Kwezelige Pickett legt het af tegen McGegan

Concert: New London Consort o.l.v. Philip Pickett. Programma: werken van Purcell. Gehoord: 2/12 Concertgebouw Amsterdam. 8/12 20.02 uur Radio 4.

Concert: The Hanover Band o.l.v. Nicolas McGegan, klavecimbel. Programma: werken van Händel, Bach, Boyce en Vivaldi. Gehoord: 2/12 Concertgebouw Amsterdam.

Driehonderd jaar geleden overleed, op 21 november 1695, de Engelse componist Henry Purcell en deze Britse Orpheus werd zaterdag gespeeld in het Matinee-concert door Philip Pickett en zijn New London Consort. Uitgevoerd werden drie Odes for St. Cecilia's Day ('Welcome to all Pleasures', 'Laudate Ceciliam' en 'Raise, Raise the Voice'), en delen uit de opera The Indian Queen. In plaats van de beoogde lofzang op een van de grootste Engelse componisten en op St. Cecilia, de beschermheilige van de muziek die van oudsher op 22 november herdacht wordt, verkeerde het Matinee-concert echter in een blamage voor zowel Purcell als de authentieke muziekpraktijk. Dat lag niet aan het zéér middelmatig musicerende New London Consort, dat met zijn ijle klanken maar nauwelijks de verste hoeken van de Grote Zaal wist te bereiken. Het lag zeker niet aan de geïnspireerde bijdrage van de solisten, waarvan vooral bas-bariton Michael George, counter-tenor Christopher Robson en sopraan Catherine Bott opmerkelijke prestaties leverden. Het debacle kwam geheel voor rekening van de even arrogante als fantasieloze dirigent Philip Pickett, die als een houten klaas de spirit uit Purcells sprankelende partituren verjoeg, met als resultaat een nietszeggend, kwezelachtig gedreutel.

Hoe verademend klonk dezelfde avond in dezelfde zaal de frisse uitbundigheid van The Hanover Band, die onder de spirituele leiding van Nicholas McGegan bewees dat de barokmuziek nog altijd springlevend kàn zijn. In drie Suites van Händel, Vivaldi's solistloze concert Alla Rustica en de Vierde symfonie van Boyce, wist McGegan het maximum aan ritmische beweeglijkheid te koppelen aan een open en sonore klank, waarop slechts het onvermijdelijke maar wel erg uitbundige kicksen van de natuurhoorns een smet vormden.

In Bachs Concert voor hobo, viool en orkest maakte violist Hudson zich af en toe schuldig aan onzuivere of gemaniëreerde noten, maar dat werd gecompenseerd door de spitsvondigheid van hoboïst De Bruine en de contrastrijke orkestbegeleiding. En in Vivaldi's Concert in C voor sopraan-blokfluit en orkest wisten McGegan en The Hanover Band de ontroerende muzikale puurheid van soliste Rachel Brown met sierlijke tederheid te omlijsten.

    • Wenneke Savenije