouden. Daarbij staan nog 307 zetels op het spel.

Op een persconferentie van de oppositie in Kairo werd gisteren luid geklaagd over geknoei met stemmen en intimidatie door de staat om een grote overwinning voor de NDP te garanderen. “Wat 29 november gebeurde, was geen algemene verkiezing maar een afslachting van de oppositie waarbij de regering alle staatsinstellingen inzette”, riep Ibrahim Abaza Dessouki van de oppositionele Wafd-partij. Dessouki zei dat de Wafd zich met andere oppositiepartijen beraadt op een boycot van de tweede ronde.

Een kandidaat van de fundamentalistische Moslimbroederschap, Abdelhamid al-Ghazali, sprak van “politieke moord op de wil van de kiezer, politieke moord op de toekomst van een natie”. Hij voorspelde in de tweede ronde “straatschenderij door het regime zoals we niet eerder in de geschiedenis van Egypte hebben gezien. Maar we zullen ons aan de wet en de orde en onze islamitische discipline houden.”

Ook een onafhankelijke Egyptische waarnemersgroep meldde geknoei met de stemmen. De groep wees tevens op de grote aantallen arrestaties onder de Moslimbroederschap voorafgaand aan de verkiezingen.

De regering heeft alle beschuldigingen over fraude van de hand gewezen. “De resultaten van de eerste ronde bevestigen de geloofwaardigheid van het politieke leiderschap en de inzet van het ministerie van binnenlandse zaken om eerlijke verkiezingen te organiseren die de wil van de Egyptische kiezer weerspiegelen”, aldus minister van binnenlandse zaken generaal Hassan al-Alfi. (Reuter)