Het schilderij als rebus

Tentoonstelling: Dick Ket. Institut Néerlandais, Rue de Lille, Parijs. T/m 17 dec. 27 jan t/m 31 mrt 1996 in Musée des Beaux-Arts in Valenciennes. Publikatie: Alied Ottevanger: La vie et l'oeuvre de Dick Ket (naar haar dissertatie uit 1994), 32 blz. Prijs 60 francs.

Parijs is al in kerststemming. De bomen langs de Champs Elysées zijn wit geschilderd, op de radio jengelt Jingle Bells in het Frans en alle kinderen moeten van de reclame op 24 december een Pocahontas-pop cadeau krijgen. 5 December is hier een dag als alle andere, waarop men in musée Rodin nog net de mooie kleine tentoonstelling van Monet in Noorwegen kan bezoeken of het fijne overzicht van de Nederlandse schilder Dick Ket in het Institut Néerlandais in de Rue de Lille. Het werk van Ket (1902-1940) past bij dit jaargetijde, als het buiten waait en snel donker is en het binnen veel saaier is dan in december. Ket, door een hartkwaal en pleinvrees aan huis gebonden, schilderde vrijwel uitsluitend stillevens en zelfportretten. Voorwerpen als een kom van wit aardewerk en een schaaltje van roestig email keren vaak terug op de kleine doeken; ze staan op een geblokte theedoek of naast een Franse dichtbundel op een volle tafel, roerloos in gezelschap van een boel andere dingen. De composities van Ket zijn rustig en afgewogen, maar toch moet de schilder het gevoel hebben gekend dat vrijgezellen kan bekruipen als ze na een dag afwezigheid hun huis weer betreden; die koffiekop, die krant, die onderbroek, als ik niet was thuis gekomen, hadden ze er overmorgen nog net zo gelegen. Ket was de enige beweger van de door hem geschilderde voorwerpen.

Het Institut Néerlandais bereidt de Nederlandse bezoeker op de tentoonstelling van Ket een kleine surprise. Want tussen de zelfportretten met waskom of penseel en de stillevens met cactusplantje of viool hangt tweemaal een Nature morte à la Saint-Nicolas, een Sint Nicolaas-stilleven. Op het tweede, uit 1933, liggen als opvallendste verwijzing naar het feest van de goedheiligman, twee maskers, van Sinterklaas en Zwarte Piet. Maar er is meer, het schilderij ontpopt zich tot een rebus. De Spaanse danseres in het midden verwijst naar het thuisland van de Sint, evenals de twee appeltjes van oranje in de stoffige schaal rechts van haar. Naast de jeneverkruik ligt een affiche van de pijp van een stoomboot en zelfs de schimmel staat op het doek, of is dat houten paard een cadeautje, net als de kleurige blokken? Hij rijdt over een witte cirkel (de volle maan?) in de richting van 5 december, het kalenderblaadje dat Ket ten overvloede in de linker benedenhoek schilderde.

Op het eerste Sint-stilleven, uit 1931, zijn de verwijzingen minder overvloedig. Het enige ronduit Sinterklazige is een tekening die aan de muur is geprikt waarop Sinterklaas door de nacht op zijn paardje rijdt. Die tekening komt ook voor op het stilleven uit 1933, maar wordt daar voor een deel aan het zicht onttrokken door de Spaanse danseres. Op het stilleven uit 1931 onthult deze Sint zijn herkomst: hij maakt reclame voor chocoladeletters van Droste. De reclame keert nog een keer terug op een zelfportret uit 1939. Daar hangt het aan de muur achter de schilder. Op dit portret is alleen het paard zichtbaar, misschien is het daarom dat Sinterklaas in de titel niet voorkomt.

Het is ontroerend om te bedenken dat Ket een affiche dat in 1931 al gekreukeld was, in 1939 nog steeds in zijn bezit had. Hield hij zo van Sinterklaas? Ik weet het niet. Wel is bekend dat Ket veel hield van de maker van deze Sint, de Franse ontwerper A.M. Cassandre. Op 27 november 1929 verscheen de chocoladeadvertentie paginagroot in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Ket moet hem hebben uitgeknipt, net als Cassandres advertentie voor Droste-cacao van 4 november 1929, die op een groot aantal van zijn schilderijen voorkomt. Cassandre was eveneens de tekenaar van Sints rood-wit-blauwe stoombootpijp, die toebehoort aan een reclame voor een veerbootverbinding tussen Engeland en Europa.

Zo blijken bijna alle voorwerpen die op het Sint Nicolaas-stilleven uit 1933 voorkomen, ook op andere schilderijen terug te vinden: het Spaanse danseresje komt voor op stilleven met hand (1933), het opengeslagen boek met de paarse kaft op een stilleven met eieren (1935, het blijkt daar een muziekboek te zijn). Hetzelfde geldt voor het Sint Nicolaas-stilleven uit 1931. Daarop ligt bijvoorbeeld een boek over de Vlaamse primitieven, ook een grote liefde van Ket, dat weer op een groot aantal schilderijen voorkomt. Dick Ket had aan weinig voorwerpen en voorbeelden genoeg, hij koesterde ze, combineerde ze steeds opnieuw en bleef ze trouw. Van Sinterklaas hoefde hij geen cadeautjes; hij woekerde met wat hij had en waarvan hij hield. Misschien laat hij dat vooral zien op zijn Sint Nicolaas-stillevens.