Frank Zappa (1940 - 1993); Verzet tegen de dood

De lijst van popmusici die voortijdig en op het hoogtepunt van hun roem overleden is lang. Elk van hen heeft een zwanezang, een laatste veelbetekenend nummer. In deze serie, waarbij de publikatiedag samenvalt met de sterfdatum van de musicus, vandaag 'Civilization Phaze III', de zwanezang van Frank Zappa die precies twee jaar geleden overleed.

Toch is Yellow Shark niet Zappa's zwanezwang. Dat is de dubbel-cd, Civilization Phaze III, die een jaar na zijn dood werd uitgebracht. In de laatste maanden voor zijn dood werkte Frank Zappa nog aan Civilization Phaze III, een bijna twee uur durend 'opera-pantomime', die bestaat uit 22 delen gesproken teksten en 19 composities. Met popmuziek hebben de stukken niets te maken; Civilization Phaze III bestaat uit louter 'serieuze' muziek met een gematigd piep-knor-karakter. De eerste acte bestaat geheel uit met het 'Synclavier Direct-To-Disk System' geproduceerde tonen, de tweede acte uit klanken die voor zeventig procent zijn voortgebracht door een synthesizer en voor dertig procent door het Ensemble Modern, het Duitse ernstige-muziekgezelschap dat ook speelt op Yellow Shark.

De gesproken teksten uit de eerste acte dateren al uit 1967. In een studio in New York had Frank Zappa toen een paar microfoons in de klankkast van een vleugel opgehangen en leden van zijn toenmalige band, The Mothers of Invention, en toevallige aanwezigen uitgenodigd om er iets in te zeggen. Een deel van de teksten kwam terecht op de plaat Lumpy Gravy, maar het grootste deel bleef tot Civilization Phaze III ongebruikt. Voor de tweede acte herhaalde hij in 1991 het piano-procédé met onder meer zijn dochter Moon en leden van het Ensemble Modern als sprekers ('Gebt's ihm ein Pony, gebt's ihm doch ein Pony', zegt een van hen volgens het tekstboekje.)

Civilization Phaze III vertelt het verhaal van een aantal bewoners van een gigantische piano die door duistere krachten uit de buitenwereld worden bedreigd. Of eigenlijk is verhaal een te groot woord, want aan de geïmproviseerde gesprekken valt geen touw vast te knopen. Soms krijgen de pianobewoners ruzie over de vraag wie er eigenlijk in de piano woont: “Gilly: 'Who are you?' Girl 1: 'I live here' Girl 2: 'I live here' Gilly: 'Who are you?' Girl 2: 'I live here' Girl 1: 'I live here!' Gilly: 'That's my name too”' Dan weer voeren zij een pseudo-wetenschappelijke discussie over de dichtheid van pony-muziek: “Well, what it does mean is when it strikes any sort of energy field or solid object or even something as ephemeral as smoke, the first thing it does is begins to inactivate the molecular motion so that it slows down and finally stops.”

Er valt weinig te zeggen over Civilization Phaze III. De muziek ontroert niet en zelfs wie er postuum iets van een naderende dood in wil horen, zal er vergeefs naar zoeken. De 19 composities zijn absolute muziek, muziek-muziek die niets wil uitdrukken en dit ook niet doet. En voor de interpretaties van Zappa-teksten hoede men zich. Ze zijn, zo schrijft Ben Watson in zijn bijna 600 bladzijden tellende The negative dialectics of poodle play, een marxistische beschouwing over Frank Zappa, alleen begrijpelijk voor de maker zelf. Elke interpretatie van zijn veelal duistere teksten deed Zappa altijd in lachen uitbarsten.

Maar al kan Frank Zappa zeker in zijn laatste jaren nauwelijks worden beschouwd als een popmusicus, toch onttrekt zelfs hij zich niet helemaal aan de wet dat iedere in het harnas gestorven popmusicus een veelbetekenend laatste nummer heeft achtergelaten. Het is niet te horen in de muziek, het is evenmin te beluisteren in de teksten, maar alleen te zien als de opera een keer met de regie-aanwijzingen van Zappa zou worden opgevoerd. Waffenspiel heet de laatste compositie van Civilization Phaze III, die op het stuk 'Beat The Reaper', Versla De Maaier, de man met de zeis. De laatste compositie bestaat uit musique concrète. We horen het vallen van de regen, het gerommel van de donder, het geblaf van honden, een startende auto, een ronkend vliegtuigje en de knallen van automatische wapens van in de Hollywoodse heuvels oefenende schutters. De geluiden sterven weg tot er alleen nog die van in de verte blaffende honden en vogelgetsjirp overblijven. Zappa wilde deze geluiden als begeleiding van het slot van de opera, waarin de Man met de Zeis ondanks pogingen in de voorgaande scène hem te verslaan, iedereen komt opeisen. Het is duidelijk: het verzet tegen de dood is vergeefs - om deze interpretatie zou zelfs Zappa niet hebben gelachen.