KOOS SCHUUR 1915-1995; Experimenteel dichter

In Almere is afgelopen vrijdag de dichter en schrijver Koos Schuur overleden. Vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog gold Schuur als een controversieel dichter. Zo schreef Martinus Nijhoff over hem in 1945: “Koos Schuur is niet slechts een jong dichter met veel talent, maar een talent dat betekenis heeft voor ons allen.” Willem Frederik Hermans beschouwde hem daarentegen als een van zijn 'mandarijnen'. “De verzen van Schuur en zijn verwanten speelden op een toneel waar nimmer een andere lamp aanflitste”, schreef Hermans in zijn Mandarijnen op Zwavelzuur. Vooral door de Vijftigers werd Schuur met zijn 'experimentele poëzie' als een voorbeeld en een verwant beschouwd.

Jacobus Gerardus Schuur werd op 4 oktober 1915 in Veendam geboren. Hij bezocht daar de HBS en werkte van 1935 tot 1942 als journalist bij De Noordooster. Van 1945 tot 1952 schreef hij vooral voor Het woord, een tijdschrift dat hij zelf ook redigeerde. In 1946 baarde Schuur opzien met de bundel Herfst, hoos en hagel, die door het 'experimentele karakter' van Schuurs poëzie felle discussies onder critici opleverde. 'Het land van de verbeelding is het brongebied van alle kunst', luidde Schuurs credo, dat hij in de jaren daarna formuleerde en dat hij in diverse polemieken, onder anderen tegen Hendrik de Vries, steeds verder aanscherpte.

Van 1945 tot 1951 was Schuur redacteur van uitgeverij De Bezige Bij; in 1951 emigreerde hij, mede omdat het dichten niet meer wilde lukken, naar Australië. Daar was hij werkzaam als corrector, zetter en redacteur van pulptijdschriften. Ondertussen stuurde hij openhartige brieven naar Jan Elburg en Salvador Hertog in Nederland die een groot aantal ervan uitgaven in de bundel En de kookaburra lacht... uit 1953. Deze bundeling, door Schuur zelf omschreven als 'huilbrieven, zieke brieven, krijtbrieven, kankerbrieven, morgen-sterven-wij-brieven en heden-hebben-wij-weer- gezondigd-brieven', trokken, vooral door de onconventionele vorm ervan, opnieuw veel aandacht.

Vanaf 1963, toen Schuur terugkeerde in Nederland, werd het langzaam stil rond de dichter. Hij werkte als chef-lector bij boekenclub ECI, en publiceerde nauwelijks nog poëzie of proza. In 1980 verscheen onverwacht de bundel Waar het was, die echter door zowel kritiek als publiek nauwelijks werd opgemerkt. Daarna was voor Schuur de bron definitief opgedroogd; naar eigen zeggen had hij daar vrede mee. Zoals hij in 1982 verklaarde in een interview met Vrij Nederland: “Het leven is er om geleefd te worden, niet om gedichten te schrijven”. Koos Schuur is tachtig jaar geworden.