MASSAGETAFEL WERD EEN PIJNBANK

Hij gold als een natuurtalent, een voetballer die in de voetsporen leek te kunnen treden van Ruud Gullit. Marciano Vink (25) heeft zijn pretenties tot nu toe niet kunnen waarmaken. Bij PSV is de voormalige Ajacied dit seizoen op zoek naar eerherstel, naar erkenning van zijn talenten. “Het gaat steeds beter, alleen het scoren is een obsessie geworden”.

Iedereen lacht op deze druilerige zondagmiddag bij PSV, behalve Marciano Vink. Hij baalt niet alleen van de nederlaag tegen Sparta, hij heeft ook last van een blessure. Er zit vocht in zijn knie. Vonk verwacht morgen gewoon te kunnen spelen in het UEFA-Cupduel tegen Werder Bremen. De pijn heeft vooral met het verleden te maken. Hij is de laatste anderhalf jaar zo vaak geblesseerd geweest, elke nieuwe kwetsuur is er een te veel. De massagetafel is een pijnbank geworden.

Gekneusde enkel, gescheurde hamstring, schouder uit de kom, gescheurde knieband, gescheurde dijbeenspier. Het blessureleed stapelde zich opeen. Binnen anderhalf jaar tijd kwam Vink bij PSV nauwelijks aan voetballen toe. Het ranke lichaam met de prachtige benen kreeg het zwaar te verduren. In zijn hoofd spookte een naderend afscheid. “Er waren tijden dat ik dacht: kan ik het nog wel? Dan zag ik andere jongens een sprintje trekken en een duel ingaan.

Ik ging piekeren. Als geblesseerde hoor je er niet echt meer bij.''

Dit seizoen begon hoopgevend tot hij in een oefenduel tegen Bayer Uerdingen een dijbeenblessure kreeg. Hij knokte zich terug in het elftal en speelt de laatste weken op een behoorlijk niveau. “Ik ben nu voor 99 procent fit, die ene procent is een gebrek aan wedstrijdritme. Maar ik ben nog niet op het niveau van mijn Ajax-periode. Toen scoorde ik bijna elke week, dat is nu mijn grote obsessie.”

“Alleen tegen Leeds heb ik gescoord, maar een van richting veranderd schot noem ik zelf geen doelpunt. Als je scoort, krijg je extra vleugeltjes. Dat is toch veel mooier dan een voorzet geven. Het geeft een wedstrijd extra glans. Maar dit seizoen wil het maar niet lukken. En hoe meer ik erover nadenk, hoe moeilijker het wordt. De trainer pest me er mee, dat kan ik wel begrijpen. Maar voor mezelf vind ik het schandalig. Iedereen scoort bij PSV, behalve ik.

''

Op 17-jarige leeftijd debuteerde hij in het eerste elftal van Ajax. Zoals veel talenten in het shirt van rood en wit, zorgde hij bij zijn entree meteen voor een doelpunt. Hij speelde libero en viel op door zijn soepele tred en zijn behandeling. Zijn rushes vanaf de eigen speelhelft riepen herinneringen op aan de jonge Ruud Gullit, die als teenager bij Haarlem ook als laatste man stond opgesteld. Af en toe ging er bij Vink nog wel eens iets fout - wat onder Louis van Gaal vermoedelijk niet zou worden getolereerd - maar de negatieve aspecten werden destijds over het hoofd gezien. Vink wilde het vaak erg mooi doen en daar is ook wat voor te zeggen. Hij staat nog steeds bekend als een flegmatieke speler.

PSV-manager Frank Arnesen noemt hem “een beetje gemakzuchtig”, maar hij haast zich te zeggen dat Vink zich “mooi heeft teruggeknokt”. Zelf verklaart hij zijn ogenschijnlijk laconieke houding door de beginperiode bij Ajax. “Als je zo jong bent en libero speelt, krijg je dat stempel vanzelf.

Het ligt meer aan mijn manier van spelen dan aan mijn karakter. Ik vind mezelf namelijk helemaal geen laconieke persoon.''

Toen hij twee jaar geleden de Europese topclub Ajax ruilde voor de Italiaanse middenmoter Genoa werd Vink versleten voor een ordinaire geldwolf. Hoe kon hij de kweekvijver van de Watergraafsmeer inruilen voor de mediterrane modderpoel? Ajax was toen al heilig. De 'afvallige' kreeg het inderdaad zwaar te verduren in de Serie A. Vink behoorde bij Genoa tot de vijf buitenlandse spelers, twee van hen waren verplichte bankzitters. Hij speelde dat seizoen slechts zeven competitieduels, waaronder de stadsderby tegen Sampdoria. Vink maakte in het beladen duel een historische treffer. Hij passeerde een aantal spelers en rondde zijn solo af met een verwoestend schot. De fans van Genoa zullen hem eeuwig dankbaar zijn. Wie zo fraai scoort tegen de aartsrivaal, wordt niet gauw vergeten. Zelf bewaart hij warme herinneringen aan het Italiaanse avontuur. Het geld vergoedde veel en de sfeer in de stadions had hij nooit willen missen. Bij PSV kwam Vink vorig seizoen op papier in aanmerking voor een basisplaats, maar door de blessures moest hij toezien hoe Boudewijn Pahlplatz, een andere nieuwkomer, op de rechterflank een vaste keuze werd. De blessures wisselden elkaar in snel tempo af, vooral ook omdat de technische staf in noodgevallen een beroep op hem deed.

“Ze hebben te vaak gevraagd of ik toch niet wilde spelen. Dat heeft een hoop ellende veroorzaakt. Bovendien is invallen niet mijn sterkste kant. Ik kom gewoon niet in mijn ritme als ik vanaf de bank zo het veld in moet. Dat is bij mij een drama.”

Na vijftien maanden lijkt hij eindelijk een vaste waarde in het elftal van trainer Advocaat. Nu mag Pahlplatz zich verbijten op de reservebank. Vink is weer gelukkig, de gevoelsmens gedijt uitstekend in de gemoedelijke Brabantse sfeer. “Ik heb het hier fantastisch naar mijn zin”, klinkt het welgemeend.

Op het veld geniet hij van zijn positie als rechtshalf. Vink loopt zich het vuur uit de sloffen. “Ons systeem met twee spitsen vereist heel veel kracht bij de buitenste middenvelders. Ik kom aan het eind van een wedstrijd nog wel eens wat kracht tekort.”

In een vraaggesprek met de vroegere tv-commentator Wim van Hanegem moest hij een jaar of zes geleden bijna blozen van geluk. De cynische voetbalgeleerde prees hem de hemel in en voorspelde een mooie interlandcarrière. Bijna zeven jaar jaar later is hij slechts twee keer voor Oranje uitgekomen. “Maar vergeet niet dat ik als libero Ronald Koeman voor me wist. Alleen toen hij door bondscoach Michels was geschorst, kreeg ik een kans. En als rechtermiddenvelder heb ik te maken met jongens als Seedorf, Winter en Ronald de Boer. Ook niet de minsten.” Over Clarence Seedorf als vaste keus in de Oranje-selectie, liet Vink zich vorige week in een tv-programma nog verrassend eigenwijs uit. Een paar dagen later is hij dezelfde mening toegedaan. “Clarence doet het nu niet slecht in Oranje, maar hij heeft ook zijn tekortkomingen. Ik denk niet dat ik voor hem hoef onder te doen. Dat is geen opschepperij. Het zou toch verkeerd zijn als ik niet in mezelf geloofde, dan kan ik beter stoppen met voetballen.”

“Ik heb het EK nog lang niet uit mijn hoofd gezet. Ik ben pas 25 en voor een hoop jongens begint het dan pas bij het Nederlands elftal. In al die jaren dat ik niet geselecteerd werd, berustte ik in het lot, alles zou later wel goedkomen. Maar waarom zou later niet nu kunnen zijn”?